Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
‘Jij moet niet mijn huis binnenvallen, mij met dwang vasthouden, mij op het bed gooien en dan moet ik tegen je zeggen alstublieft wat doe je nou. Nee nee ik ga je neuken. Nee nee ik ga je neuken, heb jij dat niet gedaan dan?’reageerde verdachte daarop twee keer met
‘Dat heb ik gedaan ja’. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte in dit gesprek dan ook de gang van zaken bevestigd zoals aangeefster daarover heeft verklaard. Ter zitting heeft verdachte gesteld dat hij uitgelokt zou zijn door aangeefster om mee te gaan in haar lezing van de feiten. Hiertoe zou aangeefster verdachte eerder meerdere keren hebben gebeld en telkens hebben opgehangen wanneer verdachte niet meeging in haar narratief. Dit blijkt echter niet uit het dossier en is ook voor het overige niet aannemelijk gemaakt door verdachte.
4.Bewezenverklaring
bijlage Ivervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
van het feit dat verdachte geen zinvolle dagbesteding heeft omdat hij is afgekeurd voor werk, geen grote problemen. De reclassering kan geen risicoanalyse maken, aangezien verdachte ontkent. De reclassering adviseert dan ook een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. Wel geeft de reclassering de rechtbank in overweging om een contact- en locatieverbod op te leggen.
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
30 (dertig) maanden.
10 (tien) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
2 (twee) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
€ 7.000,-(zegge: zevenduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 7.000,-(zegge: zevenduizend euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 60 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.