ECLI:NL:RBAMS:2026:2535
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens ondeugdelijke arbeids- en rusttijdenregistratie in afhaalrestaurant
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete van €7.500,- opgelegd aan een afhaalrestaurant wegens het niet deugdelijk bijhouden van de arbeids- en rusttijden van haar werknemers in de periode van 20 oktober tot en met 16 november 2023. De registratie voldeed niet aan de eisen van de Arbeidstijdenwet, omdat het rooster meer een planning was en niet de feitelijke gewerkte uren en pauzes weergaf.
Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk de begin- en eindtijden en pauzes had genoteerd en dat de verklaringen van werknemers niet betrouwbaar waren vanwege taalproblemen en drukke omstandigheden. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaringen van de werknemers betrouwbaar waren en dat de registratie niet overeenkwam met deze verklaringen. Ook het argument dat een eerdere controle in 2019 de registratie had goedgekeurd, werd verworpen.
De rechtbank overwoog dat de boete terecht was opgelegd en dat inspanningen van eiseres na de overtreding niet tot matiging van de boete konden leiden, mede omdat deze niet concreet waren onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.R. Bleijendaal op 3 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €7.500,- wegens ondeugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden.