ECLI:NL:RVS:2017:1034
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Conclusie over bewijsvergaring en waarborgen in boetezaken Wet arbeid vreemdelingen
De conclusie betreft twee boetezaken waarin de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid boetes oplegde wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De kern van het geschil betreft de wijze van bewijsvergaring, de waardering van verklaringen en de waarborgen die in acht moeten worden genomen bij het afnemen van verklaringen door toezichthouders.
De staatsraad advocaat-generaal bespreekt uitgebreid de wettelijke kaders en jurisprudentie omtrent het gebruik van beëdigde tolken en het gebruik van telefonische tolken in bestuursrechtelijke boeteprocedures. Hij concludeert dat voor toezichthouders in boetezaken geen afnameplicht geldt om uitsluitend beëdigde tolken te gebruiken en dat telefonische tolken toelaatbaar zijn.
Verder wordt ingegaan op de betekenis van ondertekening van verklaringen door betrokkenen en ambtenaren. Hoewel ondertekening wenselijk is voor identificatie en betrouwbaarheid, leidt het ontbreken daarvan niet automatisch tot bewijsuitsluiting. Ook wordt het belang van de cautie besproken: deze moet worden gegeven zodra iemand wordt verhoord met het oog op het opleggen van een bestraffende sanctie. De grens tussen toezicht en boeteoplegging is soms vaag, maar het zwijgrecht geldt pas vanaf het moment dat boeteoplegging serieus wordt overwogen.
De conclusie behandelt ook de eisen aan de vastlegging van verklaringen en het eigen karakter van het boeterapport, dat als een zelfstandig stuk moet worden opgemaakt en toegezonden. Tot slot wordt besproken hoe om te gaan met later overgelegde andersluidende verklaringen: deze zijn in beginsel toelaatbaar, maar de rechter moet de geloofwaardigheid en consistentie beoordelen, waarbij de eerste verklaring ten overstaan van de toezichthouder doorgaans meer gewicht krijgt.
Uitkomst: De conclusie geeft richtlijnen over waarborgen bij bewijsvergaring en bewijswaardering in bestuurlijke boeteprocedures, zonder een definitieve uitspraak over de individuele zaken.