Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Inleiding – samenvatting
2.De procedure
- de gelijkluidende dagvaardingen van 27 maart 2024;
- de akte houdende overlegging (aanvullende) producties, met producties;
- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring, met producties;
- de incidentele conclusie van antwoord in het incident inzake onbevoegdheid;
- het proces-verbaal van de op 20 mei 2025 gehouden mondelinge behandeling en de daarin vermelde stukken.
3.De voor het incident relevante feiten
Stichting CUIC
Decisionvan 26 juni 2024 heeft de Amerikaanse Federal Trade Commission (hierna: de FTC) Avast Ltd., Avast Software s.r.o. en Jumpshot naar aanleiding van een aantal schendingen van de Amerikaanse Federal Trade Commission Act een aantal
Ordersopgelegd. Hiertoe is, voor zover hier van belang, overwogen:
4.De hoofdzaak
5.Het incident
6.De beoordeling in het incident
- i) er moet sprake zin van eenzelfde situatie feitelijk en rechtens tussen de Nederlandse Avast-gedaagden enerzijds en (ieder van) Avast Software s.r.o. en Avast Ltd. anderzijds;
- ii) er mag in geval van afzonderlijke berechting geen gevaar voor onverenigbare beslissingen bestaan;
- iii) de bevoegdheid van de Nederlandse rechter moet voor (ieder van) Avast Software s.r.o. en Avast Ltd. voorzienbaar zijn geweest; en
- iv) er mag geen sprake zijn van misbruik van recht.
Handlungsort) als die van de plaats waar de schade is ingetreden (
Erfolgsort).
Apple) [6] ziet de rechtbank geen aanleiding om de hieraan te ontlenen rechtsmacht te beperken tot haar arrondissement.
Handlungsortof
Erfolgsortkan worden aangewezen. Haar enkele vennootschappelijke verhouding met Avast Software s.r.o. is in elk geval niet voldoende. Hetzelfde geldt voor het door Stichting CUIC gestelde besluit van Avast Ltd. om Avast Software s.r.o. en Jumpshot in te zetten voor het door haar bepaalde (volgens Stichting CUIC onrechtmatige) doel. Ook de omstandigheid dat Avast Ltd., Avast Software s.r.o. en Jumpshot volgens de FTC “have operated as a common enterprise while engaging in (…) unlawful acts and practices” in de Verenigde Staten van Amerika is onvoldoende om te kunnen spreken van een Nederlands
Handlungsortof
Erfolgsort. Dit betekent dat deze rechtbank geen bevoegdheid kan ontlenen aan artikel 6 aanhef Pro en onder e Rv.
mutatis mutandisook ten aanzien van Avast Software s.r.o. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor onder 6.8.2 en 6.8.3 is weergegeven, is er geen sprake van dat Avast Sotware s.r.o. een “wezenlijk onderdeel van de activiteiten” van het Avast-concern
in Nederlandvormde. Avast Holding B.V. en Avast Software B.V. zijn louter holdingvennootschappen en AVG Ecommerce CY B.V. heeft slechts beperkte activiteiten. Het was dan ook niet zonder meer voorzienbaar voor Avast Software s.r.o. dat zij in een geschil over een vermeende inbreuk op privacy rechten van
niet in Nederland verblijvende gebruikers van de Avast-software voor de Nederlandse rechter zou kunnen worden opgeroepen.
7.De beslissing
8 april 2026voor akte uitlating van beide partijen over het voornemen van de rechtbank weergegeven onder 6.44,