ECLI:NL:RBAMS:2026:2637

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
13/350360-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68 AWRArt. 69 AWRArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens belastingontduiking

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 maart 2026 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Köln. De opgeëiste persoon werd verdacht van belastingontduiking volgens Duits recht. Tijdens de zitting was de verdachte aanwezig en bijgestaan door een advocaat en tolk.

De verdediging voerde aan dat de feiten niet dubbel strafbaar zijn, omdat het vereiste opzet ontbrak in de omschrijving van het EAB en de belastingontduiking niet van grote omvang zou zijn. De officier van justitie stelde daarentegen dat de feiten wel dubbel strafbaar zijn onder de Nederlandse artikelen 68 en 69 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR), waarbij de omvang van de ontduiking niet relevant is.

De rechtbank oordeelde dat de feiten voldoen aan de dubbele strafbaarheidsvereiste en dat opzet niet vereist is voor de Nederlandse strafbaarstelling van artikel 68 AWR Pro. De stelling van de verdediging dat de feiten niet strafbaar zouden zijn onder Duits recht wegens geringe omvang werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. Er waren geen weigeringsgronden voor overlevering en het EAB voldeed aan de wettelijke eisen.

Daarom stond de rechtbank de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe wegens belastingontduiking, omdat de feiten dubbel strafbaar zijn en aan de wettelijke vereisten is voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/350360-25 (EAB I)
Datum uitspraak: 10 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 2 januari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 24 november 2025 door het
Amtsgericht Köln, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Duitsland),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 24 februari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Duitse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Turkse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het
AmtsgerichtKeulen van 31 oktober 2025 met kenmerk 501 Gs 2753/25.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

4.1
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering geweigerd dient te worden, omdat de feiten niet dubbel strafbaar zijn. Het element van opzettelijkheid ontbreekt in de omschrijving in het EAB, waarin wordt gesproken over verwijtbaar handelen. Het element van opzettelijkheid is wel noodzakelijk om te voldoen aan de Nederlandse strafbaarstelling, omdat artikel 69 van Pro de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) opzet als bestanddeel heeft. Tevens is de belastingontduiking niet van grote omvang, waardoor die geen strafbaar feit oplevert onder Duits recht.
4.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten dubbel strafbaar zijn en naar Nederlands recht vallen onder artikel 68 en Pro 69 AWR. De omvang van de belastingontduiking is voor de Nederlandse delictsomschrijving niet relevant.
4.3
Oordeel van de rechtbank
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan, omdat naar Nederlands recht sprake is van overtreding van artikel 68 AWR Pro, waarbij opzet niet vereist is. Daarmee is voldaan aan de eisen van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
ingevolge de belastingwet verplicht zijn tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en een zodanige administratie niet voeren, meermalen gepleegd.
De rechtbank overweegt ten overvloede dat de strafbaarheid naar het recht van de uitvaardigende lidstaat niet ter toetsing staat van de overleveringsrechter. [4] De stelling van de raadsman dat het feit niet strafbaar zou zijn naar Duits recht omdat de belastingontduiking niet van grote omvang is, slaagt daarom niet. Bovendien is deze stelling niet onderbouwd.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 68 AWR Pro en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Köln, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en L. Baroud, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.zie bijv. Rb. Amsterdam 28 februari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5184 en 5 juli 2023,ECLI:NL:RBAMS:2023:4184