ECLI:NL:RBAMS:2026:2664

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
12055931 \ CV EXPL 26-617
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 94 RvArt. 71 RvArt. 246 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing civiele zaak naar team Handelszaken wegens overschrijding bevoegdheid kantonrechter

Duyfjes Trading B.V. vordert inzage in documenten, schadevergoeding en negen verklaringen voor recht tegen [gedaagde]. De kantonrechter onderzoekt de bevoegdheid om de zaak te behandelen, waarbij de financiële waarde van de vorderingen centraal staat.

Hoewel Duyfjes Trading de geldvordering expliciet beperkt tot € 1.750,-, blijkt uit de inhoud van de vorderingen dat het belang van de gevorderde verklaringen voor recht de grens van € 25.000,- overschrijdt. Dit betekent dat de kantonrechter niet bevoegd is de zaak te behandelen, omdat deze geen aardzaak betreft en de financiële waarde de grens overschrijdt.

Daarom wordt de zaak ambtshalve verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bij Team Handel. Partijen worden gewezen op de noodzaak van advocaatvertegenwoordiging en het verschuldigd zijn van een verhoogd griffierecht. De zaak wordt op de civiele rol van Team Handel geplaatst en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De kantonrechter verwijst de zaak naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken wegens overschrijding van zijn financiële bevoegdheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12055931 \ CV EXPL 26-617
Vonnis van 13 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DUYFJES TRADING B.V.,
gevestigd te Bussum,
eisende partij,
hierna te noemen: Duyfjes Trading,
gemachtigde: mr. T.A. Knijp,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H.J. ter Meulen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 januari 2026, met producties en een usb-stick;
- de stelbrief en het verzoek om uitstel voor het indienen van de conclusie van antwoord van de gemachtigde van [gedaagde] ;
- het (ambtshalve) verzoek van de kantonrechter om nadere toelichting met betrekking tot de bevoegdheid;
- het e-mailbericht van de gemachtigde van Duyfjes Trading van 2 februari 2026;
- het e-mailbericht van de gemachtigde van [gedaagde] van 5 februari 2026;
- de nadere akte van Duyfies Trading van 24 februari 2026, genomen op de rol van 27 februari 2026;
- de akte van [gedaagde] van 27 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is tussenvonnis bepaald op vandaag.

2.De gronden van de beslissing

2.1.
Ingevolge artikel 93 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) worden door de kantonrechter behandeld en beslist zaken:
- betreffende vorderingen met een beloop tot € 25.000,-, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist;
- betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,-;
- kort gezegd: aardzaken, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering;
- andere zaken ten aanzien waarvan de wet dit bepaalt.
2.2.
Duyfjes Trading vordert in de dagvaarding inzage, afschrift of uittreksel van twintig apart genoemde bescheiden, een bedrag van € 1.750,- aan schadevergoeding en negen verklaringen voor recht. Zij legt daaraan ten grondslag dat [gedaagde] in haar hoedanigheid van [functie] van [bedrijf] B.V. onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, waardoor zij schade heeft geleden.
2.3.
Naar aanleiding van het verzoek tot uitstel om te concluderen voor antwoord van de gemachtigde van [gedaagde] zijn partijen door de kantonrechter ambtshalve in de gelegenheid gesteld zich (nader) uit te laten over de bevoegdheid van de kantonrechter om van de zaak kennis te nemen. In haar nadere akte stelt Duyfies Trading onder meer:
“2.1. Eiser verklaart hierbijdefinitief, expliciet en onherroepelijkdat de geldvordering in het onderhavige geding is beperkt tot een bedrag van € 1.750,- (…). Eiser zal in dit geding geen hoger geldbedrag vorderen en doet onvoorwaardelijk afstand van het recht om de geldvordering in dit geding in deze procedure te verhogen.
2.2.
Ter uitdrukkelijke verduidelijking: deze beperking betreft uitsluitend het geldelijke verhaal in het onderhavige geding. Deinhoudelijke aansprakelijkheidsstellingenuit de dagvaarding van 12 januari 2026 blijvenonverminderd en ongewijzigd van kracht. De negen verklaringen voor recht en alle feitelijke en juridische stellingen over de rol, het handelen en de aansprakelijkheid van gedaagde worden gehandhaafd.
2.3. (…)
Eiser kiest ervoor het financieel verhaal via andere wegen te effectueren (zie onderdeel 5 hierna) (…)”.
2.4.
Uit deze nadere toelichting en uit de dagvaarding zelf wordt afgeleid dat het belang van de gevorderde verklaringen voor recht van Duyfjes Trading een bedrag van € 25.000,- te boven gaat, terwijl de zaak (voorlopig oordelend) geen aardzaak betreft. Dat Duyfjes Trading in deze procedure afstand doet van het meerdere boven € 1.750,- aan schadevergoeding, is niet voldoende. De kantonrechter is alleen bevoegd de zaak te behandelen als Duyfjes Trading in alle gevallen onvoorwaardelijk van het meerdere afstand had gedaan. Dit heeft zij uitdrukkelijk niet gedaan, zodat ambtshalve wordt geconcludeerd dat de waarden van de gevorderde verklaringen voor recht de grens van € 25.000,- overschrijden. Ingevolge artikel 94 juncto Pro artikel 71 Rv Pro wordt daarom de gehele zaak verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken bij Team Handel en wordt de zaak op de rol van Team Handel ingeschreven. Dat Duyfjes Trading in haar nadere akte heeft aangekondigd dat zij in dat geval de dagvaarding zal intrekken, maakt het voorgaande niet anders. Daarbij wordt opgemerkt dat doorhaling van de zaak ingevolge artikel 246 Rv Pro (ook na verwijzing van de zaak) alleen mogelijk is op gezamenlijk verzoek van partijen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
- verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar een kamer van deze
rechtbank voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank;
- verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol van Team Handel van
woensdag 25 maart 2026 om 10:00 uur;
- wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden
vertegenwoordigd door een advocaat;
- wijst Duyfjes Trading erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht is verschuldigd,
dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op
www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet
zijn bijgeschreven, waarvoor Duyfjes Trading van het Landelijk Dienstencentrum voor de
Rechtspraak (LDCR) een nota met betaalinstructies ontvangt;
- wijst [gedaagde] erop dat na verwijzing griffierecht is verschuldigd, dat dit
griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet
zijn bijgeschreven, waarvoor [gedaagde] een nota met betaalinstructies ontvangt van het
LDCR;
- deelt mee dat van een partij die onvermogend is een lager griffierecht wordt
geheven, indien hij/zij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft
overgelegd:
• een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand. of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen een afschrift van de aanvraag om een toevoeging, dan wel
• een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging);
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.
811