Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2884

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
25/4116
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wmo 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen op grond van Wmo 2015 bevestigd

Eiser heeft op 8 april 2025 een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten.

De rechtbank behandelde het beroep op 12 februari 2026, waarbij eiser niet aanwezig was. Verweerder baseerde zijn besluit op een advies van Argonaut, waarin na dossieronderzoek en medisch onderzoek werd geconcludeerd dat eiser weliswaar mobiliteitsbeperkingen heeft, maar geen medische noodzaak bestaat voor een gesloten buitenwagen. Een scootmobiel in combinatie met aanvullend openbaar vervoer (AOV) werd als passend alternatief geadviseerd.

Eiser voerde aan dat zijn chronische pijn, verminderde weerstand en medische situatie een gesloten buitenwagen vereisen. Na aanvullend medisch advies van Argonaut bleef het oordeel ongewijzigd. De rechtbank oordeelde dat het advies zorgvuldig, inzichtelijk en begrijpelijk was en dat eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten had geleverd om het advies te betwisten.

De rechtbank concludeerde dat eiser voldoende gecompenseerd wordt met een extra geveerde scootmobiel en AOV-pas voor rechtstreeks vervoer. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd wel verplicht het griffierecht aan eiser te vergoeden vanwege de inhoud van het aanvullend advies.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4116

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,verweerder
(gemachtigde: mr. J.C. Smit).

Procesverloop

1.1.
Eiser heeft op 8 april 2025 een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 2 mei 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 juni 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiser is zonder bericht niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
2. Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag voor een gesloten buitenwagen afgewezen en bepaald dat eiser in aanmerking komt voor het aanvullend openbaar vervoer (AOV) in combinatie met een scootmobiel. Eiser wil echter geen gebruik maken van een scootmobiel in natura. Verweerder heeft dit besluit gebaseerd op het advies van Argonaut van 23 april 2025.
3. Uit dit advies van Argonaut volgt dat dossieronderzoek heeft plaatsgevonden. Er is kennisgenomen van een eerder adviesrapport van 15 maart 2023. Eiser is op het spreekuur geweest in aanwezigheid van de adviseur Sociaal Domein. Er is geen aanleiding gezien om te overleggen met een arts van Argonaut of om nadere informatie op te vragen. Tijdens het gesprek heeft eiser ook AOV aangevraagd. De beperkingen van eiser op het gebied van onder andere lopen en het maken van transfers zijn in kaart gebracht. Er is geconcludeerd dat eiser door lichamelijke klachten niet kan voorzien in zijn vervoersbehoeften op alle afstanden. Er wordt echter een negatief advies gegeven voor een gesloten buitenwagen. Er zijn geen medische redenen aangedragen voor de noodzaak van overdekt vervoer. Er wordt wel een positief advies afgegeven voor AOV deur tot deur samen reizend.
4. In de bezwaarprocedure heeft verweerder geen reden gezien om Argonaut om een her-advies te vragen. Volgens verweerder is het advies van Argonaut zorgvuldig tot stand gekomen en is de conclusie begrijpelijk. Uit het advies volgt dat eiser verminderd is in zijn mobiliteit, maar dat er geen medische noodzaak is voor het verstrekken van een gesloten buitenwagen. Om in aanmerking te komen voor een gesloten buitenwagen moet eiser geobjectiveerde (medische) belemmeringen hebben waaruit volgt dat hij niet kan reizen in de buitenlucht. Dit blijkt echter niet uit de aangeleverde stukken. Ondanks zijn medische en functionele beperkingen, voldoet eiser niet aan de gestelde voorwaarden voor een gesloten buitenwagen. Verweerder ziet geen reden om de hardheidsclausule toe te passen.
Het standpunt van eiser
5. Eiser voert aan dat hij wel aan alle voorwaarden voor een gesloten buitenwagen voldoet. Hij heeft beperkingen aan zijn rug en linkerbeen. Vanwege chronische pijn (eiser krijgt hiervoor medicatie), slecht slapen en een verminderde eetlust is zijn weerstand laag. Met een scootmobiel kan hij daarom niet door weer en wind. Eiser moet zijn boodschappen kunnen halen en direct naar huis toe kunnen om de pijn te kunnen opvangen als dat nodig is. Bij vervoer met het AOV is dat niet mogelijk omdat hij moet wachten en anderen moeten worden opgehaald en weggebracht. Eiser is onder behandeling van het OLVG en Bergman clinics. Eiser heeft zijn medische gegevens meegestuurd. Daarnaast heeft eiser ook een besluit meegestuurd van 24 maart 2025 waaruit volgt dat hij een urgentieverklaring van de gemeente Amsterdam heeft gekregen. Dit besluit is genomen na raadpleging van zijn dossier en op basis van het advies van de GGD-arts.
Het aanvullend advies van Argonaut van 1 oktober 2025
6. Gelet op de in beroep overgelegde medische gegevens heeft verweerder Argonaut om een aanvullend advies gevraagd. Uit het aanvullend advies volgt dat dossieronderzoek heeft plaatsgevonden. De medische informatie van 22 juni 2020, 13 januari 2021 en 7 april 2022 is bestudeerd. Er is informatie opgevraagd bij en ontvangen van de huisarts. Eiser heeft het spreekuur bezocht op 24 september 2025. Het onderzoek is uitgevoerd door een arts. De arts beschrijft dat eiser een ernstige en invaliderende aandoening heeft aan zijn rug. Eiser is herstellende van een ingreep en hij heeft veel pijn. De arts overweegt dat eiser nog een operatie wil ondergaan, waardoor de pijn naar verwachting zal afnemen. Zijn mobiliteit zal beperkt blijven vanwege een blijvende beperking van zijn linker been. Volgens de arts is een en ander in lijn met de aangeleverde medische informatie en de informatie van de huisarts. Er bestaat echter geen reden om af te wijken van het vorige advies. Voor verplaatsing in de directe omgeving is een scootmobiel de meest adequate oplossing. Door medicatie en aandoeningen is eiser kwetsbaar voor infecties. Eiser heeft hier enigszins gelijk in. Volgens de arts geldt dit echter voor infecties als gevolg van onvoldoende/ verkeerde hygiëne. Dit komt niet voort uit het verblijf in de buitenlucht. Eiser moet daarbij wel rekening houden met de weersomstandigheden en zich hierop kleden. Eiser heeft astma. Hij gebruikt hiervoor medicatie (pufjes). Verblijf in de buitenlucht is niet bezwaarlijk voor iemand met astma of hooikoorts. Gelet op wat er het afgelopen jaar is gebeurd en de medische conditie van eiser, is hij ook kwetsbaar. Maar ook dit is geen reden om niet in de buitenlucht te komen. De arts adviseert een scootmobiel die extra geveerd is om schokken en trillingen tegen te gaan. Bij gebruik van het AOV voor grotere afstanden, wordt rechtstreeks vervoer geadviseerd. Het is van belang om de duur van de rit te bekorten, omdat eiser moet kunnen vertreden. Tot slot is de eigen bijdrage voor een scootmobiel en het AOV besproken. Eiser kan dat niet betalen en hij is hiervoor verwezen naar de gemeente.
Het oordeel van de rechtbank
7. Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep mag een bestuursorgaan alleen op een medisch advies afgaan als dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is en begrijpelijk is gemotiveerd. Voorts dient een advies voldoende aanknopingspunten te bieden om invulling te geven aan de vergewisplicht die op verweerder rust. [1] Het is vervolgens aan de aanvrager om door middel van medische stukken aannemelijk te maken dat het advies niet klopt. [2] Dit betekent dat duidelijk moet zijn op grond van welke vormen van onderzoek en op basis van welke gegevens de adviseur tot zijn bevindingen is gekomen. Op het moment dat hieraan wordt voldaan, mag verweerder daar in beginsel op vertrouwen bij zijn besluitvorming. Dit is anders wanneer de aanvrager concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het advies aandraagt.
8. De adviezen van Argonaut voldoen naar het oordeel van de rechtbank aan voornoemde voorwaarden. De adviezen zijn inzichtelijk en voldoende gemotiveerd. Alle beschikbare medische informatie is meegewogen, eiser is twee keer op het spreekuur gezien en zijn beperkingen worden ook onderkend.
9. Eiser voert in beroep aan dat hij is aangewezen op een gesloten buitenwagen vanwege zijn gezondheidssituatie en verminderde weerstand. De rechtbank stelt vast dat de arts van Argonaut dit punt heeft beoordeeld en in het aanvullend advies van 1 oktober 2025 heeft toegelicht waarom het reizen in de buitenlucht de kans op infecties niet vergroot als eiser rekening houdt met de weersomstandigheden en zich hierop kleedt. De rechtbank vindt deze uitleg navolgbaar.
10. Daarnaast blijkt uit het aanvullend advies dat eiser is aangewezen op een scootmobiel die extra geveerd is in combinatie met een AOV-pas rechtstreeks en alleen reizend vervoer. Verweerder heeft dit op de zitting bevestigd en toegezegd dat eiser hier nog steeds voor in aanmerking komt. Bij gebruikmaking van de AOV-pas zal eiser dus rechtstreeks naar zijn bestemming worden gebracht en is tussendoor overstappen niet aan de orde. Hierdoor wordt lang wachten in de buitenlucht beperkt.
11. De rechtbank oordeelt dat uit de genoemde adviezen van Argonaut niet naar voren komt dat eiser vanwege zijn medische belemmeringen is aangewezen op een gesloten buitenwagen. Eiser kan gebruik maken van een scootmobiel (extra geveerd model) in combinatie met een AOV-pas (rechtstreeks en alleenreizend vervoer) en daarmee is hij voldoende gecompenseerd voor zijn beperkingen.

Conclusie

12. Het beroep is dus ongegrond. De rechtbank ziet evenwel reden om te bepalen dat verweerder het griffierecht aan eiser moet vergoeden. Gelet op de inhoud van het aanvullend advies van Argonaut heeft eiser terecht beroep ingesteld.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.E. Berghout, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Voetnoten

1.Uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1124.
2.Zie in dit verband bijvoorbeeld de uitspraak van 11 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:77.