Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
Bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
Bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
op 2 juni 2025 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangever 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- een baksteen tegen het hoofd, van die [aangever 1] heeft gegooid,
op 2 juni 2025 te Amsterdam, [aangever 1] heeft bedreigd met zware mishandeling, door een baksteen in de richting van die [aangever 1] te gooien.
In zaak B:
op 27 juli 2025 te Amsterdam, [aangever 2] heeft mishandeld, door die [aangever 2] tegen het gezicht te slaan;
op 27 juli 2025 te Amsterdam [aangeefster] heeft mishandeld, door die [aangeefster] tegen de buik te trappen;
op 27 juli 2025 te Amsterdam opzettelijk in het openbaar, te weten op de Oudezijds Achterburgwal handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten zijn broek en onderbroek naar beneden te trekken en zichzelf te bevredigen;
op 27 juli 2025 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: “kankerlijers” en “nazi’s”.
op 22 mei 2025 19:30 uur te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende – zakelijk weergegeven – om zich uit het overlastgebied Zuidoost, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;
op 22 mei 2025 te Amsterdam, opzettelijk ambtenaren te weten [agent 1] , agent Eenheid Amsterdam Politie en [agent 2] , agent Eenheid Amsterdam Politie, gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: “jullie kanker moeders”.
op 22 mei 2025 te Amsterdam, zich met geweld en bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren, te weten [agent 1] , agent Eenheid Amsterdam Politie en [agent 2] , agent Eenheid Amsterdam Politie, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door:
-weg te lopen, en
-met zijn armen te zwaaien, en
-met tegenwaardse druk zijn arm los te trekken, en
-zijn linkerarm telkens weg te trekken.
op 30 april 2025 te Amsterdam, opzettelijk ambtenaren, te weten [hoofdagent] (hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam) en/of [agent 1] (agent bij de Eenheid Amsterdam), gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: “tabon dia meck, kanker flikkers” en “kanker neger, jullie hebben niks te doen”.
op 30 april 2025 te 19:35 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende – zakelijk weergegeven – om zich uit het overlastgebied Zuidoost, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
.Hij is immers niet goed in staat om zijn middelengebruik te hanteren, met name wanneer hij tegenslagen heeft of pijnlijke gevoelens ervaart, zoals bij het overlijden van zijn moeder. Tevens dient aandacht uit te gaan naar dagbesteding. Wanneer het zorgpakket goed is afgestemd op verdachte en hij geen middelen gebruikt vertoont hij nauwelijks gedragsproblemen. Teneinde verdachte optimaal te motiveren voor voornoemde behandeling en begeleiding wordt geadviseerd om deze op te leggen als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
10 (tien) maanden.
2 (twee) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
[--]
[--]
[--]
[--]
[--]
[--]
[--]
[--]
[--]