Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Gdańsk,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court Gdańsk-North in Gdańskvan 8 november 2021 (II K 934/21)
the District Court Gdańsk-North in Gdańskvan 10 februari 2022 (II K 1570/21)
[adres 2]opgegeven als correspondentieadres en een adres-instructie ondertekend. Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat dit het adres van zijn moeder is. De oproep voor de zitting is volgens de aanvullende informatie van 21 januari 2026 naar dat adres verstuurd. Het had op de weg van de opgeëiste persoon gelegen om uitleg te vragen aan de Poolse autoriteiten over de adres-instructie als hij deze niet begreep. Op grond van de hiervoor genoemde omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot brieven die op zijn correspondentieadres bezorgd werden, terwijl zorgvuldigheid van hem verwacht mocht worden aangezien hij redelijkerwijs rekening ermee moest houden dat er een procedure zou volgen. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om af te zien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro. Het verweer wordt verworpen.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 11 OLW Pro
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Gdańsk, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.