Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Poznań (Sąd Okręgowy W Poznaniu),Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
decision of 14 June 2019 of the Poznań – Grunwald and Jeżyce District Court in Poznań (VIII Ko 965/19) with the order to impose a substitutive custodial sentence of 182 days for [de opgeëiste persoon] to replace the penalty of one year of restriction of liberty handed down in the judgment of 24 May 2018 of the Poznań — Grunwald and Jeżyce District Court in Poznań (VIII K 343/18).
the Poznań — Grunwald and Jeżyce District Court in Poznańvan 14 juni 2019.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
restriction of libertyis opgelegd in de vorm van een taakstraf. Omdat de opgeëiste persoon geen contact heeft opgenomen met de reclassering en niet is gestart met deze taakstraf, is bij beslissing van 14 juni 2019 met kenmerk VIII Ko 965/19 de omzetting van de taakstraf in een vervangende gevangenisstraf van 182 dagen bevolen.
Abbottly) dat van een beslissing inzake de tenuitvoerlegging of toepassing van een eerder uitgesproken vrijheidsstraf in ieder geval geen sprake is indien – kort gezegd – aan de betrokkene, ter vervanging van een vrijheidsbeperkende straf, een vrijheidsbenemende straf wordt opgelegd waartoe hij nog niet eerder, ook niet in voorwaardelijke zin, was veroordeeld en waarbij de rechter heeft beschikt over een beoordelingsbevoegdheid (om de vrijheidsbeperkende straf om te zetten in een vrijheidsbenemende straf).
Abbottly-arrest geen sprake van een wijziging van de aard of mate van de oorspronkelijk opgelegde straf. [6] De latere beslissing tot omzetting kan dan worden aangemerkt als een beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde vrijheidsstraf, welke niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro valt. Indien de vrijheidsbenemende straf geen deel uitmaakte van de oorspronkelijke veroordeling – en een nieuwe vrijheidsstraf is – dan moet ook worden bezien of de rechter beoordelingsbevoegdheid heeft gehad.
Kunt u aangeven of de vrijheidsbenemende straf van 182 dagen, die is opgelegd bij beslissing van the Poznań — Grunwald and Jeżyce District Court in Poznań van 14 juni 2019 met kenmerk VIII Ko 965/19, reeds deel uitmaakte van de oorspronkelijke veroordeling waarbij de opgeëiste persoon bij vonnis van the Poznań — Grunwald and Jeżyce District Court in Poznań van 24 mei 2018 met kenmerk VIII K 343/18 een vrijheidsbeperkende straf in de vorm van een taakstraf opgelegd heeft gekregen? Indien u vraag 1 ontkennend beantwoord, kunt u dan de volgende vragen beantwoorden?
Heeft de rechter die de beslissing van the Poznań — Grunwald and Jeżyce District Court in Poznań van 14 juni 2019 met kenmerk VIII Ko 965/19 heeft gewezen beoordelingsbevoegdheid genoten ten aanzien van de beslissing of de vrijheidsbeperkende straf werd omgezet in een vrijheidsbenemende straf?
Heeft diezelfde rechter beoordelingsbevoegdheid genoten met betrekking tot het bepalen van de duur van de vrijheidsstraf?
5.Strafbaarheid
6.Beslissing
SCHORSINGvoor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nader te bevragen zoals in paragraaf 4 is overwogen.
24 maart 2026, opnieuw op zitting wordt aangebracht.