Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3069

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
11721861 \ CV EXPL 25-7707
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArtikel 13 lid 5 algemene voorwaardenBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst en bewijs van teambundelactivatie tussen Vodafone en EU-Tax

Vodafone Libertel B.V. vordert betaling van een openstaand bedrag van EU-Tax B.V. met betrekking tot telecomkosten. EU-Tax betwist de volledige hoofdsom en stelt dat een teambundel was geactiveerd waardoor een deel van de kosten niet verschuldigd zou zijn.

De rechtbank heeft in een tussenvonnis EU-Tax opgedragen bewijs te leveren dat de teambundel op het betreffende telefoonnummer actief was tijdens het in rekening gebrachte verbruik. EU-Tax heeft een screenshot en een verklaring van een oud-medewerker overgelegd, maar Vodafone betwist de authenticiteit en onpartijdigheid hiervan.

De rechtbank oordeelt dat de screenshot onvoldoende bewijs vormt, mede vanwege de aanwezigheid van kosten buiten de bundel en waarschuwingen over overschrijding. Ook blijkt uit de overeenkomst dat de bundel niet was geactiveerd. EU-Tax faalt in haar bewijsopdracht en moet de volledige hoofdsom van €7.105,26 betalen.

Daarnaast veroordeelt de rechtbank EU-Tax tot betaling van wettelijke handelsrente, contractuele rente, buitengerechtelijke incassokosten tot het wettelijke maximum, en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: EU-Tax wordt veroordeeld tot betaling van de volledige hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten aan Vodafone.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11721861 \ CV EXPL 25-7707
Vonnis van 6 maart 2026
in de zaak van
VODAFONE LIBERTEL B.V.,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde: mr. W. van Dijk,
tegen
EU-TAX B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna Vodafone en EU-Tax genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 november 2025 en de daarin genoemde stukken,
- de akte van EU-Tax van 12 december 2025, met producties 1 en 2,
- de antwoordakte van Vodafone van 16 januari 2026, zonder producties,
- de nadere akte van EU-Tax,
- het bezwaar van Vodafone tegen voornoemde akte.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

De nadere akte van EU-Tax
2.1.
EU-Tax heeft een nadere akte ingediend en Vodafone heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De kantonrechter volgt haar in dat bezwaar, aan partijen is geen gelegenheid gegeven om een nadere akte te nemen. Dat betekent dat de nadere akte niet wordt toegelaten.
De verdere inhoudelijke beoordeling
2.2.
In het tussenvonnis van 14 november 2025 heeft de kantonrechter EU-Tax opgedragen te bewijzen dat de teambundel geactiveerd was op het telefoonnummer op het moment van het in rekening gebrachte verbruik. Als EU-Tax in haar bewijsopdracht zou slagen, zou vast komen te staan dat het bedrag van € 2.675,00 aan verbruikskosten binnen de teambundel vielen en dus niet afzonderlijk verschuldigd zijn. In dat geval is EU-Tax gehouden om de rest van de hoofdsom te betalen. Als EU-Tax niet zou slagen in haar bewijsopdracht, is zij de gehele hoofdsom verschuldigd.
2.3.
EU-Tax heeft als volgt bewijs geleverd. Zij heeft opnieuw de screenshot van het online klantenportaal overgelegd, waarbij ditmaal de volledige screenshot is overgelegd waarop nu ook te zien is dat er € 1.038,92 aan verbruik buiten de bundel wordt vermeld. Daarnaast heeft zij een verklaring van één van haar oud-medewerkers overgelegd, waarin deze met zoveel woorden bevestigt dat zij samen met de bestuurder van EU-Tax die screenshot heeft gemaakt. Verder heeft EU-Tax erop gewezen dat zij de screenshot al eerder aan Vodafone heeft toegestuurd, namelijk aan haar incassogemachtigde.
2.4.
Vodafone stelt daartegenover dat de verklaring van de voormalig medewerker onvoldoende onpartijdig is om bij te dragen aan bewijs. Daarnaast wijst ze erop dat op de screenshot expliciet te zien is dat er datakosten buiten de bundel zijn gemaakt, wat EU-Tax had moeten doen is twijfelen. Dat de screenshot al eens met haar incassogemachtigde is gedeeld doet er niet aan af dat zij de authenticiteit daarvan nooit heeft erkend en nog steeds bestrijdt.
EU-Tax slaagt niet in haar bewijsopdracht
2.5.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De onderbouwing van het standpunt van EU-Tax dat zij erop mocht vertrouwen dat de teambundel was geactiveerd, is voornamelijk gebaseerd op één screenshot genomen in februari 2023. Zelfs als de authenticiteit daarvan zou komen vast te staan heeft Vodafone er terecht op gewezen dat uit de screenshot zelf (ook) buiten bundel verbruik volgt. Afgezet tegen het feit dat EU-Tax ook meerdere sms-berichten kreeg met waarschuwingen over overschrijding van haar databundel en dat de teambundel niet blijkens de door Vodafone overlegde overeenkomst was geactiveerd op het telefoonnummer, is deze momentopname onvoldoende om erop te mogen vertrouwen dat de teambundel voor de gehele periode die in deze zaak voorligt was geactiveerd op het telefoonnummer. EU-Tax is dus niet geslaagd in haar bewijsopdracht. Bij die stand van zaken moet het verweer van EU-Tax worden afgewezen. Dat betekent dat zij de gehele hoofdsom van € 7.105,26 verschuldigd is.
Wettelijke handelsrente
2.6.
Vodafone vordert betaling van € 1.435,67 aan wettelijke handelsrente berekend tot en met 28 april 2025, vermeerderd met wettelijke handelsrente plus 2% contractuele rente over het bedrag van € 7.105,26 vanaf 29 april 2025.
2.7.
De verschuldigdheid van de wettelijke handelsrente verhoogd met 2%, vindt haar grondslag in artikel 13 lid 5 van Pro de algemene voorwaarden. EU-Tax heeft daartegen geen verweer tegen gevoerd. De rente is daarom toewijsbaar zoals gevorderd.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.8.
Vodafone vordert betaling van € 1.065,79 aan buitengerechtelijke incassokosten. In de algemene voorwaarden is bepaald dat EU-Tax de buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, maar is niet bepaald hoe dat bedrag moet worden berekend. De kantonrechter sluit daarom aan bij het tarief dat volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. De gevorderde vergoeding is hoger dan het tarief. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Daarom zal een bedrag van € 730,26 worden toegewezen.
Proceskosten
2.9.
EU-Tax is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vodafone worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
900,00
(2,5 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.709,35
2.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt EU-Tax om aan Vodafone te betalen een bedrag van € 8.540,93, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente plus de overeengekomen rente van 2% over een bedrag van € 7.105,26 vanaf 29 april 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt EU-Tax om aan Vodafone te betalen een bedrag van € 730,26 aan buitengerechtelijke kosten,
3.3.
veroordeelt EU-Tax in de proceskosten van € 1.709,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als EU-Tax niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt EU-Tax tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. L.M. Garritsen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.