In deze zaak stond centraal of de overeenkomst tussen verzoekster en verweerster kwalificeert als een arbeidsovereenkomst of een leer-werkovereenkomst, of het dienstverband rechtsgeldig is beëindigd en of het loon over ingehouden wachtdagen terecht is ingehouden.
Verzoekster volgde een mbo-opleiding Pedagogisch Werk en was in dienst bij verweerster als pedagogisch medewerker in opleiding op basis van een overeenkomst voor bepaalde tijd. De opleiding eindigde voortijdig op 1 november 2025, waarna verweerster stelde dat de overeenkomst automatisch eindigde. Verzoekster stelde dat sprake was van een arbeidsovereenkomst en dat de beëindiging een onrechtmatig ontslag op staande voet was, met vorderingen tot schadevergoeding en loonbetaling.
De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst kwalificeert als een leer-werkovereenkomst, omdat de werkzaamheden vooral dienden ter voorbereiding op de opleiding en niet als productieve arbeid konden worden aangemerkt. Het dienstverband eindigde rechtsgeldig door het beëindigen van de opleiding, waardoor geen sprake was van ontslag op staande voet.
Wel werd geoordeeld dat de cao Kinderopvang voorschrijft dat zieke werknemers recht hebben op 100% loonbetaling gedurende de eerste zes maanden ziekte, waardoor het inhouden van loon over de wachtdagen onrechtmatig was. Verweerster werd veroordeeld tot uitbetaling van het ingehouden loon, vermeerderd met wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging. De overige vorderingen werden afgewezen.