ECLI:NL:RBAMS:2026:3163

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
769010
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:299 BWArt. 3:307 BWArt. 6:74 BWArt. 6:119 BWArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gemeente gehouden aan toezegging tot bomenkap voor verduurzaming pand

Eiser, eigenaar van een bedrijfspand in Amstelveen, ontving in 2014 en 2015 toezeggingen van de gemeente om medewerking te verlenen aan het kappen van bomen rondom zijn pand om de zonnepanelen optimaal te laten renderen. De gemeente trok deze toezegging in 2023 in, mede vanwege een gewijzigd groenbeleid en een negatief advies van de Groenraad.

De rechtbank oordeelt dat de toezegging van 1 juni 2015 een ondubbelzinnige en aan de gemeente toe te rekenen toezegging is, ondanks de gestelde voorwaarden die slechts procedureel van aard zijn. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van eiser bij nakoming zwaarder weegt dan het belang van de gemeente bij behoud van de bomen, mede omdat de gemeente geen compensatie of alternatief heeft geboden.

De rechtbank verklaart de vordering van eiser toewijsbaar, veroordeelt de gemeente tot nakoming binnen acht weken, machtigt eiser tot zelfkap bij niet-nakoming, en oordeelt dat de gemeente aansprakelijk is voor de schade vanaf 28 maart 2023. De omvang van de schade wordt verwezen naar een schadestaatprocedure. Tevens wordt de gemeente veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot nakoming van de toezegging tot bomenkap en aansprakelijk gesteld voor de schade vanaf 28 maart 2023.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/769010 / HA ZA 25-1037
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats] ,
eiser,
advocaat: mr. R. Vlaskamp,
tegen
GEMEENTE AMSTELVEEN,
zetelend in Amstelveen,
gedaagde,
advocaat: mr. C.W. Kniestedt.
De rechtbank noemt partijen hierna [eiser] en de gemeente.

1.De procedure

1.1.
In het dossier zitten de stukken:
- de dagvaarding van 6 mei 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 6 augustus 2025, waarin de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bepaald,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken, waarna de zaak is aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen te onderzoeken of een regeling mogelijk is,
- het bericht van partijen van 19 november 2025 waarin zij alsnog vonnis hebben gevraagd.
1.2.
De rechtbank heeft ten slotte bepaald dat zij vandaag uitspraak doet.

2.De feiten

2.1.
In 1987 heeft de onderneming van [eiser] (Gold Car B.V.) een perceel grond gekocht aan de [adres] . Op haar perceel heeft Gold Car B.V. een bedrijfspand gebouwd genaamd “ [naam pand] ” (hierna:
het pand). Vervolgens heeft de gemeente rondom het perceel bomen geplant, die nadien zijn uitgegroeid tot volwassen exemplaren.
2.2.
[eiser] heeft de gemeente op 5 december 2013 op de hoogte gebracht van zijn plannen om het pand te verduurzamen en energiepositief te maken. In dat kader heeft hij de gemeente instemming gevraagd voor het kappen van 43 bomen op het perceel van de gemeente.
2.3.
Op 15 juli 2014 heeft de gemeente het verzoek van [eiser] (grotendeels) gehonoreerd en toegezegd medewerking te verlenen aan het energiepositief maken van het pand door het verwijderen van 40 bomen aan de zuidzijde (op onderstaande afbeelding groen omcirkeld) en westzijde (op onderstaande afbeelding rood omcirkeld) van het pand. In de toelichting bij het besluit van 15 juli 2014 staat onder meer:
“Omdat de zonnepanelen naast op het dak, aan 3-zijden van het gebouw worden opgehangen, is het noodzakelijk om de omringende boombeplanting te verwijderen. Gedeeltelijke kap of snoei is niet effectief, omdat de werking van de zonnepanelen alleen rendeert bij volle zon-exposure.”
[Afbeelding]
2.4.
Ondanks dat het kappen van de bomen niet strookte met het toen geldende, behoudende groenbeleid heeft de gemeente, na een positief advies van de Groenraad Amstelveen, toestemming gegeven voor de kap van de bomen om de volgende reden, zoals verwoord in de toelichting:
“Het college[
van burgemeester en wethouders van de gemeente,toevoeging rechtbank]
wil initiatieven van bewoners en ondernemers stimuleren en wil dit specifieke geval dat ook als voorbeeld wordt genoemd in het collegeakkoord, een kans geven. Het college kiest voor de aanpak die de grootste bijdrage levert aan de milieukwaliteit, leefomgeving en aantrekkelijkheid van de stad. Deze pilot is in het collegeprogramma opgenomen en wordt voor Amstelveen als een voorbeeld gezien. Niet alleen vanuit milieu en duurzaamheid, maar ook vanuit economie: bestrijding kantorenleegstand, eerst bestaande panden vernieuwen en initiatieven vanuit de ondernemers de ruimte geven. [eiser] maakt zijn pand energie-positief, dit zou de eerste situatie in Europa zijn (die energie terug levert in deze vorm).”
2.5.
Aan het besluit van 15 juli 2014 heeft de gemeente twee voorwaarden verbonden, namelijk (i) dat er een flora- en faunaonderzoek gedaan wordt voorafgaand aan de uitvoering van de bomenkap, waaruit moet volgen dat de bomenkap geen strijd oplevert met de (destijds geldende) flora- en faunawet en (ii) dat de uitvoeringskosten en de vergoeding van de waarde van het groen voorafgaand aan de werkzaamheden op [eiser] verhaald worden.
2.6.
In het besluit van 15 juli 2014 staat onder andere:
[Afbeelding]
2.7.
[eiser] heeft de zonnepanelen in 2014 op het dak van het pand en aan drie van de gevels van het pand laten plaatsen. Verder heeft [eiser] geïnvesteerd in de verduurzaming van het pand door het plaatsen van kleine windturbines op het dak, het isoleren van het dak, het aanbrengen van witte dakbedekking, het plaatsen van warmtepompen en batterijen en het vervangen van de ramen.
2.8.
In opdracht van de gemeente heeft The Blue Deal B.V. (hierna: The Blue Deal) vanaf eind 2014 een schaduw-capaciteitsberekening uitgevoerd met betrekking tot de bomenkap en de zonnepanelen op/aan het pand. Uit het rapport van 23 april 2015 van The Blue Deal blijkt dat in de huidige situatie (zonder bomenkap) de opbrengsten van de zonnepanelen op de platte daken 12% lager zijn in vergelijking met het kappen van 43 bomen.
2.9.
Naar aanleiding van het rapport van The Blue Deal heeft de gemeente in overleg met [eiser] en de bewoners van de nabijgelegen [locatie 1] op 1 juni 2015 besloten tot een heroverweging van haar besluit van 15 juni 2014 om medewerking aan de bomenkap te verlenen. In het besluit van 1 juni 2015 staat dat de gemeente haar medewerking zal verlenen aan de kap van 36 bomen. Aan dit heroverwogen besluit tot medewerking aan de kap heeft de gemeente dezelfde voorwaarden verbonden als de voorwaarden genoemd in het besluit van 15 juli 2014: (i) een flora- en fauna onderzoek waaruit volgt dat de bomenkap niet in strijd is met de flora- en faunawet en (ii) dat het kostenverhaal voorafgaand aan de kap in een overeenkomst met [eiser] is vastgelegd én is betaald. In het besluit van de gemeente van 1 juni 2015 staat:
[Afbeelding]
2.10.
De bomenkap is in 2015 niet uitgevoerd omdat er inmiddels ook plannen waren voor volledige herontwikkeling van de wijk. De gemeenteraad heeft voor deze herontwikkeling op 8 februari 2017 de “ [projectnaam] ” vastgesteld. Het doel van het [projectnaam] was een integrale ontwikkeling van de gronden van de betrokken partijen naar woningbouw, met in totaal circa 170 woningen. Onderdeel van dit project was dat het pand van [eiser] zou worden uitgebreid, verhoogd en veranderd in een gemengde woon- en kantoorbestemming. De toegezegde bomenkap zou als gevolg van die ontwikkeling mogelijk niet nodig zijn.
2.11.
In december 2022 werd duidelijk dat het [projectnaam] financieel niet haalbaar is. Op 14 maart 2023 heeft de gemeente daarom besloten om de samenwerking
met de betrokken marktpartijen te beëindigen.
2.12.
Na het beëindigen van het [projectnaam] heeft [eiser] de gemeente verzocht om alsnog de bomen te kappen.
2.13.
Op 28 maart 2023 heeft de gemeente, na een negatief advies van de Groenraad Amstelveen, de eerder toegezegde medewerking aan de bomenkap ingetrokken. Als achtergrond bij deze intrekking heeft de gemeente aangegeven dat sinds 2014 “een stevig standpunt” bestaat voor het behoud en het versterken van groen in Amstelveen en dat bomen niet worden gekapt voor het plaatsen van zonnepanelen omdat hedendaagse zonnepanelen een hoger rendement hebben en ook bij gedeeltelijk schaduw nog een redelijke opbrengst hebben. De gemeente vindt het algemene belang van groen belangrijker dan het individuele of groepsbelang van zonnepanelen.
2.14.
De gemeente heeft daarna de “Groenvisie 2024” opgesteld, zijnde een uitwerking van haar beleid op het gebied van groen in Amstelveen. In de Groenvisie 2024 maakt de gemeente duidelijk dat zij ‘groen’ als kernkwaliteit van Amstelveen beschouwt en daarom het ‘groen’ wil behouden en versterken. Vervolgens heeft de gemeente op 29 januari 2025 het “Bomenplan gemeente Amstelveen” vastgesteld. Het Bomenplan, dat als doel heeft bomen te beschermen en de belangrijkste bomenstructuren in de gemeente in stand te houden, is een uitwerking van de Groenvisie 2024 en de “Visie Gezonde Leefomgeving”.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank:
I. de gemeente veroordeelt om de toezegging van 1 juni 2015 na te komen door de bomen te kappen die op productie 4 aangeduid zijn met nummers 8 tot en met 21, 27 tot en met 42 en 22 tot en met 26 binnen veertien kalenderdagen na het vonnis en bepaalt dat als de gemeente daartoe binnen die termijn niet over is gegaan, [eiser] machtigt om zelf voornoemde bomen te kappen of te laten kappen en de gemeente veroordeelt de bomen 22 tot en met 26 niet te vervangen door bomen die hoger worden dan 15 meter en de overige voornoemde bomen geheel niet te vervangen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per boom voor iedere dag of deel daarvan dat de vervangende bomen aanwezig zijn in strijd met de te wijzen veroordeling, met een maximum van € 200.000.000,-;
II. voor recht verklaart dat de gemeente toerekenbaar tekortgekomen is jegens [eiser] , althans onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door de toezegging van 1 juni 2015 niet na te komen en de gemeente veroordeelt de geleden schade te vergoeden vanaf het moment dat de gemeente tekortgekomen is in de nakoming van de toezegging tot het moment dat de gemeente de toezegging nakomt, welke schade nader wordt opgemaakt bij staat;
Als de vorderingen onder I en II worden afgewezen, vordert [eiser] dat de rechtbank:
III. voor recht verklaart dat de gemeente toerekenbaar tekortgekomen is jegens [eiser] , althans onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door de toezegging van 1 juni 2015 niet na te komen en de gemeente te veroordelen alle schade te vergoeden die [eiser] lijdt door die tekortkoming, althans onrechtmatige gedraging, welke schade nader wordt opgemaakt bij staat.
[eiser] vordert in elk geval dat de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten, met wettelijke rente. Hij verzoekt daarbij te bepalen dat het vonnis ook moet worden uitgevoerd als hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).
3.2.
[eiser] stelt dat de gemeente op 15 juni 2014 en in gewijzigde vorm op 1 juni 2015 een toezegging aan [eiser] heeft gedaan om medewerking te verlenen aan de bomenkap. Op verzoek van [eiser] heeft de gemeente dus een verklaring geopenbaard die op rechtsgevolg gericht is. Zodoende is een verbintenis tot stand gekomen. [eiser] wenst dat de gemeente die verbintenis nakomt. Als de gemeente weigert de toezegging na te komen, wil [eiser] gemachtigd worden om zelf datgene te bewerkstelligen waartoe nakoming zou hebben geleid (op grond van artikel 3:299 BW Pro).
3.3.
Verder stelt [eiser] dat de verplichting van de gemeente om zich te houden aan de gedane toezeggingen ook volgt uit het vertrouwensbeginsel. De publiekrechtelijke jurisprudentie omtrent de toepassing van het vertrouwensbeginsel is van overeenkomstige toepassing in het civiele recht. Door het niet nakomen van de toezegging heeft [eiser] bovendien schade geleden, die op grond van artikel 6:162 BW Pro of artikel 6:74 BW Pro vergoed moet worden door de gemeente. Als de gemeente haar toezegging was nagekomen, hadden de zonnepanelen van [eiser] vanaf dat moment beter gerendeerd. Dat rendement mist [eiser] nu. [eiser] wil daarom het gemis aan rendement tot het moment dat de gemeente haar toezegging nakomt vergoed krijgen, evenals andere schade. Vanwege de complexiteit van de berekening van schade wordt gevraagd de schade nader op te maken bij staat, aldus tot hier [eiser] .
3.4.
De gemeente voert verweer, waarop de rechtbank hierna bij de beoordeling ingaat voor zover relevant. De gemeente concludeert tot afwijzing van alle vorderingen van [eiser] en tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten, met wettelijke rente.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of de gemeente verplicht is om alsnog bomen te kappen. Om die vraag te beantwoorden, moet de rechtbank eerst beoordelen of sprake is van een toezegging van de gemeente. Geoordeeld wordt dat daarvan sprake is. De redenen daarvoor zijn de volgende.
4.2.
[eiser] doet een beroep op het vertrouwensbeginsel als grondslag voor zijn vordering tot nakoming van de gestelde toezegging van de gemeente om bomen te kappen. De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel drie stappen moeten worden doorlopen. De eerste stap is het vaststellen of sprake is van een toezegging. De tweede stap is vaststellen of die toezegging is toe te rekenen aan een bestuursorgaan. De derde stap houdt in dat de betrokken belangen moeten worden afgewogen. Het vertrouwensbeginsel brengt niet mee dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd moeten worden gehonoreerd. Daarvoor is vereist dat bij afweging van de betrokken belangen, waarbij het belang van degene bij wie de gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt zwaar weegt, geen zwaarder wegende belangen aan het honoreren van de verwachtingen in de weg staan. Die zwaarder wegende belangen kunnen zijn gelegen in strijd met de wet, het algemeen belang en meer specifiek belangen van derden. [1]
De toepassing van deze in het bestuursrecht ontwikkelde maatstaf verschilt niet van de toepassing van de civielrechtelijke maatstaf, die inhoudt dat (ook) de overheid een toezegging in beginsel moet nakomen maar dat het onder bijzondere omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn om van de overheid nakoming van de toezegging te verlangen. [2]
Stap 1 en 2: de gemeente heeft een toezegging gedaan die aan haar is toe te rekenen
4.3.
Volgens de gemeente heeft zij geen toezegging gedaan. Daartoe voert zij het volgende aan. Van een toezegging is pas sprake wanneer [eiser] kan aantonen dat uitlatingen en/of gedragingen van de gemeente bij hem redelijkerwijs de indruk hebben gewekt van een welbewuste, ondubbelzinnige toezegging. Hiervan is geen sprake omdat de gemeente uitdrukkelijk een voorbehoud heeft gemaakt. Aan haar besluit van 1 juni 2015 om medewerking te verlenen aan de kap van 36 bomen heeft de gemeente uitdrukkelijk twee voorwaarden verbonden. Zonder vervulling van die voorwaarden zouden de bomen niet worden gekapt en blijft het besluit van 1 juni 2015 slechts een intentieverklaring vanuit de gemeente om concrete afspraken over de kap te maken. Dat beide voorwaarden wel of niet vervuld zouden worden, was allerminst zeker.
4.4.
Daarnaast betoogt de gemeente dat de bomen destijds niet zijn gekapt omdat [eiser] mee wilde doen aan het [projectnaam] . Daardoor zijn vele jaren verstreken. In die tijd zijn de omstandigheden waaronder de intentie door de gemeente is uitgesproken om medewerking aan de kap te verlenen, sterk veranderd. Om die reden heeft de gemeente op 28 maart 2023 haar besluit van 1 juni 2015 ingetrokken, met als gevolg dat er nooit een situatie is ontstaan waarin [eiser] er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat de bomenkap daadwerkelijk zou plaatsvinden. Tot aan de intrekking golden nog de voorwaarden die nooit zijn vervuld, aldus nog steeds de gemeente.
4.5.
De rechtbank is, anders dan de gemeente, van oordeel dat het besluit van 1 juni 2015 moet worden aangemerkt als een ondubbelzinnige toezegging om tot kap van de bomen over te gaan. De gemeente heeft in dat besluit weliswaar twee voorwaarden gesteld aan de kap van de bomen (het flora- en fauna-onderzoek en de kostenvergoeding) maar dat doet niet af aan het karakter van de toezegging als zodanig. De voorwaarden zijn namelijk alleen procedureel van aard en betreffen alleen het moment van uitvoering van het besluit van 1 juni 2015.
4.6.
In het kader van de Flora- en Faunawet (die destijds gold [3] ) is het gebruikelijk om een flora en fauna onderzoek te doen voor de uitvoering van een project. Het doel van het flora en fauna onderzoek is om uit te sluiten dat in het gebied van de te kappen bomen zich nesten van dieren bevinden en om er zeker van te zijn dat de voorgenomen kapwerkzaamheden geen negatieve effecten hebben op beschermde plant- en diersoorten. De uitkomst van het flora en fauna onderzoek heeft geen invloed op de beslissing om bomen te kappen; het heeft alleen invloed op het moment van kappen. Zo moet eventueel het broedseizoen worden afgewacht als er nesten worden gevonden. Het flora en fauna onderzoek was door de gemeente overigens al opgestart na het eerste besluit in 2014. Daarnaast heeft [eiser] begin 2025 een ecologische quickscan laten uitvoeren. Uit het daarover opgestelde rapport van 31 maart 2025 blijkt dat er op dat moment vanuit het perspectief van natuurbescherming geen belemmeringen waren voor de bomenkap.
4.7.
Over de voorwaarde van kostenverhaal geldt het volgende. [eiser] heeft van meet af aan te kennen gegeven dat hij bereid is om de kosten van de kap van de bomen te betalen. Hij is dat nog steeds. Er is door de gemeente nooit getwijfeld aan de betalingsbereidheid van [eiser] , ook nu niet. De gemeente kan [eiser] daarom nu niet tegenwerpen dat er nog geen overeenkomst tot kostenverhaal is gesloten omdat de gemeente zelf een dergelijke overeenkomst nog niet heeft aangeboden aan [eiser] .
4.8.
[eiser] mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat de gemeente de bomen zou kappen conform haar besluit van 1 juni 2015. Er is dus sprake van een toezegging.
4.9.
De gemeente betwist niet dat deze toezegging aan haar toerekenbaar is, zodat dit vast staat.
Stap 3: het belang van [eiser] weegt zwaarder dan dat van de gemeente
4.10.
De derde stap is dat voor de beantwoording van de vraag of de toezegging moet worden nagekomen, de betrokken belangen moeten worden afgewogen. In deze belangenafweging weegt het belang van [eiser] bij wie de gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt zwaar. De belangenafweging valt in het voordeel van [eiser] uit als er geen zwaarderwegende andere belangen aan het honoreren van de verwachtingen in de weg staan. Zoals gezegd, kunnen die zwaarwegende andere belangen zijn gelegen in strijd met de wet, het algemeen belang en meer specifiek de belangen van derden. Hoe deze belangenafweging uitvalt, is telkens afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Naarmate belangen van derden of algemene belangen zich sterker tegen nakoming van de toezegging verzetten, zal zich eerder het geval voordoen dat degene aan wie de toezegging is gedaan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verlangen dat het overheidslichaam de toezegging nakomt. Dat kan in het bijzonder het geval zijn indien het overheidslichaam voorziet in een alternatief of compensatie, waardoor het nadeel door het niet nakomen van de toezegging op adequate wijze wordt ondervangen. [4] De rechtbank zal hierna ingaan op de belangen van enerzijds [eiser] en anderzijds de belangen van de gemeente.
4.11.
[eiser] heeft een zwaarwegend belang bij het door de gemeente gestand doen van de toezegging op grond van het vertrouwensbeginsel. [eiser] belang is er verder materieel in gelegen dat het rendement van de zonnepanelen op zijn pand verbetert als de bomen zijn gekapt. Optimalisatie van het rendement van de zonnepanelen is voor [eiser] van wezenlijk belang omdat hij het pand heeft gerenoveerd met als doel het pand energiepositief te maken. Daarvoor heeft hij aanzienlijke investeringen gedaan van naar eigen zeggen ongeveer € 600.000. Hij heeft in 2014 hoogrendement-zonnepanelen op het dak en aan drie gevels geplaatst. Verder heeft hij kleine windturbines op het dak geplaatst, het dak geïsoleerd, witte dakbedekking aangebracht, warmtepompen geplaatst, de ramen vervangen en een accu-installatie geplaatst om de gegenereerde stroom op te slaan. De bomen belemmeren dat zonlicht op de zonnepanelen valt. Ook stelt [eiser] overlast en schade te ondervinden door bladverlies en vallende takken. Uit het onderzoek dat partijen hebben laten uitvoeren in 2014 door The Blue Deal blijkt dat het rendementsverlies destijds tenminste 12% bedroeg. Uit de toelichting op het besluit van 1 juni 2015 blijkt dat, rekening houdend met de groei van de bomen, het rendementsverlies in vijf tot tien jaar zou oplopen tot 23%. Gelet op het tijdsverloop sinds 2015 kan dus worden aangenomen dat het rendementsverlies inmiddels in voornoemde orde van grootte ligt. Het belang van [eiser] dat wordt gediend met het kappen van de bomen geldt dus nog steeds en is zelfs groter geworden.
Volgens de gemeente is het belang van [eiser] minder geworden doordat sprake is van netcongestie op het elektriciteitsnet waardoor teruglevering van elektriciteit minder oplevert. De rechtbank volgt de gemeente hierin niet en is van oordeel dat het probleem van netcongestie niet afdoet aan de belangen van [eiser] . [eiser] heeft namelijk onweersproken toegelicht dat hij in het pand voorzieningen heeft getroffen, waaronder een accu-installatie, waardoor hij zelf kan bepalen op welke moment hij energie teruglevert.
4.12.
De gemeente voert aan dat haar belang bij behoud van de bomen erin is gelegen dat de uitvoering van haar beleid is gericht op verbetering van de biodiversiteit. De te kappen bomen staan in de hoofd groenstructuur en in het wijkgroen van de gemeente. Het kappen van de bomen tast dus de leefbaarheid van de buurt aan en is schadelijk voor het welzijn van de omwonenden. De bomen zorgen namelijk voor verkoeling op warme dagen, wat steeds essentiëler is geworden als gevolg van de stijgende temperaturen door klimaatverandering. Daarnaast beperken de bomen windhinder rondom de gebouwen in de buurt. Ook vormen de bomen een groene long die veel fijnstof afvangt. Verder vormen de bomen een geluidsbuffer langs [locatie 2] , die sinds 2014 veel drukker geworden is. De kap zou een groot gat in de groene wand langs [locatie 2] veroorzaken. De energie die nodig is voor de kap en de C02 en stikstof waarden die daarbij uitgestoten zouden worden zijn aanzienlijk. Tegelijkertijd kan minder C02 worden opgeslagen door de kap van de bomen. Herplanting is geen oplossing (meer) voor dit verlies aan opslagcapaciteit, aangezien de volgroeide bomen inmiddels zoveel capaciteit huizen dat dit niet te compenseren valt. De bomen zijn gezond, waardoor de gemeente alleen over zal gaan tot kap wanneer er een dringende noodzaak bestaat. Die is er niet. De bomen zijn sinds 2014 goed gegroeid en de levensverwachting van alle bomen is goed.
4.13.
De rechtbank overweegt dat de door de gemeente genoemde belangen in wezen dezelfde zijn als in 2014 en 2015. De gemeente had toen ook al beleid dat was gericht op het behoud van groen. Desondanks heeft zij destijds het besluit genomen om de bomen te kappen. Er is sindsdien niets wezenlijks veranderd in haar beleid. Volgens de gemeente is het besluit om de bomen desondanks te kappen toen genomen vanwege het unieke karakter van de verduurzamingsplannen van [eiser] binnen Nederland en Europa. Maar het pand van [eiser] is volgens de gemeente nu niet meer uniek omdat er inmiddels veel meer panden zijn die energieneutraal of energiepositief zijn. [eiser] betwist dit gemotiveerd. Volgens [eiser] zit het unieke karakter er in dat het gaat om een bestaand gebouw dat zodanig is gerenoveerd dat het energiepositief is. Gezien deze betwisting van [eiser] lag het op de weg van de gemeente om haar stelling, dat niet langer sprake is van een bijzonder verduurzamingskarakter van het pand, te onderbouwen met concrete feiten en omstandigheden. Dat heeft de gemeente niet gedaan. De rechtbank houdt het er daarom voor dat ook op dit punt niet een wezenlijke verandering heeft plaatsgevonden die maakt dat de gemeente niet aan haar toezegging kan worden gehouden. Als het gaat om de functie van de groenstrook langs [locatie 2] is de rechtbank van oordeel dat ook als de aan de orde zijnde bomen worden gekapt, er in die groenstrook nog voldoende bomen en beplanting overblijven. Bovendien kunnen op de plaats van de te kappen bomen vervangende, meer laagblijvende bomen en struiken worden aangeplant. Daarnaast kan op grotere afstand van het pand van [eiser] nieuw groen worden aangeplant. Daarmee behoudt de groenstrook langs [locatie 2] haar functie.
4.14.
Weliswaar zijn de wederzijdse belangen mogelijk op onderdelen iets anders komen te liggen maar niet zodanig dat de belangen van de gemeente nu zwaarder wegen dan die van [eiser] . Daar komt bij dat de gemeente ook in het geheel geen compensatie of redelijk alternatief heeft geboden aan [eiser] . Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden valt de belangenafweging daarom uit in het voordeel van [eiser] .
4.15.
De gemeente voert verder aan dat het zeer onwenselijk is dat van de bomenkap ten faveure van de zonnepanelen precedentwerking uit zou gaan. Met het oog op het
gelijkheidsbeginsel dient de gemeente, zo stelt zij, één lijn te trekken wat betreft de
(beperkte) redenen om ondanks de grote waarde van groen toch over te gaan tot het kappen
van bomen. Dat argument kan de gemeente naar het oordeel van de rechtbank niet baten. Van gelijke gevallen zal niet snel sprake zijn, omdat in het geval van [eiser] ook sprake is van een ondubbelzinnige toezegging én het pand van [eiser] energiepositief is. De gemeente heeft niet gesteld en het is de rechtbank niet gebleken dat ook op deze twee specifieke punten sprake is van soortgelijke gevallen als dat van [eiser] . De rechtbank gaat er daarom van uit dat geen precedentwerking zal uitgaan van de kap omdat het hier gaat om een zeer specifiek geval.
4.16.
De conclusie is dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is dat de gemeente aan haar toezegging wordt gehouden.
De vordering is niet verjaard
4.17.
Het verweer van de gemeente dat [eiser] geen beroep kan doen op nakoming van de toezegging omdat de vordering is verjaard (artikel 3:307 BW Pro) gaat niet op. Weliswaar is vanaf het besluit van de gemeente van 1 juni 2015 tot het verzoek van [eiser] om over te gaan tot het kappen van bomen in januari 2023 meer dan vijf jaar verstreken, maar dat betekent niet dat de vordering van [eiser] is verjaard. De verjaringstermijn is namelijk pas begonnen te lopen vanaf het moment dat de gemeente heeft geweigerd de bomen te kappen en haar toezegging heeft ingetrokken in haar brief van 28 maart 2023. Op 19 december 2023 heeft [eiser] vervolgens een brief naar de gemeente gestuurd, waarin hij heeft verzocht om de bomen alsnog te kappen. Daarmee heeft hij de verjaring op tijd gestuit, zodat de vordering niet is verjaard.
4.18.
Anders dan de gemeente stelt, kan het [eiser] niet worden tegengeworpen dat hij gedurende de samenwerking met betrekking tot de herontwikkeling van het Plangebied
[projectnaam] (september 2015 tot maart 2023) geen aanspraak heeft gemaakt op de toezegging om de bomen te kappen. De gemeente voert aan dat [eiser] het initiatief heeft genomen om mee te doen met het [projectnaam] . Vervolgens heeft de gemeente voorgesteld het kappen van de bomen uit te stellen, om eerst te onderzoeken hoe het gebied zou worden ontwikkeld. Bij hoogbouw zou er namelijk misschien geen noodzaak meer zijn om de bomen te kappen. [eiser] is daarmee akkoord gegaan. De rechtbank maakt hieruit op dat partijen gezamenlijk hebben afgesproken de kap uit te stellen en de onderzoeksresultaten af te wachten. Onder deze omstandigheden is er eerst sprake van een opeisbare vordering van [eiser] op 28 maart 2023, zodat pas op dat moment de verjaringstermijn is aangevangen.
Conclusie vordering I
4.19.
Dit betekent dat de gemeente de bomen met nummers 8 tot en met 21, 27 tot en met 42 en 22 tot en met 26 moet kappen zoals is toegezegd in het besluit van 1 juni 2015. De rechtbank acht het redelijk hieraan een termijn te verbinden van acht weken vanaf de vonnisdatum. [eiser] wordt gemachtigd om de bomen te kappen als de gemeente dat niet binnen die termijn heeft gedaan. Deze machtiging wordt verleend ter uitvoering van het vonnis. [5] Het bezwaar van de gemeente dat het risico bestaat dat [eiser] ander groen kapt dan deze bomen gaat daarom niet op. Bovendien heeft de gemeente het zelf in de hand door op tijd het vonnis uit te voeren.
4.20.
[eiser] vordert verder te bepalen dat de bomen 22 tot en met 26 niet mogen worden vervangen door bomen die hoger worden dan 15 meter en de overige voornoemde bomen geheel niet te vervangen. De rechtbank wijst dit deel van de vordering toe voor zover de gemeente dat in haar besluit van 1 juni 2015 heeft toegezegd. De bomen 22 tot en met 26 mogen dus alleen worden vervangen door bomen van maximaal 15 meter. De andere te kappen bomen mogen alleen worden vervangen voor zover dat geen rendementsverlies van de zonnepanelen geeft. Er is geen aanwijzing dat de gemeente zich hier niet aan zal houden. De gevorderde dwangsom wijst de rechtbank daarom af.
De gemeente is tekortgeschoten en moet ook schade vergoeden
4.21.
De gemeente heeft geweigerd de bomen te kappen toen [eiser] daarom verzocht begin 2023. Gezien het oordeel van de rechtbank in 4.1 tot en met 4.16 was dat ten onrechte. De gemeente is dus tekortgeschoten in haar verplichting de toezegging na te komen. Het is aannemelijk dat het mogelijk is dat [eiser] daardoor schade heeft geleden en nog steeds leidt. [6] Het staat immers vast dat de schaduw van de bomen het rendement van de zonnepanelen vermindert. Dat de gemeente aanvoert dat het rendementsverlies minder groot is dan [eiser] stelt, doet niets af aan de mogelijkheid van schade. Dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is, is voldoende voor verwijzing naar de schadestaatprocedure.
4.22.
Gezien het oordeel van de rechtbank in nummer 4.18, dat de vordering van [eiser] opeisbaar is vanaf 28 maart 2023, en omdat de gemeente eerst vanaf dat moment ook in verzuim is geraakt, gaat het alleen om eventuele schade na 28 maart 2023. Op die datum heeft de gemeente het besluit ingetrokken waaruit [eiser] moest afleiden dat de gemeente in de nakoming van de verplichting tot nakoming van de toezegging zou tekortschieten. [7]
Conclusie vordering II
4.23.
De gemeente is dus aansprakelijk voor de schade van [eiser] vanaf 28 maart 2023 door verminderd rendement van de zonnepanelen door de bomen die de gemeente had moeten kappen volgens het besluit van 1 juni 2015.
4.24.
De omvang van de schade is niet eenvoudig te bepalen omdat die afhankelijk is van verschillende factoren. Daarvoor is verder onderzoek nodig dat in de schadestaatprocedure zal moeten plaatsvinden.
De proceskosten
4.25.
De gemeente krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De rechtbank begroot de proceskosten van [eiser] op:
- dagvaarding € 144,47
- griffierecht € 331,-
- salaris advocaat € 1.306,- (2 punten × tarief € 653)
- nakosten
€ 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.970,47
4.26.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe.
4.27.
De hieronder in de beslissing neergelegde veroordelingen zullen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
veroordeelt de gemeente om de toezegging van 1 juni 2015 na te komen door binnen acht weken na dit vonnis de bomen te kappen die op de door [eiser] overgelegde productie 4 zijn aangeduid met nummers 8 tot en met 21, 27 tot en met 42 en 22 tot en met 26;
5.2.
machtigt [eiser] om zelf voornoemde bomen te kappen of te laten kappen als de gemeente daartoe binnen de termijn van acht weken na dit vonnis niet is overgegaan;
5.3.
veroordeelt de gemeente de bomen 22 tot en met 26 niet te vervangen door bomen die hoger worden dan 15 meter en de overige bomen alleen te vervangen voor zover een dergelijke vervanging geen rendementsverlies van de zonnepanelen op en aan het pand geeft;
5.4.
verklaart voor recht dat de gemeente toerekenbaar tekortgekomen is jegens [eiser] door de toezegging van 1 juni 2015 niet na te komen;
5.5.
veroordeelt de gemeente de geleden schade te vergoeden vanaf het moment dat de gemeente tekortgekomen is in de nakoming van de toezegging (28 maart 2023) tot het moment dat zij de toezegging nakomt, welke schade nader moet worden opgemaakt bij staat;
5.6.
veroordeelt de gemeente in de proceskosten van € 1.970,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 98,- extra betalen, plus de kosten van de betekening;
5.7.
veroordeelt de gemeente in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.8.
verklaart 5.1, 5.2, 5.3, 5.5, 5.6 en 5.7 uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis, rechter, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.

Voetnoten

1.Zie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694, r.o. 11.1 tot en met 11.4.
2.Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1957
3.Sinds 2017: de Wet Natuurbescherming
4.Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1957
5.Zie artikel 3:299 lid 1 BW Pro
6.Volgens vaste rechtspraak is voor verwijzing naar de
7.Zie artikel 6:83 onder Pro c BW