Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te Den Haag,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
Amsterdamse dakopbouwvan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) volgt dat het bij de beoordeling van de vraag of gerechtvaardigde verwachtingen door een bestuursorgaan moeten worden gehonoreerd, aankomt op een afweging van de betrokken belangen. [3] Daarbij heeft de Afdeling overwogen dat het belang van degene bij wie de gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt zwaar weegt, maar dat zwaarderwegende belangen aan het honoreren van de verwachtingen in de weg kunnen staan. Die zwaarderwegende belangen kunnen zijn gelegen in strijd met de wet, het algemeen belang en belangen van derden.
,afgewogen tegen de met de aanleg en het onderhoud van die brug gemoeide substantiële kosten. Het heeft overwogen dat het belang van [eiser] bij nakoming van de door de Staat gedane toezegging zwaar weegt, maar dat het belang van [eiser] dat met de toezegging werd gediend inmiddels sterk is verminderd en dat het belang van de Staat bij een doelmatige besteding van overheidsgelden zwaarder weegt. Daarbij heeft het hof van belang geacht dat de bereikbaarheid van de woning van [eiser] op een vergelijkbaar niveau is gebracht als met de beoogde variant 5 het geval zou zijn geweest, en dat de Staat heeft aangeboden de omrijschade van [eiser] te vergoeden. Het heeft op grond daarvan geoordeeld dat de Staat niet gehouden is om de toezegging na te komen.
4.Beslissing
24 december 2021.