ECLI:NL:RBAMS:2026:3177

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
25/4477
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 AVGArt. 6:19 AwbArt. 8:29 AwbArt. 8:42 AwbArt. 8:64 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling inzageverzoek i90-formulieren op grond van artikel 15 AVG

Eiser heeft een inzageverzoek ingediend bij de korpschef van politie Amsterdam op grond van artikel 15 van Pro de AVG, waarbij hij verzocht om alle i90-formulieren of vergelijkbare documenten die persoonsgegevens over hem bevatten.

De korpschef had het verzoek aanvankelijk kennelijk ongegrond verklaard in een besluit van november 2024, waartegen eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. Tijdens de procedure nam de korpschef een herstelbesluit in februari 2026, waarin meer persoonsgegevens werden verstrekt en onduidelijkheden werden weggenomen.

De rechtbank heeft het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat het herstelbesluit het eerdere besluit verving. Het beroep tegen het herstelbesluit is inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de korpschef aan de vereisten van artikel 15 AVG Pro heeft voldaan door een overzicht te verstrekken van alle relevante i90-formulieren, inclusief de persoonsgegevens van eiser, en dat de controleerbaarheid was gewaarborgd.

Verder verwierp de rechtbank het standpunt van eiser dat de korpschef de zoekslag naar de formulieren nader moest toelichten, omdat de korpschef voldoende aannemelijk had gemaakt dat alle relevante formulieren waren verstrekt. Ook het beroep op de protocolplicht van de Wet politiegegevens werd afgewezen omdat deze niet van toepassing is op persoonsgegevens op grond van de AVG.

De rechtbank besloot het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond te verklaren en het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen griffierecht terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep tegen het herstelbesluit is ongegrond verklaard en het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4477

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] uit [plaats] , eiser

en

de korpschef van politie Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: mr. P.M.L. van der Schot en mr. S. Filali).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een inzageverzoek op grond van artikel 15 van Pro de AVG [1] (het verzoek). Eiser heeft de Korpschef gevraagd om alle i90 formulieren of andere formulieren, als het op een andere manier is vastgelegd, over hem te verstrekken. Eiser is het niet eens met het feit dat de Korpschef met het bestreden besluit van 12 november 2024 (bestreden besluit I) zijn verzoek kennelijk ongegrond heeft verklaard. De rechtbank beoordeelt of de Korpschef dit verzoek terecht als kennelijk gegrond heeft afgedaan. Op
24 februari 2026 heeft de Korpschef naar aanleiding van de schorsing van de zaak en e-mail van eiser van 20 januari 2026 een herstelbesluit genomen (bestreden besluit II).
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Korpschef met het nemen van bestreden besluit II aan de vereisten uit artikel 15 AVG Pro heeft voldaan. De rechtbank verklaart het beroep tegen bestreden besluit II ongegrond.

Procesverloop

3. Eiser heeft de afgelopen jaren veel Woo [2] , AVG en Wpg [3] -verzoeken gedaan bij de Korpschef. Bij inzage in deze verzoeken is eiser weinig tot bijna geen i90-formulier of iets soortgelijks tegengekomen waarin doorgifte/verstrekking van informatie is vastgelegd, aldus eiser.
3.1.
i90 is de incidentcode van een mutatie met de maatschappelijke klasse verstrekking gegevens (niet rechtstreeks geautomatiseerd). Door middel van een i90- formulier kan de verstrekking van politiegegevens worden vastgelegd in het politiesysteem BVH.
4. Eiser heeft op 14 april 2024 een gecombineerd AVG- en Wpg-verzoek gedaan bij de Korpschef. In dit verzoek heeft eiser het volgende opgenomen:
“De politie heeft de afgelopen jaren veel data over mij aan derden verstrekt/gegeven/gestuurd (of welke term jullie hiervoor ook gebruiken zowel in binnen- als buitenland. Zulke verstrekkingen (of hoe jullie dit ook noemen) moeten worden vastgelegd (in BVH of wellicht in andere systemen) d.m.v. een i90-formulier (of wellicht een ander formulier).”Hij verzoekt vervolgens de Korpschef om die i90-formulieren of andere “formulieren” als het op een andere manier is vastgelegd aan hem te verstrekken.
5. De Korpschef heeft met het primaire besluit van 24 mei 2024 dit AVG-verzoek als een herhaalde aanvraag aangemerkt en geconcludeerd dat zij al eerder op deze aanvraag heeft beslist. Eiser heeft hier vervolgens bezwaar tegen ingesteld. Op 12 november 2024 heeft de Korpschef vervolgens met bestreden besluit I de bezwaren van eiser kennelijk ongegrond verklaard. Op 16 november 2024 heeft eiser tegen dit besluit beroep ingesteld.
6. De rechtbank heeft vervolgens dit beroep gezamenlijk met de zaak AMS 24/3855 op de zitting van 17 december 2025 behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Namens de Korpschef zijn mr. P.M.L. van der Schot en mr. C.C. Gerardts verschenen. Na de behandeling ter zitting heeft de rechtbank de zaken weer gesplitst.
7. Op de zitting is de zaak AMS 25/4477 geschorst. De gemachtigden van de Korpschef hebben toegezegd dat zij de i90-formulieren onder verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zullen inbrengen. Hiervoor is een termijn van vier weken gegeven. Beide partijen hebben op de zitting toestemming gegeven dat de rechtbank van deze stukken kennisneemt. Beide partijen hebben daarnaast ook toestemming gegeven om deze zaak vervolgens zonder nadere zitting af te doen.
8. Op 24 februari 2026 heeft de Korpschef een herstelbesluit aan de rechtbank toegestuurd (bestreden besluit II). In dit herstelbesluit zijn meer persoonsgegevens van eiser opgenomen dan in bestreden besluit I, daarnaast is op één van de tien i90-formulieren niet besloten middels de Wpg en zijn deze gegevens nu ook via dit bestreden besluit aan eiser inzichtelijk gemaakt.
8.1.
Omdat de Korpschef hangende het beroep het bestreden besluit II heeft genomen, heeft het beroep van eiser, gelet op artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), mede betrekking op dit besluit.
9. Eiser heeft op 13 maart 2026 gereageerd op het bestreden besluit II.
10. De rechtbank sluit het onderzoek in deze zaak omdat voorzetting van het onderzoek niet nodig is en partijen hiervoor toestemming hebben gegeven. [4]

Beoordeling door de rechtbank

Bestreden besluit I
11. Nu verweerder met het bestreden besluit II het bestreden besluit I heeft vervangen, heeft eiser geen belang meer bij de inhoudelijke behandeling van het bestreden besluit I. De rechtbank zal daarom het beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank zal hieronder het beroep tegen bestreden besluit II inhoudelijk behandelen.
Bestreden besluit II
12. De rechtbank beoordeelt in deze zaak of de Korpschef op de juiste wijze op het AVG-verzoek van eiser heeft beslist. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
13. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. De rechtbank licht dit als volgt toe.
14. Op grond van artikel 15, eerste lid van de AVG, heeft een betrokkene recht om van de verwerkingsverantwoordelijke (in dit geval de Korpschef) uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerkt zijn van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens. Op grond van het derde lid van artikel 15 van Pro de AVG verstrekt de verwekingsverantwoordelijke een kopie van de persoonsgegevens. Het doel van artikel 15 van Pro de AVG is dat eiser zich van de verwerking van zijn persoonsgegevens op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren. [5]
15. Eiser heeft de afgelopen jaren op grond van de Wpg inzage gekregen in de in zijn verzoek van 14 april 2024 genoemde i90-formulieren/ander soortige formulieren. Achteraf blijkt dat een deel van de i-90 formulieren niet op grond van de Wpg, maar op grond van de AVG had moeten worden verwerkt en op basis daarvan aan eiser had moeten worden versterkt. Dit zijn de i90-formulieren die zijn opgemaakt naar aanleiding van een inzageverzoek. In geval van een inzageverzoek is er wel een operationeel belang, maar de onderliggende verstrekking (lees: inzage) dient dat operationele belang niet en moet daarom worden aangemerkt als een AVG-gegeven/verwerking. Dit is een omissie die de Korpschef met het bestreden besluit I, het verweerschrift en bestreden besluit II heeft hersteld.
16. De rechtbank heeft met toepassing artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de vertrouwelijk overgelegde documenten. De rechtbank heeft geconstateerd dat het in bestreden besluit II opgenomen overzicht de i90-formulieren betreft die zijn opgemaakt naar aanleiding van een inzageverzoek. Verder constateert de rechtbank dat het overzicht alle persoonsgegevens betreft die op eiser zien. Dus ook de naar eiser herleidbare persoonsgegevens. Daarnaast heeft de Korpschef door verwijzing naar het kenmerk van het besluit waarop het inzageverzoek ziet, de verwijzing naar het PL1300_BHV_XXXX-kenmerk en de datum inzichtelijk gemaakt wanneer, waarom en hoe deze persoonsgegevens zijn vastgelegd. Hierdoor is voldaan aan het vereiste van controleerbaarheid. Hiermee heeft de Korpschef naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan artikel 15 van Pro de AVG.
17. Het standpunt van eiser dat de Korpschef de gedane zoekslag moet beschrijven volgt de rechtbank niet. De Korpschef heeft meermaals aangegeven dat zij alle bij haar bekende i90-formulieren die zijn opgemaakt naar aanleiding van een inzageverzoek aan eiser bekendgemaakt heeft. De rechtbank ziet, zonder nadere concrete aanknopingspunten van eiser, geen reden om hieraan te twijfelen, dan wel om op grond van artikel 8:42 van Pro de Awb stukken met betrekking tot de zoekslag op te vragen bij de Korpschef. Hierbij weegt de rechtbank mee dat de zoekslag een beperkte reikwijdte heeft, namelijk enkel de i90- formulieren die zijn opgemaakt naar aanleiding van een inzageverzoek. De e-mail van
11 februari 2019, die eiser heeft meegestuurd in zijn reactie op het bestreden besluit II, vormt onvoldoende aanleiding om aan de juistheid van de zoekslag te twijfelen. Deze zaak betreft uitsluitend de i90-formulieren betreffende inzageverzoeken; uit de e-mail blijkt niet duidelijk dat dit het onderwerp van die correspondentie betrof.
18. Voor zover eiser zich op de protocolplicht van de Korpschef beroept, merkt de rechtbank op dat artikel 32, eerste lid, van de Wpg enkel van toepassing is op politiegegevens en dus in zoverre niet ziet op persoonsgegevens op grond van de AVG. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

19. Het beroep tegen bestreden besluit I is niet-ontvankelijk. De rechtbank behandelt deze zaak niet inhoudelijk.
20. Het beroep tegen bestreden besluit II is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
20.1.
Eiser heeft geen griffierecht betaald, dus de Korpschef hoeft geen griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart:
  • het beroep tegen bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
  • het beroep tegen bestreden besluit II ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. van der Maas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene verordening gegevensbescherming.
2.Wet open overheid.
3.Wet politiegegevens.
4.Zie artikel 8:64, vijfde lid, van de Awb.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:394.