ECLI:NL:RVS:2023:394
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Minister moet inzage persoonsgegevens in TPO-verslagen verstrekken na vernietiging besluit
Appellant verzocht de minister van Financiën om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van de AVG, omdat hij vermoedde dat de Belastingdienst onrechtmatig gegevens had verstrekt. De minister weigerde inzage in volledige documenten en verstrekte slechts een selectie van persoonsgegevens uit TPO-verslagen.
De rechtbank oordeelde dat de AVG recht geeft op inzage in persoonsgegevens, niet in gehele documenten, en dat bepaalde codes niet als persoonsgegeven gelden. De rechtbank vernietigde het besluit van de minister wegens onvoldoende motivering over de zoekactie naar verslagen en de discrepantie in medische gegevens.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze oordelen, maar nam kennis van de TPO-verslagen en stelde vast dat de minister onvolledig was in zijn verstrekking van persoonsgegevens en onvoldoende inzicht gaf in de bron van gegevens. De Afdeling vernietigde het besluit van 25 november 2021 en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin volledige inzage wordt gegeven of een gemotiveerde beperking van het inzagerecht.
Tegen het nieuwe besluit kan alleen beroep worden ingesteld bij de Afdeling. De minister is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 25 november 2021 wordt vernietigd en de minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met volledige motivering over inzage in persoonsgegevens.