Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3178

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
24/5845
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit op bezwaar wegens onvoldoende zoekslag en motivering

De rechtbank Amsterdam behandelde een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen een besluit van de burgemeester van Amsterdam van 22 augustus 2024. In een tussenuitspraak van 20 augustus 2025 werd de burgemeester opgedragen het gebrek in de zoekslag en motivering te herstellen.

De burgemeester nam op 17 oktober 2025 een nieuw besluit op bezwaar (bestreden besluit II) waarin de zoekslag nader werd toegelicht en vier e-mails openbaar werden gemaakt. De bezwaarschriftencommissie gaf een advies over de zoekslag, waarbij werd vastgesteld dat de zoekopdracht bij verschillende afdelingen was uitgezet, maar dat het niet mogelijk was te achterhalen waarom bepaalde e-mails pas later werden gevonden.

Eiser betoogde dat de zoekslag opnieuw onzorgvuldig was, maar bracht geen concrete aanwijzingen voor het bestaan van meer documenten. De rechtbank oordeelde dat het motiveringsgebrek met het nieuwe besluit voldoende was hersteld. Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit werd gegrond verklaard en vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard. Verweerder werd opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.

Uitkomst: Het besluit op bezwaar van 22 augustus 2024 wordt vernietigd wegens onvoldoende zoekslag en motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het gebrek in een nieuw besluit is hersteld.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/5845

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Kaptein-van der Dong).

Procesverloop

Met een tussenuitspraak van 20 augustus 2025 heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek (de zoekslag) in het bestreden besluit van 22 augustus 2024 te herstellen.
Verweerder heeft op 17 oktober 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar [1] (het bestreden besluit II) genomen. In bestreden besluit II heeft de burgemeester de zoekslag nader gemotiveerd. Ook heeft de burgemeester vier e-mails die eiser naar de burgemeester heeft gestuurd openbaar gemaakt. Aan bestreden besluit II ligt een advies van de bezwaarschriftencommissie van 7 oktober 2025 ten grondslag. Eiser heeft hierop vervolgens op 6 januari 2026 schriftelijk gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Overwegingen

Omvang van het geding
1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak van 20 augustus 2025. De rechtbank blijft bij wat zij al in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist. De rechtbank kan behalve in zeer uitzonderlijke gevallen namelijk niet terugkomen van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel. [2] Van zo’n zeer uitzonderlijk geval is hier geen sprake.
Heeft verweerder de geconstateerde motiveringsgebreken hersteld?
2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat verweerder om het gebrek te herstellen de e-mail(s) over de uitgezette zoekslag en de reply's daarop van functionarissen van verweerder moet overleggen [3] en aan de hand daarvan nader moet motiveren op welke wijze de zoekslag is uitgevoerd.
3. Ter uitvoering van de opdracht van de rechtbank in de tussenuitspraak heeft de burgemeester e-mails overgelegd over de uitgezette zoekslag en de reply's daarop van functionarissen. Daarnaast heeft de burgemeester met een verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie de zoekslag nader toegelicht. Op grond van het e-mailverkeer naar aanleiding van de zoekslag stelt de bezwaarschriftencommissie dat de toenmalige Woo-coördinator het Woo-verzoek heeft uitgezet bij de directie Openbare Orde en Veiligheid (OOV). De Woo-coördinator heeft daarbij gevraagd te zoeken naar verschillende documenten: "denk daarbij aan Signal berichten, e-mails en beleidsstukken". Medewerkers van OOV hebben documenten aangeleverd. Ook is het Woo-verzoek uitgezet bij Bestuursmanagement en Advisering en het kabinet van de burgemeester en zijn naar aanleiding daarvan documenten ontvangen. Er zijn echter geen e-mails over het Woo-verzoek die vanaf het kabinet van de burgemeester zijn verstuurd. Daarom is het niet mogelijk om te achterhalen waarom de vier
e-mails van eiser aan de burgemeester pas zijn aangetroffen in de e-mailbox van de burgemeester nadat eiser deze e-mail in de beroepsprocedure heeft ingebracht. De commissie vermoedt dat de zoekslag bij het kabinet van de burgemeester telefonisch is gegaan, maar kan dit niet met zekerheid vaststellen. De commissie heeft vervolgens zekerheidshalve een zoekslag uitgezet bij het kabinet van de burgemeester. Er is gezocht naar alle documenten en op de termen "from the river tot the sea", "slogan" en "leus". Wat betreft e-mails is gezocht in de inboxen van de burgemeester, het kabinet, de kabinetschef en secretariaatsmedewerkers. Daaruit zijn geen nieuwe documenten of e-mails naar voren gekomen, behalve voornoemde vier e-mails van eiser aan de burgemeester.
4. Eiser betoogt in zijn reactie van 6 januari 2025 op bestreden besluit II dat de zoekslag opnieuw onzorgvuldig en niet inzichtelijk is, maar heeft geen concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht voor de stelling dat er toch meer documenten zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met bestreden besluit II de zoekslag alsnog voldoende inzichtelijk gemaakt en het motiveringsgebrek hersteld.

Conclusie en gevolgen

5. Nu pas na de tussenuitspraak sprake is van een voldoende gemotiveerd besluit,
is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van 22 augustus 2024. Omdat verweerder met bestreden besluit II dit gebrek heeft hersteld, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit van 22 augustus 2024 in stand. Het beroep tegen besluit op bezwaar II is ongegrond.
6. Omdat de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit van 22 augustus 2024 gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het besluit op bezwaar van 22 augustus 2024 gegrond;
- vernietigt het besluit op bezwaar van 22 augustus 2024;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar van 22 augustus 2024 in stand blijven;
- verklaart het beroep tegen het besluit op bezwaar van 17 oktober 2025 ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.S. Man, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. van der Maas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Het besluit van 17 oktober 2025 wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraken de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 5 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2334.
3.Vergelijk: uitspraken van de Hoge Raad van 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:874, r.o. 2.3.2 en van 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672, r.o. 3.4.2.