ECLI:NL:RBAMS:2026:3184
Rechtbank Amsterdam
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om toepassing Europese procedure geringe vorderingen afgewezen wegens niet-EU vestiging
In deze zaak heeft verzoeker een vordering ingesteld via de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV-Verordening). De rechtbank Amsterdam stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is, maar constateert dat Quatar Airways als verweerder is gevestigd in Quatar, een niet-lidstaat van de Europese Unie.
De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op grensoverschrijdende zaken waarbij ten minste één partij in een EU-lidstaat woont of gevestigd is. Omdat Quatar Airways buiten de EU is gevestigd, valt de zaak buiten het toepassingsgebied van deze verordening.
De rechtbank stelt verzoeker daarom in de gelegenheid om te reageren op deze constatering en te beslissen of hij de vordering intrekt of wenst voort te zetten via een Nederlandse dagvaardingsprocedure. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat verzoeker heeft gereageerd.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt verzoeker in de gelegenheid te reageren op de toepasselijkheid van de EPGV-Verordening.