Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. B. van Duijn, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. van den Berg, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
[benadeelde partij 5] , [benadeelde partij 6] , [benadeelde partij 7] , [benadeelde partij 8] en [benadeelde partij 9] en van hetgeen door
[medewerkster Slachtofferhulp] , medewerkster Slachtofferhulp Nederland, namens [benadeelde partij 1] naar voren is gebracht.
2.Tenlasteleggingen
[kentekennummer 4] )) in de periode van 24 juni 2025 tot en met 24 juli 2025 in Amsterdam;
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs4.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Voor de beschuldigingen in zaak D kan niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de criminele herkomst van de kentekenplaten en de auto.
[kentekennummer 1] heeft gemeld dat hij allerlei (parkeer)boetes op dit kenteken had ontvangen. De eigenaar van de kentekenplaten heeft in de buurt waar deze boetes op zagen zelf onderzoek gedaan en vermoedde dat een grijze Toyota Aygo de auto was waarmee de boetes waren veroorzaakt. [4] Op dat moment was de auto voorzien van andere kentekenplaten, te weten
[kentekennummer 2] . Uit onderzoek van de politie blijkt dat deze kentekenplaten ook waren gestolen. [5] Toen de politie op 22 juli 2025 nader onderzoek naar deze auto deed, zaten er wederom andere kentekenplaten op die auto. Deze kentekenplaten ( [kentekennummer 3] ) waren op
15 juli 2025 gestolen. [6] De auto stond geparkeerd in de [straat] ter hoogte van nummer [huisnummer] (verdachte woont op nummer [huisnummer verdachte] . De politie plaatste een baken onder de auto om de identiteit van de gebruiker vast te stellen. Op 24 juli 2025 is verdachte aangehouden als bestuurder van de auto en heeft hij verklaard dat hij de auto twee dagen heeft geleend, waarvan hij een bewijs heeft. Verdachte heeft vervolgens een APK-formulier getoond waarop het kenteken [kentekennummer 3] stond. [7] De auto bleek op 17 mei 2025 te zijn gestolen. [8]
bijlage II, waaronder de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting, acht de rechtbank bewezen dat verdachte alle in zaak A en C ten laste gelegde feiten, de in zaak B onder feit 1, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten en het in zaak E ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
(Toyota Aygo met kentekenplaat [kentekennummer 4] ), voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
[kentekennummer 5] onder andere: rugzakken, laptops, Airpods, een telefoon, een portemonnee, een zonnebril, parfums, contant geld, een rijbewijs en een bankpas, die aan [benadeelde partij 9] en/of
[benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 7] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
5.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
6.Motivering van de straf en maatregel
17 oktober 2025, opgemaakt door reclasseringsmedewerker [reclasseringsmedewerker] Hieruit blijkt - zakelijk weergegeven - het volgende.
7.Vorderingen tot schadevergoeding
€ 2.211,20 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
Daarnaast verzoekt deze benadeelde partij € 400,- aan proceskosten;
In het immateriële deel van de vordering moet deze benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat het uitgangspunt is dat bij vermogensdelicten zoals diefstal geen immateriële schade wordt toegekend.
8.Beslag
9.Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling (13/293671-22)
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[de verdachte], daarvoor strafbaar.
30 (dertig) maanden.
teruggave aan verdachtevan:
bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan:
5 juni 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
(28 april 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 8 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
|4 september 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.