Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3247

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
13-001060-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse verdachte op grond van Europees aanhoudingsbevel voor illegale drugshandel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 maart 2026 het verzoek tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Spanje op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Criminal Court number 2 in Figueres. Het EAB betreft een strafbaar feit van illegale handel in verdovende middelen, een lijstfeit volgens de Overleveringswet, waarvoor in Spanje een gevangenisstraf van ten minste drie jaar staat.

De verdachte, die de Nederlandse nationaliteit bezit en in Nederland woont, heeft zich op de garantie beroepen dat hij, indien veroordeeld, zijn straf in Nederland mag ondergaan. De rechtbank heeft deze garantie, verstrekt door de Spaanse justitiële autoriteit, als voldoende beoordeeld. Tevens is vastgesteld dat de verdachte sterke maatschappelijke en gezinsgebonden banden met Nederland heeft.

De rechtbank concludeert dat het EAB voldoet aan de wettelijke vereisten en dat er geen weigeringsgronden zijn. De overlevering wordt daarom toegestaan onder de voorwaarde van de terugkeergarantie. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Spanje toe onder de voorwaarde van strafuitvoering in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-001060-26
Datum uitspraak: 12 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 5 januari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 23 juli 2025 door
the Criminal Court number 2 Figueres, Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 februari 2026 in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB – in samenhang gelezen met het A-formulier – vermeldt een aanhoudingsbevel van 21 februari 2025 dat is uitgevaardigd door de
Juzgado Penal 2 Figueres.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Spaans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [4]
Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
Het Internationaal Rechtshulpcentrum van het Openbaar Ministerie (IRC) heeft in een e-mail van 27 januari 2026 de volgende vraag gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:
“ [de opgeëiste persoon] is a Dutch national. As a consequence, pursuant to Article 5, paragraph 3, of the Framework Decision on the European Arrest Warrant (2002/584/JHA), and Article 6, paragraph 1, of the Dutch Surrender Act, the surrender may only be authorized after it can be guaranteed that, in case [de opgeëiste persoon] after the surrender is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Spain, he will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JBZ).
I kindly ask you to provide us with the requested information (with a translation in either English or Dutch) as soon as possible, no later than 09 February 2026.”
De
Criminal Section of Examining Court of Figueresheeft op 6 februari 2026 de volgende garantie gegeven:
"I inform you that the Judge of this Court does not object to [de opgeëiste persoon] , born on the [geboortedag] 1996 in Venlo, once the oral trial has been held and if he is convicted by this Judge, serving his sentence in the Netherlands, in accordance with European Framework Decision 2008/909/JHA."
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie, gelezen in samenhang met de door het IRC gestelde vraag, voldoende.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Criminal Court number 2 Figueres, Spanje, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.L. Kole, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (