3.4.1.Bewezenverklaring voor mishandelingen
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van een aantal van de onder 1, 2 subsidiair, 4, 5 subsidiair, 7 en 8 subsidiair tenlastegelegde feiten (mishandelingen). Zij overweegt hierover als volgt.
De betrouwbaarheid van de verklaringen van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3]
[benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] hebben elk afzonderlijk verklaard dat zij door verdachte, in de periode dat hij bij hun moeder in huis woonde, werden mishandeld. Zo heeft [benadeelde partij 1] verklaard dat zij met een riem werd geslagen als zij een snoepje pakte, dat zij tekens op haar lichaam aan kan wijzen die het gevolg zijn van het slaan met de gesp van een riem en dat verdachte hetzelfde deed bij haar broertje en zusje. Daarnaast heeft [benadeelde partij 1] verklaard dat zij, haar zusje en broertje door verdachte met een stok werden geslagen.
[benadeelde partij 3] heeft verklaard dat hij van verdachte de schuld kreeg voor een kapotte bril en dat hij daarvoor door verdachte werd geslagen. Ook heeft hij verklaard dat hij een keer een ei kapot heeft laten vallen, waarvoor hij ook werd geslagen. Verder heeft hij verklaard dat hij, [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] met een riem en met een stok werden geslagen.
Ook [benadeelde partij 2] heeft verklaard dat zij, [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 3] door verdachte werden mishandeld. Zij heeft namelijk verklaard dat zij een keer boodschappen moest doen voor haar moeder, maar dat zij het geld daarvoor was kwijtgeraakt. Toen zij thuis naar dat geld zocht, werd zij door verdachte met een riem geslagen. Bovendien heeft [benadeelde partij 2] in haar verklaring benoemd dat [benadeelde partij 3] in het verleden de schuld kreeg van een kapotte bril, dat hij een ei kapot heeft laten vallen en dat hij voor beide omstandigheden door verdachte werd geslagen.
Anders dan de raadslieden acht de rechtbank de verklaringen van de stiefkinderen op deze onderdelen voldoende betrouwbaar. Op deze onderdelen hebben [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] immers gedetailleerd verklaard, hebben zij concrete situaties benoemd waarin de mishandelingen hebben plaatsgevonden en hebben zij elkaars verklaringen bevestigd. Bovendien is er – zoals uit de volgende alinea’s nog zal blijken – sprake van objectief steunbewijs voor de verklaringen van de stiefkinderen op deze onderdelen, wat naar het oordeel van de rechtbank ook bijdraagt aan de betrouwbaarheid daarvan.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verklaringen van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] gebruiken voor het bewijs.
Steunbewijs
De rechtbank is – anders dan de raadslieden – van oordeel dat er voldoende steunbewijs voorhanden is voor de verklaringen van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] dat zij door verdachte zijn mishandeld door hen te slaan met een stok, met een riem en met de gesp van een riem.
Zo bevat het dossier een afbeelding van een zogenaamde ‘Ghanese stok’ die in de woning van de moeder van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] is aangetroffen en die voldoet aan de beschrijving van de stok waarmee zij zouden zijn geslagen. Verder heeft de oma van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] verklaard dat zij letsel heeft waargenomen bij de armen van [benadeelde partij 1] en letsel heeft waargenomen op het hoofd van [benadeelde partij 3] en toen van [benadeelde partij 3] heeft gehoord dat hij was geslagen. Ook heeft zij verklaard van de kinderen te hebben gehoord dat zij door verdachte met een stok werden geslagen en dat zij de stok heeft meegenomen. Voorts blijkt uit het dossier dat door de school waarop [benadeelde partij 1] heeft gezeten is bevestigd dat [benadeelde partij 1] in 2016 een melding heeft gemaakt dat zij werd geslagen door haar vader. Hoewel de inhoud van deze melding afkomstig is van [benadeelde partij 1] zelf is de rechtbank van oordeel dat deze melding als steunbewijs kan dienen voor haar latere aangifte. Tenslotte geldt dat de moeder van de vriendin van [benadeelde partij 1] in juni 2022 naar aanleiding van het telefoontje van [benadeelde partij 1] met die vriendin, de zorgcoördinator van school heeft ingeschakeld. De zorgcoördinator heeft contact gehad met Veilig Thuis, die de melding serieus heeft opgenomen en in actie is gekomen.
Gelet op de verklaringen van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] en het hierboven genoemde steunbewijs, is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat verdachte [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] in de tenlastegelegde periode meermalen heeft geslagen, waaronder ook met een stok, met een riem en met de gesp van een riem.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld hoe deze gedragingen van verdachte kunnen worden gekwalificeerd.
Vrijspraak van feiten 2 primair, 5 primair en 8 primair
Onder feit 2 primair, 5 primair en 8 primair is de poging tot zware mishandeling van respectievelijk [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] ten laste gelegd.
Met de officier van justitie en de raadslieden is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte opzet, ook niet in voorwaardelijke vorm, heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] . Hierom spreekt de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde pogingen tot zware mishandeling.
Bewezenverklaring voor feiten 2 subsidiair, 5 subsidiair en 8 subsidiair
Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij in 2010 of in 2011 bij zijn ex-partner is ingetrokken en dat hij veel tijd heeft doorgebracht met zijn stiefkinderen en dat hij hen heeft opgevoed. Daarmee staat vast dat verdachte de zorg had over zijn minderjarige stiefkinderen.
Door zijn minderjarige stiefkinderen, die aan zijn zorg waren toevertrouwd, met een stok, met een riem en met de gesp van een riem meermalen te slaan, is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 subsidiair, 5 subsidiair en 8 subsidiair tenlastegelegde mishandelingen.
Bewezenverklaring voor feiten 1, 4 en 7
Onder feit 1, 4 en 7 is ten laste gelegd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandelingen van respectievelijk [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] door hen – onder meer – meermalen te slaan.
Nu – zoals hiervoor door de rechtbank is overwogen – vaststaat dat verdachte [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] meermalen heeft geslagen, acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 4 en 7 tenlastegelegde mishandelingen.
Partiële vrijspraak bij de bewezenverklaarde feiten 1, 4 en 7
Ten aanzien van feiten 1, 4 en 7 zal de rechtbank verdachte wel vrijspreken van de tenlastegelegde voorbedachte raad van het mishandelen van zijn stiefkinderen, omdat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat dat verdachte het plan had beraamd om zijn stiefkinderen te slaan.
De rechtbank zal verdachte ten aanzien van feiten 1, 4 en 7 eveneens vrijspreken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het mishandelen van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] door gember in hun vagina dan wel penis en/of in hun anus te stoppen en hen te verplichten de gember daar meerdere uren te laten, hen te verplichten zware dingen te tillen, hen te verplichten langdurig op de grond op hun knieën te laten zitten en hen te verplichten vele malen te squatten.
Hoewel [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] alle drie hebben verklaard dat verdachte gember bij hen heeft aangebracht en hen heeft verplicht de overige, bovengenoemde handelingen te verrichten, acht de rechtbank hun verklaringen op deze onderdelen onvoldoende betrouwbaar. Dit, omdat er door hen verschillend wordt verklaard over de wijze waarop de gember werd voorbereid en werd aangebracht en over wie daarbij wel of niet aanwezig waren, deze handelingen niet eenduidig worden geplaatst in tijd of in een concrete gebeurtenis en er daarnaast geen objectief steunbewijs voorhanden is. Bovendien houdt de rechtbank vanwege het tijdsverloop en de wijze van totstandkoming van de verklaringen van deze minderjarigen rekening met de mogelijkheid dat er sprake is geweest van wederzijdse beïnvloeding op deze onderdelen van hun verklaringen. De rechtbank merkt daarnaast op dat zij van oordeel is dat de verklaring van de moeder van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] niet als steunbewijs kan worden gebruikt, omdat zij tegenover Veilig Thuis aanvankelijk de tenlastegelegde handelingen heeft ontkend, terwijl zij later tegenover de politie heeft verklaard dat zij alle tenlastegelegde handelingen wel zou hebben gezien. De verklaring van moeder is hierom onvoldoende betrouwbaar.
Conclusie
De rechtbank acht de onder 1, 4 en 7 tenlastegelegde feiten bewezen, te weten dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het mishandelen van zijn minderjarige stiefkinderen, die aan zijn zorg waren toevertrouwd door hen meermalen te slaan.
Ook acht de rechtbank de onder 2 subsidiair, 5 subsidiair en 8 subsidiair tenlastegelegde feiten bewezen, te weten dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het mishandelen van zijn minderjarige stiefkinderen, die aan zijn zorg waren toevertrouwd door hen meermalen te slaan met een stok, met een riem en met de gesp van een riem.