Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3274

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
AMS 25/6708
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 GemeentewetArt. 234 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet tijdig activeren parkeerapp

Eiseres kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zij op een bepaalde dag haar parkeerapp niet tijdig had aangezet, waardoor zij geen parkeerbelasting had voldaan bij aanvang van het parkeren. De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.

Tijdens de zitting gaf eiseres aan dat zij zich had verslapen in een drukke week, waardoor zij de parkeerapp later activeerde. Zij voerde aan dat de kosten van de naheffingsaanslag niet in verhouding stonden tot de verschuldigde parkeerbelasting en verzocht om kwijtschelding op grond van het evenredigheidsbeginsel.

De rechtbank oordeelde dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting een gebonden besluit is en dat het evenredigheidsbeginsel in beginsel niet kan worden toegepast tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Het verslapen van eiseres werd niet als zodanig aangemerkt. De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/6708

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

23 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 31 oktober 2025 (de bestreden uitspraak).
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [nummer] opgelegd.
1.2.
Met de bestreden uitspraak heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
1.5.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden van eiseres of de naheffingsaanslag terecht is gehandhaafd.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en geeft hiervoor de volgende motivering.
4. Niet in geschil is dat de auto van eiseres met kenteken [kenteken] op [datum] 2025 om [tijdstip] uur geparkeerd stond ter hoogte van het [adres] te Amsterdam. Voor deze locatie geldt dat tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.
5. Eiseres heeft niet betwist dat zij op het moment van de controle geen parkeerbelasting had voldaan. Volgens de wet en vaste rechtspraak is vanaf het moment van aanvang van het parkeren parkeerbelasting verschuldigd. [1] In dit geval is het betalen van parkeerbelasting niet direct bij aanvang van het parkeren gestart. De heffingsambtenaar heeft daarom in beginsel terecht de naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
6. Eiseres heeft aangegeven dat zij de parkeerapp niet eerder heeft aangezet omdat zij zich op de betreffende dag – die viel in een voor haar zeer drukke week – had verslapen. Vaststaat dat eiseres parkeerbelasting heeft voldaan tussen ongeveer 10:00 uur en 19:00 uur op die dag. Eiseres stelt dat de kosten voor het opleggen van de aanslag (van € 78,50) niet in verhouding staan tot de verschuldigde parkeerbelasting. Zij verzoekt daarom om heroverweging en (gedeeltelijke) kwijtschelding van de aanslag. De rechtbank vat dit op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel.
7. Een naheffingsaanslag parkeerbelasting is een gebonden besluit. Dit betekent hier dat de wet [2] verplicht dat, zodra een belastbaar feit plaatsvindt, de parkeerbelasting en de kosten voor de aanslag verschuldigd zijn. Het uitgangspunt is dat bij een dergelijk gebonden besluit de evenredigheid daarvan is gegeven. De rechtbank kan de wettelijke verplichting tot het opleggen van een naheffingsaanslag in principe niet toetsen aan het evenredigheidsbeginsel. Dit is alleen anders bij bijzondere omstandigheden die niet (volledig) door de wetgever zijn verdisconteerd en die de gevolgen van het besluit in de gegeven omstandigheden onredelijk bezwarend maken. [3] Dergelijke omstandigheden doen zich bijvoorbeeld voor wanneer de belastingplichtige redelijkerwijs niet de gelegenheid heeft gehad om de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen, of bij onvoorziene omstandigheden, zoals een acute noodsituatie, waarbij van de belastingplichtige niet redelijkerwijs kan worden verwacht de parkeerbelasting te voldoen.
8. Eiseres heeft geen feiten en omstandigheden gesteld, laat staan met stukken aannemelijk gemaakt, dat in haar geval sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden. Het feit dat zij zich heeft verslapen tijdens een drukke week kwalificeert niet als een zodanige bijzondere omstandigheid die een beroep op evenredigheid kan dragen. Dergelijke omstandigheden komen voor haar eigen rekening en risico.
9. In dit geval zijn de kosten overeenkomstig de wet in rekening gebracht. De stelling dat deze kosten niet in verhouding zouden staan tot de verschuldigde parkeerbelasting, omdat vanaf 10:00 uur parkeerbelasting is betaald, is onvoldoende om het beroep te doen slagen. De rechtbank begrijpt dat het om veel geld gaat, en dat het onrechtvaardig of disproportioneel kan overkomen, maar het past binnen de systematiek van de heffing van parkeerbelasting.
10. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. De beroepsgrond slaagt dus niet.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt. Zij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
12. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.L. Wiersinga, rechter, in aanwezigheid van mr. H.M. Dost, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 23 maart 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 225 van Pro de Gemeentewet.
2.In dit geval artikel 234 van Pro de Gemeentewet.
3.College van Beroep voor het bedrijfsleven van 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190.