Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
- de betrokkene niet in persoon is verschenen op het proces dat geleid heeft tot de beslissing;
- de betrokkene op de hoogte was van het voorgenomen proces. Hij heeft zelf een gekozen of van overheidswege toegewezen raadsman gemachtigd om zijn verdediging op het proces te voeren. Ook is hij op het proces daadwerkelijk door die raadsman verdedigd;
- de betrokkene werd vertegenwoordigd door meester D. Peterfreund, advocaat bij de balie Antwerpen.
- de opgeëiste persoon op de zitting van 5 september 2025 aanwezig was en werd bijgestaan door meester D. Peterfreund, advocaat bij de balie Antwerpen;
- de opgeëiste persoon op de zitting van 10 september 2025 werd vertegenwoordigd door meester Quinten De Keersmaecker, advocaat bij de balie Brussel loco meester
Kaya tegen Belgiëvan Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). [5] De rechtbank is van oordeel dat dit arrest ziet op de situatie dat een rechter in een eerder stadium al ten gronde heeft geoordeeld over de schuld van de verdachte en later deel uitmaakte van de kamer van het Hof van Cassatie die het cassatieberoep in dezelfde zaak behandelde. Gesteld noch gebleken is dat in het geval van de opgeëiste persoon sprake is van een soortgelijke situatie. Daarnaast had in de zaak
Kaya tegen Belgiëeen lid van het openbaar ministerie in de pers bepaalde uitlatingen gedaan die volgens het EHRM in strijd waren met de onschuldpresumptie. Ook die situatie is niet vergelijkbaar met die van de opgeëiste persoon. De vaststelling over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de opgeëiste persoon is een inhoudelijke beoordeling door de rechters in de uitvaardigende lidstaat aan de hand van het dossier en het verhandelde ter zitting en staat niet ter beoordeling van de overleveringsrechter.
5.Strafbaarheid
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
7.Artikel 11 OLW Pro: Belgische detentieomstandigheden
1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden
Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsbepalingen
10.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan het hof van beroep Antwerpen, België voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.