Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3302

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
13-020119-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor georganiseerde diefstal

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 april 2026 de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Italië voor de overlevering van een persoon verdacht van georganiseerde diefstal. De opgeëiste persoon was aanwezig bij de zitting die tot de veroordeling leidde en werd bijgestaan door een raadsman en tolk. Tijdens de zitting verliet de opgeëiste persoon de zaal, waarna zijn raadsman de verdediging voortzette.

De straf die ten uitvoer moet worden gelegd betreft een vrijheidsstraf van in totaal vier jaar, drie maanden en 21 dagen, en een geldboete van € 2.080,-, voortvloeiend uit een cumulatiebeslissing van de Italiaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat het samenvoegingsbesluit niet aan artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW) hoeft te worden getoetst omdat het een optelling van straffen betreft zonder beoordelingsmarge.

De rechtbank stelde vast dat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was bij de zitting die tot de veroordeling leidde, waardoor artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is. Tevens voldeed het EAB aan de vereisten van artikel 2 OLW Pro en was er geen sprake van weigeringsgronden. De rechtbank stond daarom de overlevering toe.

De strafbare feiten zijn opgenomen in de lijst van bijlage 1 bij de OLW, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Italië toe voor georganiseerde diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-020119-26 (EAB I)
Datum uitspraak: 2 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 3 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 november 2020 door
the Attorney General’s Office at the Court of Appeal of Turin,Italië
,(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1986 in Roemenië (geboorteplaats onbekend),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentieadres] .
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal. De opgeëiste persoon heeft kort na de aanvang van de zitting aangegeven niet langer aanwezig te willen zijn en terug te willen naar de gevangenis. Hij heeft hierop de zittingszaal verlaten. Zijn gemachtigde raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, heeft hem de rest van de zitting vertegenwoordigd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
judgment no 155/2014, no. 4183/13 RG judge for preliminary investigations issued on 13.3.2014 by the Livorno Court - Office of the Judge for PreliminaryInvestigations, confirmed by the Court of Appeal of Florence on 15.7.2014, final on 3 12.2014.
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en tien dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat en een geldboete van € 600,-. Daarvan resteren volgens het EAB nog één jaar, drie maanden en acht dagen en de geldboete van € 600,-. De vrijheidsstraf en de geldboete zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]
The Attorney General's Office at the Court of Appeal of Turinheeft op 14 juli 2020 een zogenaamde cumulatiebeslissing genomen (referentienummer: 478/2020 SIEP). De hiervoor vermelde vrijheidsstraf van twee jaar en tien dagen en de geldboete van € 600,- maken deel uit van die cumulatiebeslissing. De rechtbank overweegt dat naar Italiaans recht ter nakoming van het beginsel van samenvallende straffen één straf moet worden vastgesteld die daadwerkelijk door de veroordeelde moet worden uitgezeten. De cumulatiebeslissing bepaalt dat de totale resterende vrijheidsstraf vier jaar, drie maanden en 21 dagen bedraagt en ten uitvoer moet worden gelegd. Daarnaast resteert een totale geldboete van € 2.080,-.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Standpunt van de raadsman en de officier van justitie
De raadsman en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de procedure in hoger beroep dient te worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro en dat dit artikel niet van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was bij de zitting die tot de veroordeling heeft geleid.
Oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4]
Uit de aanvullende informatie van 4 maart 2026 van de uitvaardigende justitiële autoriteit volgt dat de raadsman van de opgeëiste persoon hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 13 maart 2014. Bij beslissing van 15 juli 2014 werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het vonnis in eerste aanleg van 13 maart 2014 werd op 3 december 2014 onherroepelijk. In hoger beroep is er niet opnieuw geoordeeld over de schuld en straf. De rechtbank zal daarom de procedure in eerste aanleg aan artikel 12 OLW Pro toetsen.
Uit het EAB en voornoemde aanvullende informatie volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen op de zitting die tot de beslissing heeft geleid. Dat betekent dat artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is op dit vonnis.
Ten aanzien vanthe order for the enforcement of concurrent sentences no. 478/2020 SIEP issued by the Attorney General's Office at the Court of Appeal of Turin on July 14, 2020 14.7.2020.
De rechtbank is van oordeel dat het samenvoegingsbesluit niet aan artikel 12 OLW Pro getoetst dient te worden omdat hierin sprake is van een optelling van de opgelegde straffen zonder dat sprake was van een beoordelingsmarge. Dit besluit valt hierom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro. [5]

5.Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
7. Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Attorney General’s Office at the Court of Appeal of Turin,Italië voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 2 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (
5.Zie ook rechtbank Amsterdam, 29 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1328.