Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3304

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
13-028484-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 180 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon op grond van Europees aanhoudingsbevel uit Italië

De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 maart 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Italië voor de overlevering van een persoon geboren in 1986 in Roemenië, die momenteel gedetineerd is in Nederland. De opgeëiste persoon was aanwezig bij de zitting die tot de veroordeling leidde, maar verliet de zitting vroegtijdig. Zijn raadsman bleef hem vertegenwoordigen.

Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van zes maanden en een geldboete van €80, waarvan nog vijf maanden en 28 dagen resteren, als onderdeel van een cumulatiebesluit dat een totale resterende straf van vier jaar, drie maanden en 21 dagen en een geldboete van €2.080 omvat. De rechtbank oordeelde dat het samenvoegingsbesluit niet aan toetsing van artikel 12 OLW Pro onderhevig is omdat het een optelling van straffen betreft zonder beoordelingsmarge.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de formele eisen en dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de veroordeling, waardoor artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is. Voor het feit van georganiseerde of gewapende diefstal geldt een lijstfeit, waardoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht. Voor het tweede feit, wederspannigheid, is aan de vereisten voldaan. Er zijn geen weigeringsgronden en de overlevering wordt toegestaan.

De uitspraak is gedaan door de rechtbank Amsterdam op 2 april 2026, waarbij geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Italië toe voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-028484-26 (EAB III)
Datum uitspraak: 2 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 3 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 november 2020 door
the Attorney General’s Office at the Court of Appeal of Turin,Italië
,
(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1986 in Roemenië (geboorteplaats onbekend),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu (uit anderen hoofde) gedetineerd in de [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal. De opgeëiste persoon heeft kort na de aanvang van de zitting aangegeven niet langer aanwezig te willen zijn en terug te willen naar de gevangenis. Hij heeft hierop de zittingszaal verlaten. Zijn gemachtigde raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, heeft hem de rest van de zitting vertegenwoordigd.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt
the judgment no 198/12, no 324/12 RG Court issued on 22.10.2012 by theCasale Monferrato Court, final on 2.6.2013.
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat en een geldboete van € 80,-. Daarvan resteren volgens het EAB nog vijf maanden en 28 dagen en de geldboete van € 80,-. De vrijheidsstraf en de geldboete zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
The Attorney General's Office at the Court of Appeal of Turinheeft op 14 juli 2020 een zogenaamde cumulatiebeslissing genomen (referentienummer: 478/2020 SIEP). De hiervoor vermelde vrijheidsstraf van zes maanden en de geldboete van € 80,- maken deel uit van die cumulatiebeslissing. De rechtbank overweegt dat naar Italiaans recht ter nakoming van het beginsel van samenvallende straffen één straf moet worden vastgesteld die daadwerkelijk door de veroordeelde moet worden uitgezeten. De cumulatiebeslissing bepaalt dat de totale resterende vrijheidsstraf vier jaar, drie maanden en 21 dagen bedraagt en ten uitvoer moet worden gelegd. Daarnaast resteert een totale geldboete van € 2.080,-.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Standpunt van de raadsman en de officier van justitie
De raadsman en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig is geweest bij de zitting die tot de veroordeling heeft geleid.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien vanthe judgment no 198/12, no 324/12 RG Court issued on 22 10 2012 by theCasale Monferrato Court, final on 2 6 2013.
Uit het EAB en de aanvullende informatie van 4 maart 2026 van de uitvaardigende justitiële autoriteit volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen op de zitting die tot de beslissing heeft geleid. Dat betekent dat artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is op dit vonnis.
Ten aanzien vanthe order for the enforcement of concurrent sentences no. 478/2020 SIEP issued by the Attorney General's Office at the Court of Appeal of Turin on July 14, 2020 14.7.2020.
De rechtbank is van oordeel dat het samenvoegingsbesluit niet aan artikel 12 OLW Pro getoetst dient te worden omdat hierin sprake is van een optelling van de opgelegde straffen zonder dat sprake was van een beoordelingsmarge. Dit besluit valt hierom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro. [4]

5.Strafbaarheid

5.1
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst feit 1 aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van dit feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5.2
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft feit 2 niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
wederspannigheid.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 180 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Attorney General’s Office at the Court of Appeal of Turin,Italië voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 2 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Zie ook rechtbank Amsterdam, 29 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1328.