Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3306

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
13-064306-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 180 SrArt. 310 SrArt. 350 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon op grond van Europees aanhoudingsbevel uit Italië

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 april 2026 de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Italië. De opgeëiste persoon was aanwezig bij de zitting die tot de veroordeling leidde en werd bijgestaan door een raadsman en tolk. Tijdens de zitting verliet de opgeëiste persoon de zaal, waarna zijn raadsman hem vertegenwoordigde.

Het EAB betreft een cumulatiebeslissing van een vrijheidsstraf van zes maanden en een geldboete van €300, waarvan nog vijf maanden en 28 dagen en de boete resteren. De cumulatiebeslissing bepaalt een totale resterende straf van vijf jaar, drie maanden en negentien dagen en een geldboete van €2.480. De rechtbank oordeelde dat het samenvoegingsbesluit niet aan artikel 12 OLW Pro hoeft te worden getoetst omdat het een optelling van straffen betreft zonder beoordelingsmarge.

De rechtbank stelde vast dat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was bij de veroordeling, waardoor artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is. Er zijn geen weigeringsgronden aanwezig en de feiten zijn strafbaar volgens Nederlands recht. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en stond de overlevering aan Italië toe.

Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de rechtbank Amsterdam, internationale rechtshulpkamer.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Italië toe voor de tenuitvoerlegging van de straf en geldboete.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-064306-26 (EAB V)
Datum uitspraak: 2 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 11 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 februari 2026 door
the Attorney General’s Office at the Court of Appeal of Turin,Italië
,(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1986 in Roemenië (geboorteplaats onbekend),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu (uit anderen hoofde) gedetineerd in de [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal. De opgeëiste persoon heeft kort na de aanvang van de zitting aangegeven niet langer aanwezig te willen zijn en terug te willen naar de gevangenis. Hij heeft hierop de zittingszaal verlaten. Zijn gemachtigde raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, heeft hem de rest van de zitting vertegenwoordigd.
De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
judgment no. 497/20 .3, no. 533/2013 RG Court issued on 27.9.2013 by the Court of Aosta, irrevocable on 14.11.2013.
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat en een geldboete van € 300,-. Daarvan resteren volgens het EAB nog vijf maanden en 28 dagen en de geldboete van € 300,-. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [2]
The Attorney General's Office at the Court of Appeal of Turinheeft op 18 februari 2026 een zogenaamde cumulatiebeslissing genomen (referentienummer: 478/2020 SIEP). De hiervoor vermelde vrijheidsstraf van zes maanden en de geldboete van € 300,- maken deel uit van die cumulatiebeslissing. De rechtbank overweegt dat naar Italiaans recht ter nakoming van het beginsel van samenvallende straffen één straf moet worden vastgesteld die daadwerkelijk door de veroordeelde moet worden uitgezeten. De cumulatiebeslissing bepaalt dat de totale resterende vrijheidsstraf vijf jaar, drie maanden en negentien dagen bedraagt en ten uitvoer moet worden gelegd. Daarnaast resteert een totale geldboete van € 2.480,-.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Standpunt van de raadsman en de officier van justitie
De raadsman en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig is geweest bij de zitting die tot de veroordeling heeft geleid.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien vanthe judgment no. 497/2013, no. 533/2013 RG Court issued on 27.9.2013 by the Court of Aosta, irrevocable on 14.11.2013
Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen op de zitting die tot de beslissing heeft geleid. Dat betekent dat artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is op dit vonnis.
Ten aanzien van het samenvoegingsbesluitno. 478/2020 SIEP issued by the Attorney General's Office at the Court of Appeal of Turin on February 18, 2026.
De rechtbank is van oordeel dat het samenvoegingsbesluit niet aan artikel 12 OLW Pro getoetst dient te worden omdat hierin sprake is van een optelling van de opgelegde straffen zonder dat sprake was van een beoordelingsmarge. Dit besluit valt hierom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro. [3]

5.Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
wederspannigheid;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
diefstal.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 180, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Attorney General’s Office at the Court of Appeal of Turin,Italië voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 2 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.
3.Zie ook rechtbank Amsterdam, 29 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1328.