Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3398

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
11851466 \ CV EXPL 25-11535
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-naleving informatieplicht en proceskostenveroordeling

FC ENAME B.V. heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde, waarbij de rechtbank een tussenvonnis heeft gewezen met instructies over de informatieplicht en het toesturen van een akte aan gedaagde. Eisende partij heeft nagelaten deze akte aan gedaagde toe te sturen, waardoor deze buiten beschouwing is gelaten.

Door het buiten beschouwing laten van de akte heeft eisende partij onvoldoende gesteld over de informatieplichten die relevant zijn voor de beoordeling van de vordering. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de vordering niet kan toewijzen en deze afwijst.

Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde nihil worden begroot. De uitspraak is gedaan door kantonrechter E. Pennink op 12 maart 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende naleving van informatieplicht en veroordeelt eisende partij in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11851466 \ CV EXPL 25-11535
Vonnis van 12 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FC ENAME B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 december 2025,
- de akte van eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij voornoemd tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld een nadere toelichting en concretisering te geven over de informatieplichten, omdat de stelling in de dagvaarding te summier en onvoldoende concreet is en uit de omstandigheden lijkt te volgen (althans niet kan worden uitgesloten) dat sprake is van een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte, waarop de uitgebreidere informatieplichten van artikel 6:230m van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn. Verder is eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter de proceskosten af te wijzen, in verband met een oneerlijk beding hierover in de algemene voorwaarden.
2.2.
Eisende partij is in het tussenvonnis expliciet opgedragen de door haar te nemen akte aan gedaagde partij toe te sturen, overeenkomstig de beschreven wijze in het tussenvonnis, bij gebreke waarvan de akte in beginsel buiten beschouwing wordt gelaten.
2.3.
Gesteld noch gebleken is dat eisende partij de akte aan gedaagde partij heeft toegestuurd. Dat had, afgezien van de instructie in het tussenvonnis, temeer op de weg van eisende partij gelegen, aangezien de stellingen over de informatieplichten in de akte afwijken van die in de dagvaarding, terwijl gedaagde partij daarvan geen kennis heeft kunnen nemen. De akte blijft daarom buiten beschouwing.
2.4.
Nu de akte buiten beschouwing blijft, heeft eisende partij onvoldoende gesteld over de informatieplichten, waardoor de voor de beoordeling van belang zijnde informatie niet volledig is verstrekt (vgl. ECLI:NL:HR:2021:1677, overweging 3.1.17). Dat maakt een goede beoordeling van de vordering onmogelijk en leidt tot afwijzing van de vordering.
2.5.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
991