Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 op het verzet van
en uitspraak in de beroepszaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
Inleiding
14 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 januari 2025 op het bezwaar van opposant is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Opposant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Met de uitspraak van 2 september 2025 van deze rechtbank is het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard. Opposant heeft tegen die uitspraak verzet ingediend.
Beoordeling door de rechtbank van het verzet
Dat het advies van de gemeente niet gegrond is, Meneer heeft daadwerkelijk hulp nodig bij zijn mobiliteit hij kan niet meer dan 20 meter lopen.” De rechtbank is van oordeel dat dit, hoewel summier, wel als grond kan worden aangemerkt.
Beoordeling door de rechtbank van het beroep
23 september 2024 en 17 december 2024 blijkt dat eiser wel voldoet aan de eerste voorwaarde, maar niet aan de tweede voorwaarde. Uit de medische informatie van de cardioloog en de huisarts blijkt niet dat eiser niet even alleen gelaten kan worden. Op de zitting heeft eiser ook erkend dat dit niet als zodanig door de artsen is opgeschreven. Hoewel het invoelbaar is dat eiser, door een ervaring in het verleden, bang is dat hij opnieuw iets aan zijn hart krijgt als hij alleen is, blijkt uit de verklaring van de huisarts niet dat dit een reëel risico is waardoor eiser niet korte tijd alleen gelaten kan worden. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college de aanvraag van eiser voor een GPK passagier terecht heeft afgewezen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.N. van der Kroft, griffier.