Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3430

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
12093820 \ CV EXPL 26-1680
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvRichtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onjuiste en onvolledige feitenaanvoer in consumentenkoop

Bol.com vordert betaling van een consument, waarbij de overeenkomst tussen handelaar en consument valt onder het consumentenrecht. De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de informatieplichten is voldaan en of de overeenkomst voldoet aan Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen.

Bol.com stelt dat de overgelegde schermafdrukken van het bestelproces dateren van 16 februari 2025, het jaar van de overeenkomst. Uit onderzoek blijkt echter dat de schermafdrukken van 2024 zijn, wat in strijd is met de waarheid. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of Bol.com aan haar informatieplichten heeft voldaan.

De kantonrechter oordeelt dat door deze onjuiste en onvolledige feitenaanvoer het ambtshalve onderzoek onmogelijk is gemaakt. Daarom wordt de vordering afgewezen op grond van artikel 21 Rv Pro. Bol.com wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot.

Uitkomst: De vordering van Bol.com wordt afgewezen wegens onjuiste en onvolledige feitenaanvoer, met veroordeling in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12093820 \ CV EXPL 26-1680
Vonnis van 19 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOL.COM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 januari 2026, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.2.
Vorenbedoeld onderzoek is niet mogelijk, omdat eisende partij de voor de beoordeling van belang zijnde feiten niet volledig c.q. naar waarheid heeft aangevoerd.
2.3.
De overeenkomst is gesloten in 2025. Getoetst moet worden of eisende partij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan haar informatieplichten. Eisende partij stelt in dit verband in de dagvaarding, kort gezegd, dat zij aan haar informatieplichten heeft voldaan. In punt 21 van de dagvaarding stelt zij het volgende:
Bol.com stelt nadrukkelijk dat de schermafdrukken en de bestelbevestiging zoals weergegeven in productie 2 dateren van 16 februari 2025(de datum van de bestelling, ktr)
en sindsdien ongewijzigd zijn gebleven. De bijgevoegde schermafdrukken betreffen dus het bestelproces dat de gedaagde heeft doorlopen op het moment van het aangaan van de overeenkomst.
2.4.
Deze stelling is in strijd met de waarheid, omdat uit de overgelegde schermafdrukken volgt dat deze dateren van 2024. Dat blijkt uit de schermafdruk bij stap 2.1 en uit de combinatie van de schermafdrukken bij stappen 5.1 en 6.2. Eisende partij heeft de kantonrechter dan ook onjuist voorgelicht. Bovendien kan aan de hand van de overgelegde schermafdrukken niet worden getoetst of eisende partij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan haar informatieplichten (vgl. ECLI:NL:HR:2021:1677, overweging 3.1.17), omdat deze dateren van een ander jaar. Naar vast beleid volstaan uitsluitend schermafdrukken van hetzelfde kalenderjaar als het jaar waarin de bestelling is geplaatst.
2.5.
Door de voor de beoordeling van belang zijnde feiten niet volledig en niet naar waarheid aan te voeren, heeft eisende partij het de kantonrechter onmogelijk gemaakt om het ambtshalve onderzoek op juiste wijze uit te voeren. Dat geeft aanleiding de vordering af te wijzen op grond van artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.6.
Eisende partij wordt bij deze uitkomst als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
991