ECLI:NL:RBAMS:2026:3441

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
13-017591-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek opschorting feitelijke overlevering wegens ontbreken ernstige humanitaire omstandigheden

De rechtbank Amsterdam heeft op 1 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek tot opschorting van de feitelijke overlevering van een persoon aan Polen. De overlevering was reeds toegestaan op 31 maart 2026, waarbij de feitelijke overlevering binnen tien dagen moest plaatsvinden volgens artikel 35, eerste lid, van de Overleveringswet (OLW).

De opgeëiste persoon had op 19 maart 2026 verzocht om opschorting van deze termijn omdat hij asiel had aangevraagd in Nederland. De advocaat voerde aan dat er gegronde redenen waren om de overlevering op te schorten, met name vanwege ernstige humanitaire omstandigheden. De officier van justitie stelde echter dat deze omstandigheden niet aanwezig waren en dat de termijn niet opgeschort hoefde te worden.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er geen gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen. De aangevoerde argumenten van de advocaat boden hiervoor geen steun en er waren geen andere gronden voor opschorting gebleken.

Daarom heeft de rechtbank het verzoek tot opschorting van de feitelijke overlevering afgewezen, waardoor de overlevering binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden.

Uitkomst: Verzoek tot opschorting van de feitelijke overlevering aan Polen is afgewezen wegens ontbreken van ernstige humanitaire omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Internationale rechtshulpkamer
Parketnummer : 13-017591-26
Afwijzing verzoek opschorting feitelijke overlevering wegens ernstige humanitaire omstandigheden (artikel 35, derde lid, OLW)
De uitvaardigende justitiële autoriteit van Polen heeft om overlevering verzocht van de opgeëiste persoon:
[de opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
gedetineerd uit andere hoofde in P.I.: [detentieadres] .
Raadsvrouw mr. K.K. Hansen Löve.

Procedure

Op 31 maart 2026 is de overlevering aan Polen van de opgeëiste persoon toegestaan.
Dat betekent dat hij ingevolge artikel 35, eerste lid, OLW niet later dan 10 dagen na de uitspraak feitelijk moet worden overgeleverd.
De opgeëiste persoon heeft op grond van artikel 35, derde lid, OLW op 19 maart 2026 verzocht om deze termijn op te schorten omdat de opgeëiste persoon asiel heeft aangevraagd in Nederland. Er zijn daarom volgens de advocaat gegronde redenen om de feitelijke overlevering op te schorten.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel verzocht door de opgeëiste persoon, de termijn voor de feitelijke overlevering niet moet worden opgeschort omdat geen ernstige humanitaire omstandigheden aan de orde zijn, zoals vereist voor opschorting op grond van art. 35 lid 3 OLW Pro.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen. Een en ander blijkt namelijk niet uit hetgeen de advocaat heeft aangevoerd. Ook zijn geen andere gronden voor opschorting van de termijn voor feitelijke overlevering gebleken.
Daarom zal de rechtbank de in artikel 35, eerste lid, OLW bedoelde termijn niet opschorten.

Beslissing

De rechtbank:

WIJST AF het verzoek ex artikel 35, derde lid, OLW;

Deze beslissing is genomen op 01 april 2026 door
mr. E.M. de Bie, rechter,
en in tegenwoordigheid van J. Wildbret, griffier.