ECLI:NL:RBAMS:2026:3474
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beslissing ongegrond bezwaar tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde voor openlijke geweldpleging
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 februari 2026 het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen het bevel tot afname en verwerking van haar DNA-profiel op grond van de Wet DNA. De veroordeelde was op het moment van het misdrijf 14 jaar en werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging waarbij lichamelijk letsel werd toegebracht.
Veroordeelde voerde aan dat DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn voor opsporing en vervolging, mede omdat zij jong was, het misdrijf geen sporen van DNA zou achterlaten en zij sindsdien geen strafbare feiten meer had gepleegd. De officier van justitie stelde dat geen uitzonderingssituatie bestond.
De rechtbank oordeelde dat het gepleegde misdrijf voldoet aan de criteria voor DNA-afname en dat de bijzondere omstandigheden, waaronder de minderjarige leeftijd, niet leiden tot een uitzondering. Uit het rapport van de kinderbescherming bleek een aanzienlijk risico op recidive, wat de opgelegde leer- en werkstraffen met bijzondere voorwaarden onderstreept.
Daarom werd het bezwaar ongegrond verklaard en het bevel tot DNA-afname gehandhaafd. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bevel tot DNA-afname wordt ongegrond verklaard en het bevel blijft van kracht.