Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiseres] in conventie worden begroot op:
Rechtbank Amsterdam
Eiseres huurde vanaf december 2015 een woning van Bouwinvest en betaalde een waarborgsom van €4.275,00. Na beëindiging van de huurovereenkomst per 1 maart 2023 weigerde Bouwinvest de waarborgsom terug te betalen en vorderde zij een bedrag van €8.052,83 wegens vermeende herstelkosten.
Bouwinvest stelde dat het gehuurde niet in oorspronkelijke staat was opgeleverd, maar kon dit niet onderbouwen met een opnamestaat bij aanvang van de huur. Volgens artikel 7:224 BW Pro rust op de verhuurder de bewijslast dat het gehuurde bij het einde in slechtere staat verkeerde dan bij aanvang. Bouwinvest voldeed niet aan deze stelplicht.
De kantonrechter wees de vorderingen van Bouwinvest af en veroordeelde Bouwinvest tot terugbetaling van de waarborgsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werden de proceskosten aan Bouwinvest opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Bouwinvest wordt veroordeeld tot terugbetaling van de waarborgsom en incassokosten, vorderingen tot herstelkosten worden afgewezen.