Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3481

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
25-030358
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 3:86 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van het beklag tegen inbeslagname van gestolen bakfiets

Klaagster heeft via Marktplaats een elektrische bakfiets gekocht die later bleek te zijn gestolen. De bakfiets werd op 11 november 2025 in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro. Klaagster diende een beklag in tegen de inbeslagname en verzocht om teruggave van de bakfiets.

De rechtbank behandelde het beklag op 19 februari 2026. Hoewel klaagster niet verscheen, werd het klaagschrift in behandeling genomen. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat de bakfiets moet worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar, die inmiddels is vertegenwoordigd door de verzekeringsmaatschappij die de schade heeft vergoed.

De rechtbank oordeelde dat klaagster, ondanks te goeder trouw te hebben gehandeld, geen bescherming geniet op grond van artikel 3:86 lid 3 BW Pro omdat geen sprake is van een consumentenkoop. De verzekeringsmaatschappij is in de rechten van de oorspronkelijke eigenaar getreden en wordt als rechthebbende beschouwd. Daarom wordt het verzoek om teruggave afgewezen en het beklag ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de bakfiets wordt ongegrond verklaard en de bakfiets blijft in beslag.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 25-030358
datum : 19 februari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klaagster] ,

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: klaagster, tevens beslagene.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv Pro blijkt dat op 11 november 2025 in beslag is genomen: een elektrische bakfiets van het merk Lovens (goednummer 6722607) (hierna: de bakfiets).

Procedure

Het klaagschrift is op 24 november 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 19 februari 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. J.J. Smilde, op zitting gehoord.
Klaagster is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Een dag na de behandeling van het klaagschrift en nadat er door de rechter mondeling uitspraak is gedaan, is gebleken dat de oproeping van klaagster retour is gekomen omdat het adres onjuist zou zijn. Het klaagschrift is door klaagster met de hand geschreven en mogelijk is zij woonachtig op huisnummer [nummer 1] in plaats van [nummer 2] , zoals op de akte is vermeld. Om die reden wordt deze beslissing naar beide huisnummers gestuurd.
Verzekeringsmaatschappij [naam verzekeringsmaatschappij] is als derde belanghebbende opgeroepen. De derde belanghebbende heeft, na kennisname van het standpunt van het Openbaar Ministerie, laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen bakfiets.
Door klaagster is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Ik maak bezwaar tegen de inbeslagname van de bakfiets. Ik doe geen afstand ervan.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen bakfiets aan klaagster en heeft daartoe aangevoerd dat de bakfiets moet worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar (degene van wie de bakfiets is gestolen of de verzekeringsmaatschappij waarbij deze persoon de fiets had verzekerd). Klaagster heeft de bakfiets gekocht via Marktplaats, waarna bleek dat het originele framenummer als gestolen geregistreerd stond. Op 14 oktober 2025 heeft de oorspronkelijke eigenaar aangifte gedaan van diefstal. Hoewel klaagster te goeder trouw heeft gehandeld, wordt zij niet beschermd door artikel 3:86 lid 3 BW Pro, omdat geen sprake is van een consumentenkoop. Nu de verzekeringsmaatschappij reeds geld heeft uitgekeerd, is zij in de rechten getreden van de oorspronkelijke eigenaar.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klaagster is daarom ontvankelijk in het beklag.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.
Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Als dat laatste het geval is, dient het verzoek om teruggave zonder nader onderzoek naar het belang van strafvordering te worden afgewezen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Klaagster heeft via Marktplaats een bakfiets gekocht die gestolen blijkt te zijn. Hoewel niet ter discussie staat dat zij te goeder trouw heeft gehandeld, komt haar juridisch gezien geen bescherming toe op grond van artikel 3:86 lid 3 BW Pro nu geen sprake is van een consumentenkoop. Aangezien [naam verzekeringsmaatschappij] Verzekeringen reeds geld heeft uitgekeerd aan de oorspronkelijke eigenaar die op 14 oktober 2025 aangifte heeft gedaan van diefstal, is zij in de rechten van de oorspronkelijke eigenaar getreden en daarmee rechthebbende van de bakfiets.
Uit het voorgaande volgt dat klaagster niet redelijkerwijs als rechthebbende op de bakfiets kan worden aangemerkt en het verzoek om teruggave van klaagster dient te worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klaagster en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klaagster binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
.