ECLI:NL:RBAMS:2026:3489
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beklag tegen inbeslagname en conservatoir beslag op geldbedrag in drugshandelonderzoek
Op 25 september 2025 werd onder klager een geldbedrag van €1.900,- in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar handel in harddrugs en witwassen. Klager stelde dat het geld legaal was geleend van een vriendin en verzocht om teruggave via een beklag op grond van artikel 552a Sv.
De rechtbank behandelde het beklag op 11 maart 2026 en hoorde klager, zijn advocaat en de officier van justitie. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat het belang van de strafvordering voorop staat. Gezien de omstandigheden waaronder het geld werd aangetroffen en de verdenkingen tegen klager, achtte de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat het geld zal worden verbeurd verklaard of dat een geldboete zal worden opgelegd.
Daarom verzet het strafvorderlijk belang zich tegen opheffing van het klassieke en het conservatoire beslag. Het beklag werd ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open voor klager en het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname en het conservatoir beslag op het geldbedrag wordt ongegrond verklaard vanwege het belang van de strafvordering.