Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker] ,
Feiten
Procedure
Verzoek
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
- inverzekeringstelling: 30 april 2025;
- invrijheidstelling: 30 april 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker, een minderjarige, werd op 29 april 2025 aangehouden en een dag in verzekering gesteld op verdenking van openlijke geweldpleging. De zaak werd geseponeerd en de beslissing tot niet-vervolging werd onherroepelijk. Verzoeker vorderde een vergoeding van €350 voor immateriële schade door de detentie.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker recht heeft op de forfaitaire vergoeding van €130 voor de dag in verzekeringstelling, maar wees de hogere vergoeding af. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die een hogere vergoeding rechtvaardigen, ondanks de impact op verzoeker en zijn minderjarigheid.
De rechtbank benadrukte dat de ervaring van vrijheidsbeneming reeds in de standaardvergoeding is verwerkt en dat het feit dat verzoeker verdacht werd van een ernstig strafbaar feit en dat onderzoek noodzakelijk was, meewoog in de afwijzing van de verhoogde vergoeding.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door rechter A.A. Spoel. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt een forfaitaire vergoeding van €130 voor één dag onterechte inverzekeringstelling, verhoogde vergoeding wordt afgewezen.