Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3490

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
25-024072
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 533 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding immateriële schade na onterechte inverzekeringstelling minderjarige

Verzoeker, een minderjarige, werd op 29 april 2025 aangehouden en een dag in verzekering gesteld op verdenking van openlijke geweldpleging. De zaak werd geseponeerd en de beslissing tot niet-vervolging werd onherroepelijk. Verzoeker vorderde een vergoeding van €350 voor immateriële schade door de detentie.

De rechtbank oordeelde dat verzoeker recht heeft op de forfaitaire vergoeding van €130 voor de dag in verzekeringstelling, maar wees de hogere vergoeding af. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die een hogere vergoeding rechtvaardigen, ondanks de impact op verzoeker en zijn minderjarigheid.

De rechtbank benadrukte dat de ervaring van vrijheidsbeneming reeds in de standaardvergoeding is verwerkt en dat het feit dat verzoeker verdacht werd van een ernstig strafbaar feit en dat onderzoek noodzakelijk was, meewoog in de afwijzing van de verhoogde vergoeding.

De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door rechter A.A. Spoel. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoeker ontvangt een forfaitaire vergoeding van €130 voor één dag onterechte inverzekeringstelling, verhoogde vergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-231218-25
raadkamernummer : 25-024072
datum : 11 maart 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. Ketting;
[adres] ,
hierna te noemen: verzoeker.

Feiten

Verzoeker is op 29 april 2025 aangehouden en de volgende dag in verzekering gesteld op verdenking van openlijke geweldpleging tegen personen. Verzoeker is op 30 april 2025 heengezonden.
De officier van justitie heeft beslist verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 3 september 2025 aan verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden.

Procedure

Het verzoekschrift is op 25 september 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 11 maart 2026 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft verzoeker, zijn advocaat, mr. M. Ketting, en de officier van justitie, mr. P. van Laere, in raadkamer gehoord.

Verzoek

Het verzoek strekt tot vergoeding van de immateriële schade die verzoeker als gevolg van ondergane verzekering heeft geleden tot een bedrag van in totaal € 350,-.
Door verzoeker is op de zitting, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Ik denk er vaak aan terug. Kleine ruimtes zijn voor mij vervelend, omdat ik dan het gevoel heb dat de muren op mij afkomen. Het leek erop alsof niemand medelijden met mij had, terwijl ik niets had gedaan. Ik voelde mij niet gehoord.
Op zitting heeft de raadsvrouw het verzoek als volgt nader toegelicht.
Verzoeker was minderjarig. Hij is voor de tweede keer in korte tijd onterecht aangehouden. Dit heeft zijn gevoelens van onveiligheid en willekeur versterkt. Door de eerdere aanhouding begin 2024, heeft verzoeker deze vrijheidsbeneming als bijzonder belastend ervaren. Verzoeker is onder behandeling bij [instelling] en daar heeft hij ook deze detentie besproken. Verzoeker is boos en hem wordt geleerd hoe hij hier mee om kan gaan. Dit toont aan wat voor impact de detentie op hem heeft gemaakt. Gelet op deze omstandigheden is het billijk om aan verzoeker een verhoogde vergoeding toe te kennen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich niet tegen het toekennen van de forfaitaire vergoeding van € 130,- voor de dag die verzoeker in verzekering is gesteld. Wel verzet de officier van justitie zich tegen de gevraagde verhoogde vergoeding. Verzoeker werd verdacht van openlijke geweldpleging in een Mac-Donals door een groep van acht personen, waarbij twee slachtoffers met geweld zijn beroofd. Hier moest onderzoek naar worden gedaan (o.a. het bekijken van camerabeelden) en uiteindelijk is gebleken dat verzoeker hierbij geen rol heeft gespeeld, maar hij heeft zich ook niet onttrokken aangezien hij de buit van een vriend onder zich heeft gehouden. De zaak van verzoeker is geseponeerd en hij heeft recht op de standaardvergoeding. Niet is gebleken dat sprake is van een uitzonderlijke kwetsbaarheid of dat verzoeker dermate onnheus is bejegend waadoor hij aanspraak zou maken op een hogere vergoeding. Het enkele gegeven dat hij minderjarig was, is hiertoe onvoldoende.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.
De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank acht die gronden aanwezig voor een deel van het verzochte.
De rechtbank gaat uit van de volgende data:
  • inverzekeringstelling: 30 april 2025;
  • invrijheidstelling: 30 april 2025.
Bij het bepalen van het aantal dagen dat verzoeker in voorarrest heeft doorgebracht, wordt zowel de dag waarop de inverzekeringstelling is aangevangen als de dag van de invrijheidstelling naar de maatstaf van een volledige dag vergoed. Ook indien de inverzekeringstelling is aangevangen én geëindigd op een en dezelfde dag (en het voorarrest dus tot enkele uren beperkt is gebleven) wordt een vergoeding toegekend naar de maatstaf van een volledige dag.
Verzoeker heeft één dag zijn vrijheid moeten missen.
De rechtbank zal de gebruikelijke vergoeding toekennen, te weten:
- € 130,- € 130,- voor elke dag door verzoeker in verzekering doorgebracht.
De rechtbank acht geen gronden aanwezig voor toekenning van de gevraagde verhoogde vergoeding en overweegt hiertoe als volgt. Het feit dat een vrijheidsbeneming als onprettig wordt ervaren (en ook zo is ervaren door verzoeker), is reeds verdisconteerd in de forfaitaire bedragen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de vrijheidsbeneming voor verzoeker relatief veel zwaarder was en/of relatief veel grotere gevolgen heeft gehad dan de gemiddelde impact en gevolgen die een vrijheidsbeneming in het algemeen met zich meebrengt. De omstandigheid dat verzoeker minderjarig was, is onvoldoende om een afwijking van de standaardvergoeding te billijken. Daarbij geldt verzoeker werd verdacht van een ernstig strafbaar feit en dat zijn rol daarbij moest worden onderzocht. Dat hij uiteindelijk strafrechtelijk niet is vervolgd, maakt niet dat hem groot onrecht is aangedaan. Ook niet omdat dit voor de tweede keer is gebeurd.

Beslissing

De rechtbank kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 130,- (zegge honderddertig euro).
Wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het gerechtshof, voor de officier van justitie binnen veertien (14) dagen en voor verzoeker binnen een maand na betekening van deze beslissing, in te stellen ter griffie van deze rechtbank.

BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING

De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van: € 130,- (zegge honderddertig euro), ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer [rekeningnummer] , ten name van [naam], onder vermelding van vergoeding 533 Sv, inzake: [verzoeker] .
Aldus gedaan op 11 maart 2026
door mr. A.A. Spoel, rechter.