Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3497

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
25-031678
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 107 WVW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot teruggave van inbeslaggenomen auto wegens rijden zonder rijbewijs

Op 28 november 2025 werd een personenauto van klager in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek wegens rijden zonder rijbewijs. Klager, die nog geen rijbewijs heeft en meerdere keren eerder is beboet voor hetzelfde feit, verzocht om teruggave van de auto omdat hij deze nodig heeft voor zijn werk als straatcoach en de auto met zijn spaargeld heeft gekocht.

De rechtbank behandelde het beklag op 11 maart 2026 en hoorde klager, zijn advocaat en de officier van justitie. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen teruggave omdat het belang van de strafvordering zich daartegen verzet en de auto mogelijk verbeurd zal worden verklaard.

De rechtbank oordeelde dat het voortduren van het beslag noodzakelijk is omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de auto zal verbeurd verklaren gezien de recidive van klager. Het feit dat klager de auto met eigen spaargeld heeft gekocht, weegt niet op tegen het strafvorderlijk belang. Het beklag werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de auto wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer: 25-031678
datum: 11 maart 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager],

geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] ([land van herkomst]),
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. P. Koops;
[adres],
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv Pro blijkt dat op 28 november 2025 in het strafrechtelijk onderzoek tegen klager in beslag is genomen: een personenauto van het merk BMW met kenteken [kentekennummer] (goednummer 6743166) (hierna: de auto).

Procedure

Het klaagschrift is op 8 december 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 11 maart 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft klager, zijn advocaat, mr. P. Koops, en de officier van justitie, mr. P. van Laere, op zitting gehoord.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen auto.
Door klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Ik heb de auto nodig voor mijn werk. Ik werk tot laat als straatcoach. Het klopt dat ik nog geen rijbewijs heb. Ik heb examen gedaan, maar ik ben gezakt. Ik doe mijn best om mijn rijbewijs alsnog te halen. Ik heb een nieuw examen ingepland. Totdat ik mijn rijbewijs heb gehaald, zal ik niet gaan rijden. Ik heb al mijn spaargeld gebruikt om de auto te kunnen kopen.
Namens klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Klager heeft een schot voor de boeg genomen door een auto te kopen voordat hij zijn rijbewijs heeft gehaald. Dit omdat hij na zijn werk op nachtelijke tijdstippen naar huis moet. Klager heeft de auto gekocht van zijn spaargeld en hiervoor € 3.000,- betaald. Klager kan net rondkomen en heeft door de inbeslagname dubbele lasten, omdat hij nu met het openbaar vervoer moet. Indien de auto verbeurd wordt verklaard, wordt klager onevenredig benadeeld. De kosten van bewaring zijn hoger dan de huidige waarde van de auto voor justitie. Tegen de tijd dat de zaak op zitting zal worden behandeld, is de auto weg en daarmee ook de mogelijkheid tot compensatie. De vorige strafbeschikkingen zagen op het rijden zonder rijbewijs op een scooter. Klager is er nu van doordrongen dat op het rijden zonder rijbewijs in een auto een gevangenisstraf voor de duur van twee weken staat. Hij mag de auto bezitten, maar er niet in rijden. Klager zal de auto stallen totdat hij zijn rijbewijs heeft.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet, omdat het Openbaar Ministerie zal vorderen dat de auto zal worden verbeurd verklaard.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt wegens het rijden zonder rijbewijs (artikel 107 WVW Pro). Uit het strafblad van klager blijkt dat hij een gewaarschuwd man was. Hij heeft meerdere strafbeschikkingen opgelegd gekregen voor hetzelfde feit. Klager wist dat hij geen voertuigen mag besturen zonder een geldig rijbewijs en heeft dit toch opnieuw gedaan. Klager beschikt op dit moment nog steeds niet over een rijbewijs, waardoor de kans op herhaling als groot wordt ingeschat. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen auto zal verbeurd verklaren. Het feit dat klager de auto van zijn spaargeld heeft gekocht, maakt niet dat het voortduren van het beslag disproportioneel is. Mocht in een later stadium worden geoordeeld dat de auto aan klager dient te worden teruggeven en dat de auto inmiddels is verkocht, dan zal klager hiervoor overeenkomstig de wet worden gecompenseerd.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag.
Het beklag zal daarom ongegrond worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
.
.