Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3498

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
26-001480
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552f Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot onttrekking aan het verkeer van goederen met kinderporno

De zaak betreft een vordering van het Openbaar Ministerie tot onttrekking aan het verkeer van een Samsung telefoon, een Motorola telefoon en een fotodisk geheugenkaart waarop kinderporno is aangetroffen. De beslagene, die eerder door de politierechter is vrijgesproken en aan wie de goederen zijn teruggegeven, betwist de vordering en stelt dat deze niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De rechtbank overweegt dat de politierechter op 1 oktober 2025 de beslagene heeft vrijgesproken en de teruggave van de goederen heeft gelast. Het Openbaar Ministerie is niet in hoger beroep gegaan, waardoor het vonnis onherroepelijk is geworden. De mogelijkheid om een vordering ex artikel 552f Sv in te dienen na vervolging ziet niet op situaties waarin reeds een onherroepelijk oordeel is gegeven over de goederen.

De rechtbank concludeert dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vordering, omdat het indienen van een dergelijke vordering na een onherroepelijke beslissing een onaanvaardbare doorkruising van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zou betekenen. De behandeling van de vordering wordt niet aangehouden. De beslagene heeft aangegeven afstand te willen doen van de telefoons en geen bezwaar te hebben tegen het verwijderen van het kinderporno-bestand op de computer, zodat partijen naar verwachting buiten deze procedure tot een oplossing zullen komen.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de goederen vanwege een onherroepelijke vrijspraak en teruggave.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-363615-24
raadkamernummer : 26-001480
datum : 11 maart 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer ex artikel 552f Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van:

[beslagene],

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J. Mul;
[adres],
hierna te noemen: beslagene/belanghebbende.

De procesgang

De vordering is op 16 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 11 maart 2026 de beslagene/belanghebbende, zijn advocaat, mr. J. Mul, en de officier van justitie, mr. V.C.E. de Jong, in openbare raadkamer gehoord.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De vordering strekt tot onttrekking aan het verkeer van een Samsung telefoon (G6422249), een Motorola telefoon (G6422146) en een fotodisk geheugenkaart (G6422202), omdat hierop kinderporno is aangetroffen en het inbeslaggenomene van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Standpunt van de beslagene/belanghebbende

Door de beslagene/belanghebbende is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Op de computer (G6422202) staat één folder met kinderporno genaamd ‘zooi’. Deze map kan eenvoudig worden verwijderd. Ik wil niets te maken hebben met kinderporno. De telefoons wil ik niet terug, omdat het hier altijd traceerbaar op blijft.
Namens de beslagene/belanghebbende is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
De vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen. Cliënt is op 1 oktober 2025 door de politierechter in deze rechtbank vrijgesproken. Daarnaast heeft de politierechter de teruggave gelast van de inbeslaggenomen goederen. Het Openbaar Ministerie is niet in hoger beroep gegaan, waardoor het vonnis onherroepelijk is geworden. Het Openbaar Ministerie vordert nu de onttrekking aan het verkeer van de goederen waarover de rechter al een definitieve beslissing heeft genomen. Een latere artikel 552f procedure mag niet worden gebruikt om een definitieve rechterlijke beslissing te omzeilen. Daarbij is onttrekking aan het verkeer van de computer disproportioneel, omdat de computer zelf geen verboden voorwerp betreft. De computer heeft een waarde van € 18.000,- en er staat, naast veel legale data, slechts één bestand op met kinderporno. Dit bestand had eenvoudig verwijderd kunnen worden, waarna de computer aan cliënt had moeten worden teruggegeven. Cliënt heeft er geen bezwaar tegen als dit alsnog wordt gedaan. De telefoons hoeft hij niet terug. Cliënt heeft destijds de simkaarten teruggekregen en de telefoons zijn inmiddels verouderd.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen, omdat is vastgesteld dat op de inbeslaggenomen goederen kinderporno staat en dat het ongecontroleerde bezit van de voorwerpen daarmee in strijd is met de wet of het algemeen belang. Een aparte vordering tot onttrekking aan het verkeer is ook mogelijk als vervolging heeft plaatsgevonden. De reden waarom het Openbaar Ministerie niet in hoger beroep is gegaan, is omdat de hele zaak opnieuw had moeten worden voorgelegd voor enkel het beslag. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vordering, dan heeft de officier van justitie subsidiair verzocht om de behandeling van de vordering aan te houden. De beslagene/belanghebbende heeft in raadkamer aangegeven dat hij afstand wil doen van de telefoons en dat hij geen bezwaar heeft tegen het verwijderen van het bestand met de naam ‘zooi’ op de computer. Er is tijd nodig om te onderzoeken of er kan worden gekomen tot een formele afstandsverklaring.

De beoordelingDe rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vordering en overweegt hiertoe als volgt. Op 1 oktober 2025 heeft de politierechter in deze rechtbank de beslagene/belanghebbende vrijgesproken van het in bezit hebben van kinderporno en de teruggave gelast van de inbeslaggenomen goederen waar nu de onttrekking aan het verkeer van wordt gevorderd. Het Openbaar Ministerie is niet in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de rechtbank, waardoor het vonnis op 16 oktober 2025 onherroepelijk is geworden. Hoewel het inderdaad mogelijk is om een vordering ex art. 552f Sv in te dienen nadat vervolging heeft plaatsgevonden, ziet die mogelijkheid niet op situaties waarin vervolging reeds tot een onherroepelijk oordeel heeft geleid ten aanzien van goederen waarop de vordering ex art. 552f Sv betrekking heeft. Een ander oordeel zou leiden tot een onaanvaardbare doorkruising van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Met de onherroepelijke beslissing van de politierechter van de rechtbank van 10 oktober 2025 is het beslag geëindigd en staat voor de officier van justitie de weg van een vordering ex art. 552f Sv niet meer open. Het aanhouden van de behandeling van de vordering kan niet tot een ander oordeel leiden. Het verzoek om aanhouding wordt om die reden afgewezen. Nu de beslagene/belanghebbende in raadkamer heeft aangegeven dat ook hij niet wil dat kinderporno in de maatschappij circuleert en hij om die reden afstand wil doen van de telefoons en er geen bezwaar tegen heeft dat het desbetreffende bestand op de computer wordt verwijderd, gaat de rechtbank ervan uit dat partijen buiten deze procedure om onderling tot een praktische oplossing zullen komen.

Beslissing

De rechtbank verklaart de officier van justitie
niet-ontvankelijkin de vordering.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L.Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de belanghebbende en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor de belanghebbende binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.