Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3616

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
13/306317-23 (Promis)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen voorbereiding invoer en handel in cocaïne met taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van de voorbereiding van het invoeren en verhandelen van een grote hoeveelheid cocaïne in de periode van 24 augustus 2023 tot en met 28 november 2023. Verdachte werkte nauw samen met medeverdachten en was actief betrokken bij de voorbereidingen, onder meer door het optreden als tolk, het uitlenen van zijn auto en het onderhouden van contacten die relevant waren voor de drugshandel.

De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder bekennende verklaringen van medeverdachten, opgenomen gesprekken waarin codewoorden voor cocaïne werden gebruikt, en de vondst van druggerelateerde voorwerpen in de woning van verdachte. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts als tolk fungeerde en geen opzet had, maar dit werd door de rechtbank verworpen.

De rechtbank sprak verdachte vrij voor zover de tenlastelegging betrekking had op andere perioden of handelingen dan de bewezenverklaarde. De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 240 uur. Als bijzondere voorwaarde werd het volgen van een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa) opgelegd. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het reclasseringsadvies.

Verder werden diverse voorwerpen in beslag genomen, waarvan enkele werden verbeurdverklaard en andere onttrokken aan het verkeer. De redelijke termijn van berechting werd niet overschreden ondanks de duur van bijna 29 maanden, mede door het horen van een getuige in het buitenland.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur wegens medeplegen van voorbereiding van invoer en handel in cocaïne.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/306317-23
Datum uitspraak: 10 april 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1981,
wonende op het adres [adres],
hierna: verdachte.

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A.M. Ruijs, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – zoals op de zitting nader is omschreven, kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 31 maart 2023 tot en met 28 november 2023 samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan het voorbereiden van het invoeren, uitvoeren en/of verhandelen van een grote hoeveelheid cocaïne.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Ibij dit vonnis.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het ten laste gelegde kan worden bewezen.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat het ten laste gelegde niet kan worden bewezen. Uit het dossier blijkt namelijk niet dat verdachte opzet heeft gehad op het invoeren van cocaïne. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat niet kan worden bewezen dat verdachte de handelingen die hij niet zelf heeft verricht, heeft medegepleegd. Hij zou namelijk alleen als tolk hebben opgetreden.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen op grond van de in
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen en de hierna volgende overwegingen.
[medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) is bij vonnis van 22 oktober 2024 onder parketnummer 13/080642-23 door de rechtbank Amsterdam onder andere veroordeeld voor het medeplegen van het voorbereiden van het invoeren van cocaïne. [medeverdachte 1] heeft hierover een bekennende verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat het de bedoeling was om cocaïne Nederland in te voeren in containers met ladingen fruit. In dat kader heeft hij (telefonisch) contact gehad met [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]), van wie het initiatief kwam om de cocaïne in te voeren. Hij heeft verder contact onderhouden met [naam bedrijf BV] uit [plaats] (hierna: [naam bedrijf BV]) over fruitbestellingen en is een aantal keren bij [naam bedrijf BV] geweest.
Betrokkenheid verdachte
De rechtbank leidt uit de inhoud van de opgenomen bewijsmiddelen af dat verdachte vanaf 24 augustus 2023 een actieve rol heeft gehad bij de hiervoor genoemde voorbereiding op invoer/uitvoer van en handel in cocaïne. Hij heeft hierbij nauw en bewust samengewerkt met [medeverdachte 1] en anderen. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat zijn rol hierin materieel van voldoende gewicht is geweest om te kunnen oordelen dat sprake is van medeplegen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte meermalen met [medeverdachte 1] is meegegaan naar [naam bedrijf BV], gesprekken met [medeverdachte 1] heeft gevoerd over de invoer van cocaïne, bij [naam bedrijf BV] heeft opgetreden als tolk, zijn auto aan [medeverdachte 1] heeft uitgeleend en hem in contact heeft willen brengen met iemand met de (bij)naam [naam 1]. [naam 1] is een contact van verdachte die blijkens de inhoud van het OVC-gesprek – zo begrijpt de rechtbank – zou kunnen helpen bij de invoer van de cocaïne. Verder is er gesproken over de hoogte van de beloning voor de werkzaamheden van verdachte.
Wetenschap verdachte
Uit de inhoud van de voor het bewijs gebruikte OVC-gesprekken leidt de rechtbank voorts af dat verdachte wist dat er gesproken werd over de invoer van cocaïne. Tijdens de gesprekken worden immers termen als "bezwangeren", "een vloer" en "oogjes” gebruikt die volgens de politie allemaal duiden op het verstoppen van verdovende middelen in een container. Ook wordt er gesproken over containers die eerst “schoon” moeten zijn en zegt de verdachte dat de situatie bij [naam bedrijf BV] “heet” is en dat de auto van [medeverdachte 1] misschien wordt afgeluisterd nadat er een partij cocaïne is onderschept. Gevraagd naar passages uit gesprekken, die verdachte in de auto met [medeverdachte 1] heeft gevoerd, heeft hij ter terechtzitting verklaard dat hij bekend was met de betekenis van het “bezwangeren” van een container en dat hij, wanneer hij hierover spreekt, in algemene zin het verstoppen van illegale waar in een container bedoelt. De voor het bewijs gebruikte OVC-gesprekken kunnen, gezien hun inhoud en gezien de bekennende verklaring van [medeverdachte 1], niet anders worden uitgelegd dan dat deze betrekking hebben op de invoer van grote hoeveelheden cocaïne in containers uit Ecuador. Daarbij komt dat op het balkon van de woning van verdachte voorwerpen zijn aangetroffen die gebruikt kunnen worden voor het bewerken van cocaïne ten behoeve van de verkoop, verdachte in het verleden meermalen is veroordeeld voor Opiumwet-feiten en uit de inhoud van de telefoon van verdachte volgt dat hij op 31 maart 2023 zelf hoeveelheden cocaïne voorhanden heeft gehad. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank de verklaringen van verdachte, dat hij niet meer weet waar de OVC-gesprekken over gingen dan wel dat hij niet wist dat er werd gesproken over de invoer van cocaïne in plaats van fruit, niet aannemelijk.
De rechtbank overweegt dat de verklaring van verdachte over de drugsgerelateerde goederen op zijn balkon – te weten dat hij deze goederen bewaarde voor een voormalige huurder van zijn woning (bij)genaamd “[naam 2]” en dat hij niet wist wat voor soort goederen het waren – niet aannemelijk is geworden, omdat deze verklaring op geen enkele wijze steun vindt in het dossier, terwijl de partner van verdachte heeft verklaard dat deze goederen van verdachte waren en verdachte heeft bekend (de tas met daarin) deze goederen te hebben aangeraakt. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam vast dat verdachte deze goederen voorhanden heeft gehad.
Partiële vrijspraak
De rechtbank overweegt tot slot dat niet is komen vast te staan dat verdachte strafbare betrokkenheid heeft gehad bij de voorbereiding van drugsfeiten voordat hij meedeed aan de OVC-gesprekken in de Mercedes van [medeverdachte 1]. Ook kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat verdachte zich bezighield met de voorbereiding van invoer van drugs op andere manieren dan via containers uit Ecuador. De rechtbank acht de tenlastelegging dan ook niet bewezen voor zover deze betrekking heeft op andere handelingen of een andere periode. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte in de periode van 24 augustus 2023 tot en met 28 november 2023 in Nederland telkens tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, en/of
- het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,
van een grote hoeveelheid cocaïne,
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en
- zich en/of anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en
- voorwerpen en vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten,
immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders opzettelijk
- een of meermalen (telefonisch) contacten en/of ontmoetingen gehad en/of besprekingen gevoerd en/of afspraken gemaakt met een of meer (mogelijke) leverancier(s) en/of transporteur(s) en/of tussenperso(o)n(en) en/of eigena(a)r(en) van een (fruit)bedrijf en/of verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot het afleveren en/of vervoeren en/of invoeren van verdovende middelen en/of
- jerrycans (met aceton) en een drugspers/drugsstempel (met logo ‘@’) en (delen van) een persblok en een maatbeker voorhanden gehad.
Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 494 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 270 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht om in geval van straftoemeting, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, in ieder geval geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die de duur van het voorarrest overschrijdt.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen op de invoer en/of uitvoer van en/of handel in een grote hoeveelheid cocaïne. De handel in cocaïne vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en heeft een ontwrichtende invloed op de samenleving. Met de internationale handel in harddrugs wordt veel criminele winst behaald. Het op de markt brengen van cocaïne vormt daarnaast een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en bevordert de criminaliteit.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 16 februari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet recent is veroordeeld voor strafbare feiten.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsadvies van 4 september 2024. Hierin adviseert de reclassering om bijzondere voorwaarden te bepalen bij een (deels) voorwaardelijke straf, mocht de rechtbank daartoe overgaan. De reclassering adviseert onder andere het volgen van een Cognitieve Vaardigheden-training (CoVa) of een soortgelijke training. Dit zou verdachte helpen om goede keuzes te maken en de consequenties van zijn handelen te overzien.
Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het voortgangsverslag toezicht van de reclassering van 20 maart 2026 en de toelichting hierop die de medewerker van de reclassering per e-mail van 23 maart 2026 aan de officier van justitie heeft verstrekt. Hieruit blijkt dat het schorsingstoezicht goed verloopt, dat verdachte meewerkt en zich aan de afspraken houdt die hij met de reclassering heeft gemaakt. De reclassering adviseert op dit moment geen bijzondere voorwaarden meer. Omdat verdachte kostwinner is en fulltime werkt, zou het namelijk lastig zijn voor verdachte om tijd vrij te maken voor bijvoorbeeld een CoVa-training. Daarnaast zou verdachte voldoende hebben aan de hulp die hij krijgt van het buurtteam.
Gelet op de rol van verdachte bij het bewezenverklaarde en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, is een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uren, eveneens met aftrek van voorarrest, passend. De rechtbank zal bij de voorwaardelijke gevangenisstraf als bijzondere voorwaarde bepalen het volgen van een CoVa-training. De reclassering heeft in eerste instantie geadviseerd om deze training als bijzondere voorwaarde op te leggen en ook de rechtbank ziet de relevantie van deze training in voor verdachte. Hoewel de reclassering in een later bericht van 23 maart 2026, heeft meegedeeld dat het lastig zou kunnen zijn voor verdachte om tijd vrij te maken voor deze training, is de rechtbank van oordeel dat dit een overkomelijk probleem is en dat het belang dat is gediend bij de uitvoering van deze voorwaarde zwaarder weegt.
Redelijke termijn
Verdachte is op 28 november 2023 in verzekering gesteld. Dat moment kan worden aangewezen als het moment waarop de redelijke termijn van berechting start. Aangezien op 10 april 2026 vonnis wordt gewezen, stelt de rechtbank vast dat het afronden van de zaak bijna 29 maanden heeft geduurd. In beginsel is een redelijke termijn in strafzaken 24 maanden. Echter, de rechtbank stelt vast dat er (op verzoek van de verdediging) een getuige in Ecuador is verhoord. Dit is een omstandigheid die naar het oordeel van de rechtbank maakt dat een langere termijn redelijk is dan de voornoemde 24 maanden. De redelijke termijn is dan ook niet geschonden.

8.Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
1. STK Personenauto [kenteken]
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_G795356, Zwart, merk: DAEWOO)
2. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_795151, Samsung)
3. 1 STK Metalen persframe voor cocaïne
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429156 : metalen persframe bedoeld voor samenpersen blokken cocaine)
4. 1 STK pers voor person blok cocaïne
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429167 : mal bestemd vor thet tot een bokpersen van cocaine)
5. 1 STK Maatbeker
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429171)
6. 1 STK Zak
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429174: verpakkingsmateriaal drugshandel)
7. 1 STK Deksel plastic
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429175: aangetroffen bij pers voor drugs)
8. 1 STK Persvorm.
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429177 persvorm. "@" voor persen in drugsblok)
9. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_795157, LG)
10. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_795159, Samsung)
11. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_795162, SAMSUNG)
12. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429569, APPLE)
Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe.
8.1.
Verbeurdverklaring
Omdat met behulp van de onder 1 en 2 genoemde voorwerpen het bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.
8.2.
Onttrekking aan het verkeer
Omdat met betrekking tot de onder 3 tot en met 8 genoemde voorwerpen het bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
8.3.
Teruggave aan verdachte
De onder 9 tot en met 12 genoemde voorwerpen worden teruggegeven aan verdachte.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 33, 33a, 36b, 36c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet.

10.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door- een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken en/of
- een ander trachten te bewegen daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat die bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een
gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarde voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaardedat veroordeelde gedurende de proeftijd actief deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa (+) of Solo (individuele cognitieve vaardigheden training) of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Nu verdachte het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf reeds in voorarrest heeft doorgebracht, komt hij niet in aanmerking voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet, en is de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering, niet aan de orde.
Veroordeelt verdachte tot een
taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.
Bepaalt dat de in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd, eerst van de opgelegde gevangenisstraf wordt afgetrokken en dat de overige tijd van de opgelegde taakstraf wordt afgetrokken.
Verklaart
verbeurd:
1. STK Personenauto [kenteken]
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_G795356, Zwart, merk: DAEWOO)
2. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_795151, Samsung)
Verklaart
onttrokken aan het verkeer:
3. 1 STK Metalen persframe voor cocaine
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429156 : metalen persframe bedoeld voor samenpersen blokken cocaine)
4. 1 STK pers voor person blok cocaine
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429167 : mail bestemd vor thet tot een bokpersen van cocaine)
5. 1 STK Maatbeker
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429171)
6. 1 STK Zak
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429174: verpakkinsmateriaal drugshandel)
7. 1 STK Deksel plastik
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429175: aangetroffen bij pers voor drugs)
8. 1 STK Persvorm.
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429177 persvorm. "@" voor persen in drugsblok)
Gelast de
teruggaveaan [verdachte] van:
9. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_795157, LG)
10. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_795159, Samsung)
11. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-ADRAA22161_795162, SAMSUNG)
12. 1 STK GSM
(Omschrijving: PL1300-2023269508-G6429569, APPLE)
Heft ophet - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.R.J. van Wel, voorzitter,
mrs. H.B.W. Beekman en J.J. Prins, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.C. Roodenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 april 2026.