Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3629

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
11841924 \ CV EXPL 25-11225
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:193b BWArt. 6:193d BWArt. 611a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging koopovereenkomst tweedehands auto wegens oneerlijke handelspraktijk door wissen boordcomputer

Op 15 juni 2025 kocht eiser een tweedehands Volkswagen T-Roc van RoHa Cars. Kort na aankoop bleek de auto schade te hebben die niet vakkundig was hersteld, met een scheef gemonteerd subframe en andere gebreken. Uit uitlezing van de boordcomputer bleek dat deze was gewist, vermoedelijk om het schadeverleden te verhullen.

Eiser stelde dat hij onder dwaling had gekocht en vernietigde de koopovereenkomst op 2 juli 2025. RoHa Cars betwistte dit, maar de rechtbank oordeelde dat het wissen van de boordcomputer een misleidende handelspraktijk is in strijd met het consumentenrecht, waardoor de overeenkomst terecht is vernietigd.

De rechtbank veroordeelde RoHa Cars tot terugbetaling van de koopsom van €37.700,- met wettelijke rente, vergoeding van betaalde wegenbelasting, verzekeringspremies en huurkosten voor vervangend vervoer, en betaling van buitengerechtelijke en proceskosten. De vordering tot vergoeding van transportkosten werd afgewezen omdat de schade nog niet was geleden.

De koopovereenkomst is daarmee ontbonden en RoHa Cars moet meewerken aan de teruggave van de auto en het verstrekken van een vrijwaringsbewijs. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De koopovereenkomst is vernietigd en RoHa Cars is veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom en vergoeding van kosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
fno: 33623
Zaaknummer: 11841924 \ CV EXPL 25-11225
Vonnis van 7 april 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. A. Afzali,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROHA CARS B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: RoHa Cars,
gemachtigde: mr. P.L.M.F. Roosendaal.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende stukken:
- het vonnis in het incident van 22 januari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken,
- de mondelinge behandeling van 19 maart 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden, waarbij aanwezig waren [eiser] , bijgestaan door zijn vader en de gemachtigde en namens RoHa Cars de heer [naam 1] (verkoper bij RoHa Cars) met de gemachtigde,
- de pleitnota van de gemachtigde van [eiser] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 28 oktober 2024 heeft RoHa Cars een Volkswagen T-Roc (verder: de auto) uit bouwjaar 2020 geïmporteerd en op [social media] te koop aangeboden met een geadverteerde kilometerstand van 50.000. Op foto’s is te zien dat de auto op dat moment is voorzien van een origineel stuurwiel.
2.2.
De auto is op 30 januari 2025 op naam gesteld van een derde.
2.3.
Op 31 januari 2025 vond een APK-keuring van de auto plaats, bij een kilometerstand van 50.952.
2.4.
Op 2 april 2025 is de auto weer op naam van RoHa Cars gesteld en wederom op [social media] te koop aangeboden.
2.5.
Op 15 juni 2025 heeft [eiser] de auto van RoHa Cars gekocht. De kilometerstand was toen 53.873. De koop werd voltooid via inruil van de oude auto van [eiser] tegen een inruilwaarde van € 22.000,- en een bijbetaling van € 15.700,-. De totale koopprijs van de auto bedroeg dus € 37.700,-. De auto had ten tijde van deze verkoop geen origineel stuurwiel meer.
2.6.
Op 17 juni 2025 heeft [eiser] de auto laten inspecteren bij Auto Garage Uithoorn omdat hij trillingen voelde tijdens het rijden. De auto is door de monteur op de brug geplaatst en daarbij is door hem vastgesteld, zoals schriftelijk gerapporteerd, dat:
“● Het subframe niet recht is gemonteerd na montage door vermoedelijk een aanrijding
● En daarnaast duidelijk te zien is dat de auto een schadeverleden heeft.”
2.7.
Op 19 juni 2025 heeft [eiser] de auto voor een inspectie naar Volkswagen dealer A-Point in Amsterdam gebracht. De monteur die de auto heeft onderzocht, de heer [naam 2] (verder: [naam 2] ), heeft hierover op 23 juli 2025 schriftelijk verklaard:
“Bij de visuele inspectie en een korte controle onder de auto viel mij vrijwel direct op dat het subframe scheef gemonteerd was. Tevens was te zien dat er eerder aan het subframe was gewerkt, op een in mijn optiek amateuristische wijze. Gezien de staat en aard van de montage kan dit ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid van het voertuig, waaronder:
● Een instabiele wegligging;
● Het naar één kant trekken van het voertuig”
2.8.
Op 21 juni 2025 hebben [eiser] en een medewerker van RoHa Cars de auto gezamenlijk laten inspecteren bij een door RoHa Cars aangewezen garage, Garage Lina in Eindhoven. Daarbij waren ook aanwezig de vader van [eiser] en monteur [naam 2] . Tijdens de inspectie heeft de monteur van Garage Lina erkend dat de auto een ‘flinke tik’ moet hebben gehad. [naam 2] heeft tijdens deze inspectie verder een aantal zaken opgemerkt die hij in zijn verklaring van 23 juli 2025 als volgt heeft omschreven:
“● de linker voordeur was zichtbaar verwijderd geweest en opnieuw gespoten;
● de bumperbalk was gedeukt en verplaatst;
● de ABS-kabels waren doorgeknipt en onzorgvuldig gerepareerd, wat bij vocht tot storingen kan leiden;
● de linker koplamp was amateuristisch was vastgezet met een soort lijm;
● er was sprake van slecht spuitwerk met zichtbare “tranen” op de linkerzijde van het voertuig;
● de optische belijning van het voertuig was verstoord;
● er zat een deuk in de intercooler.”
2.9.
In zijn verklaring van 23 juli 2025 heeft [naam 2] verder geschreven dat de auto schade heeft opgelopen die niet op vakkundige wijze is hersteld en dat de technische staat van de auto naar zijn mening een ernstig veiligheidsrisico vormt voor de bestuurder en medeweggebruikers.
2.10.
Op 2 juli 2025 heeft A-Point in Amsterdam de boordcomputer van de auto uitgelezen. De kilometerstand van de auto was op dat moment 54.495. Uit het uitleesrapport van de boordcomputer bleek dat de boordcomputer slechts een registratie van 3.546 kilometer bevatte.
2.11.
[eiser] heeft de koopovereenkomst op 2 juli 2025 via zijn gemachtigde vernietigd. RoHa Cars heeft zich daarop op het standpunt gesteld dat er geen gronden bestaan voor een rechtsgeldige vernietiging van de koopovereenkomst en aangegeven niet over te zullen gaan tot restitutie van de koopsom of tot vergoeding van overige kosten.
2.12.
[eiser] heeft de auto sinds 23 juni 2025 gestald op een bedrijventerrein en niet meer met de auto gereden. [eiser] heeft tegen een bedrag van € 1.234,20 per maand een andere auto gehuurd.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert bij vonnis, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
I. een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst op 2 juli 2025 is vernietigd, dan wel dat deze alsnog wordt vernietigd,
II. veroordeling van RoHa Cars tot betaling van € 37.700,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 2 juli 2025,
Subsidiair:
III. een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst op 24 juni 2025 is ontbonden, dan wel dat deze alsnog wordt ontbonden,
IV. veroordeling van RoHa Cars tot betaling van € 37.700,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 juli 2025,
Primair en subsidiair:
V. veroordeling van RoHa Cars tot betaling van € 1.393,92 aan buitengerechtelijke kosten,
VI. veroordeling van RoHa Cars om binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis een vrijwaringsbewijs aan [eiser] te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag of dagdeel dat RoHa Cars daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 15.000,-,
VII. veroordeling van RoHa Cars tot betaling van € 235,95 aan transportkosten van de auto naar RoHa Cars, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de betaling tot de dag der algehele voldoening,
VIII. veroordeling van RoHa Cars tot betaling van alle vanaf de dagvaarding betaalde verzekeringspremies, wegenbelasting en huurkosten voor vervangend vervoer tot het moment waarop de auto niet langer op naam van [eiser] staat of de verplichtingen anderzijds zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van iedere betaling tot de dag der algehele voldoening,
IX. veroordeling van RoHa Cars in de proceskosten, met wettelijke rente.
3.2.
Aan deze vorderingen legt [eiser] ten grondslag dat hij gedwaald heeft ten tijde van de koop, dan wel dat er sprake is van non conformiteit en/of een tekortkoming aan de kant van RoHa Cars.
3.3.
RoHa Cars voert verweer tegen de vorderingen met als conclusie dat deze moeten worden afgewezen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen zijn het erover eens dat er tussen hen een koopovereenkomst tot stand is gekomen die ziet op de verkoop door RoHa Cars aan [eiser] van een tweedehands auto. [eiser] heeft daarbij als consument gehandeld en RoHa Cars is aan te merken als handelaar.
4.2.
De belangrijkste vraag in deze procedure is of de koopovereenkomst rechtsgeldig vernietigd is. [eiser] heeft in dat kader (primair) de stelling ingenomen dat de koopovereenkomst is gesloten onder invloed van dwaling. Voordat aan beoordeling van dit standpunt wordt toegekomen, moet de kantonrechter aandacht besteden aan de regels van het Nederlandse en Europese consumentenrecht (ambtshalve toetsing).
Oneerlijke handelspraktijk
4.3.
In boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is het leerstuk van de oneerlijke handelspraktijk vastgelegd. De bepalingen daarover zijn van toepassing op overeenkomsten tussen handelaren en consumenten. Deze bepalingen zijn in deze zaak dus van toepassing.
4.4.
Artikel 6:193b lid 1 BW bepaalt dat een handelaar onrechtmatig handelt jegens een consument indien hij een handelspraktijk verricht die oneerlijk is. Het gevolg van een oneerlijke handelspraktijk is dat de overeenkomst behoort te worden vernietigd.
4.5.
Op grond van artikel 6:193b lid 2 BW is een handelspraktijk oneerlijk indien een handelaar handelt:
in strijd met de vereisten van professionele toewijding, en
het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt of kan worden beperkt,
waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.
4.6.
Artikel 6:193d lid 3 BW bepaalt verder dat een handelspraktijk onder meer misleidend is indien daarbij essentiële informatie wordt weggelaten die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen dat hij anders niet had genomen. Voldoende is dat sprake is van ontbrekende informatie waardoor een gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen dat hij anders niet had genomen.
4.7.
In deze zaak is, gelet op de specifieke omstandigheden, sprake van een misleidende handelspraktijk. Daarvoor acht de kantonrechter de volgende omstandigheden doorslaggevend.
4.8.
Op 2 juli 2025 is de boordcomputer van de auto door de Volkswagen dealer uitgelezen. De kilometerstand was op dat moment 54.495, maar in de boordcomputer stond echter slechts registratie van 3.546 kilometer. Hier trekt [eiser] de conclusie uit dat de boordcomputer moet zijn gewist op het moment dat de kilometerstand 54.495 minus 3.546 = 50.949 kilometer bedroeg. Dat was dus vlak voor de APK-keuring van 31 januari 2025, want ten tijde van de keuring bedroeg de kilometerstand 50.952. Deze conclusie is door RoHa Cars niet gemotiveerd weersproken. Weliswaar is de auto één dag voor de APK-keuring, op 30 januari 2025 op naam gesteld van een derde, maar hierover heeft RoHa Cars op de mondelinge behandeling toegelicht dat zij een klant nooit één dag na de verkoop van een auto op pad zou sturen voor een APK-keuring, maar dat RoHa Cars dat zelf voor haar klant verzorgt. Niet gesteld of gebleken is dat het in dit geval anders is gegaan, waardoor er van wordt uitgegaan dat RoHa Cars de APK-keuring bij een kilometerstand van 50.952 heeft laten uitvoeren. Dat was drie kilometer nadat de boordcomputer is gewist.
4.9.
Het voorgaande laat geen andere conclusie toe dan dat RoHa Cars zelf de boordcomputer heeft gewist. Niet aannemelijk is immers dat er vanaf het moment van import van de auto op 28 oktober 2024 tot en met de eerste verkoop en APK-keuring op 31 januari 2025 maar drie kilometer in totaal is gereden met de auto. Als er alleen maar een deugdelijke proefrit met de auto is gereden, wordt deze drie kilometer al overschreden. Bovendien heeft RoHa Cars in oktober 2024 zelf geadverteerd met een kilometerstand van 50.000.
4.10.
Vervolgens is héél kort na de verkoop van de auto aan [eiser] door twee monteurs op basis van een optische inspectie vastgesteld dat het subframe van de auto scheef stond en dat dat waarschijnlijk is ontstaan door een schadetoebrengend feit. Ook de daarna geconstateerde gebreken aan de auto ondersteunen deze conclusie. Bovendien staat op basis van de feiten vast dat de auto ná de importdatum, maar vóór de verkoop aan [eiser] is voorzien van een nieuw stuurwiel. Ook dit ondersteunt de stelling van [eiser] dat zich een schade-incident heeft voorgedaan. Namens RoHa Cars is op de mondelinge behandeling immers verklaard dat het nodig is om het stuur te vervangen, als de airbag is uitgeklapt.
4.11.
Op grond van het voorgaande moet er van worden uitgegaan dat de auto betrokken is geweest bij een ongeval met schade tot gevolg. Kennelijk heeft RoHa Cars daarvan geweten, want op het moment dat de auto nog in haar bezit was is de boordcomputer gewist. Aannemelijk is dat RoHa Cars daarmee de opgelopen schade heeft willen verhullen. Een andere reden voor het wissen van de boordcomputer heeft RoHa Cars niet gegeven.
4.12.
Dit leidt tot het oordeel dat sprake is van een oneerlijke handelspraktijk. RoHa Cars heeft essentiële informatie om een geïnformeerd besluit te nemen over het aangaan van de overeenkomst weggelaten en zelfs actief bijgedragen aan het wegmaken van deze informatie (het wissen van de boordcomputer). In dit geding is voldoende vast komen te staan dat [eiser] hierdoor tot een besluit is gekomen dat hij anders niet had genomen.
4.13.
Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat als [eiser] niet was aangemerkt als consument ook een zakelijk contract onder de gegeven omstandigheden op grond van dwaling, hetgeen hij aanvoert, zou kunnen worden vernietigd.
4.14.
De koopovereenkomst is op 2 juli 2025 door [eiser] op terechte gronden vernietigd. Gevolg daarvan is dat [eiser] geen betaling is verschuldigd op grond van de overeenkomst en dat RoHa Cars dus is gehouden tot terugbetaling van de aankoopsom van € 37.700,-. Wel is [eiser] in beginsel gehouden tot ongedaanmaking van verplichtingen uit de overeenkomst, te weten tot teruggave van de auto. In dat kader dient RoHa Cars mee te werken aan de vrijwaring van [eiser] . De gevorderde dwangsom zal worden gematigd als hierna vermeld. Omdat de medewerking van RoHa Cars op straffe van een dwangsom wordt toegewezen en een dwangsom pas kan worden verbeurd na betekening van het vonnis (artikel 611a lid 3 Rv), wordt de veroordeling toegewezen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis en niet - zoals is gevorderd - na dagtekening van dit vonnis.
Schadevergoedingen
4.15.
[eiser] vordert verder vergoeding van de door hem betaalde wegenbelasting, verzekeringspremies, de kosten van vervangend vervoer en de toekomstige schade voor het transport van de auto naar RoHa Cars.
4.16.
De stelling van [eiser] die aan deze vorderingen ten grondslag ligt is dat het gevaarlijk is om nog in de auto te rijden. RoHa Cars heeft dat betwist en voert aan dat gewoon met de auto kon worden gereden. Bovendien heeft [eiser] volgens RoHa Cars onvoldoende schadebeperkend opgetreden door de auto niet te laten schorsen.
4.17.
Uit de verklaring van [naam 2] en de technische staat van de auto blijkt voldoende dat het mogelijk gevaarlijk had kunnen zijn om in de auto te rijden. Van [eiser] kan niet worden verwacht dat hij onder deze omstandigheden de auto blijft gebruiken. Dat de auto wel APK-gekeurd was, maakt dit niet anders. [eiser] heeft verder toegelicht dat hij de auto niet kon schorsen, omdat deze dan niet meer op de openbare weg mocht staan. Dat zou betekenen dat de auto particulier zou moeten worden gestald, wat ook kosten met zich meebrengt. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] in het licht van deze stelling voldoende aan zijn schadebeperkingsplicht heeft voldaan en dat RoHa Cars onvoldoende heeft aangetoond dat schorsing van de auto in dit geval tot minder schade zou hebben geleid.
4.18.
De gevorderde vergoeding van de wegenbelasting en de verzekeringspremie is daarom met wettelijke rente toewijsbaar.
4.19.
RoHa Cars heeft verder betwist dat [eiser] een vervangende auto nodig had. Alleen al uit het feit dat [eiser] een auto van RoHa Cars had gekocht om te gebruiken, volgt dat [eiser] kennelijk een auto nodig had. Daarom zijn ook de kosten van het vervangend vervoer met wettelijke rente toewijsbaar.
4.20.
Ten slotte heeft [eiser] vergoeding gevorderd van de (toekomstig te maken) transportkosten voor het inleveren van de auto. Deze vordering wordt afgewezen, omdat de schade nog niet is geleden en ook de hoogte van de schade nog niet vaststaat. RoHa Cars zou er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om de auto zelf op te halen.
Buitengerechtelijke kosten en proceskosten
4.21.
[eiser] vordert buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 1.393,92. Het besluit BIK is in dit geval niet van toepassing omdat geen sprake is van een uit een overeenkomst voortvloeiende verbintenis tot betaling van een geldsom. Daarom dient bij de beantwoording van de vraag of buitengerechtelijke kosten vergoed moeten worden aansluiting te worden gezocht bij het Rapport Voorwerk-II. Uit de stellingen van [eiser] blijkt dat hij contact heeft gehad met RoHa Cars, dat hij onderzoek heeft gedaan naar het schadeverleden van de auto en dat zijn gemachtigde een aanmaningsbrief heeft gestuurd. RoHa Cars heeft de gestelde werkzaamheden niet betwist. De gevorderde buitengerechtelijke kosten van € 1.393,92 zijn daarom toewijsbaar.
4.22.
RoHa Cars is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal RoHa Cars niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.
4.23.
RoHa Cars is bij vonnis van 22 januari 2026 ook in de proceskosten van het incident veroordeeld. In dat kader had [eiser] aangegeven dat hij de daadwerkelijk gemaakte kosten in het incident op de zitting zou begroten. [eiser] heeft dat niet gedaan. Om deze reden zal worden volstaan met toewijzing van de proceskosten in het incident volgens het gebruikelijke liquidatietarief.
4.24.
De proceskosten van [eiser] worden met inachtneming van het voorgaande begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
1.442,00
(2 punten × € 577,00 in de hoofdzaak en 1 punt x € 288,00 in het incident)
- nakosten
72,00
Totaal
1.604,00
4.25.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de tussen RoHa Cars en [eiser] gesloten koopovereenkomst op 2 juli 2025 is vernietigd,
5.2.
veroordeelt RoHa Cars om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 37.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 2 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt RoHa Cars om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis een vrijwaringsbewijs aan [eiser] te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag of dagdeel dat RoHa Cars daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,-,
5.4.
veroordeelt RoHa Cars om aan [eiser] te betalen alle vanaf de dagvaarding betaalde verzekeringspremies (€ 153,82 per maand), wegenbelasting (€ 269,00 per kwartaal) en huurkosten voor vervangend vervoer (€ 1.234,20 per maand) tot het moment waarop de auto niet langer op naam van [eiser] staat of de verplichtingen anderzijds zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag van iedere betaling tot de dag der algehele voldoening,
5.5.
veroordeelt RoHa Cars tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.393,92,
5.6.
veroordeelt RoHa Cars in de proceskosten van € 1.604,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.7.
veroordeelt RoHa Cars tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H. Mulderije, kantonrechter, bijgestaan door mr. K.J. Verschueren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.