Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3639

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
12064804 \ EA VERZ 26-64
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:610 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Samenwerkingsovereenkomst Schiphol Taxi Network kwalificeert niet als arbeidsovereenkomst

De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen een taxichauffeur en Schiphol Taxi Network (STN) over de kwalificatie van hun samenwerkingsovereenkomst. De chauffeur stelde dat de overeenkomst een arbeidsovereenkomst was en dat het ontslag op staande voet onregelmatig was. STN stelde dat het een overeenkomst van opdracht betrof en dat het ontslag terecht was vanwege het afplakken van een dashcam.

De rechtbank analyseerde de overeenkomst aan de hand van het toetsingskader van de Hoge Raad, waarbij onder meer werd gekeken naar de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze van werktijdsbepaling, inbedding in de organisatie, persoonlijkheidsvereiste, wijze van totstandkoming, beloning, commercieel risico en ondernemerschap. Hoewel er aanwijzingen waren voor en tegen een arbeidsovereenkomst, woog het economisch ondernemerschap van de chauffeur en de zelfstandige markt voor taxichauffeurs zwaar.

De rechtbank concludeerde dat de samenwerkingsovereenkomst niet kwalificeert als een arbeidsovereenkomst. Ook oordeelde zij dat het ontslag op staande voet door STN gerechtvaardigd was vanwege het afplakken van de dashcam, wat een ernstige schending van de overeenkomst en veiligheidsvoorschriften vormde. De verzoeken van de chauffeur werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De samenwerkingsovereenkomst kwalificeert niet als arbeidsovereenkomst en het ontslag op staande voet is rechtmatig.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12064804 \ EA VERZ 26-64
Beschikking van 10 april 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het voorwaardelijke tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigden: mr. R.K.A. Kop en mr. L.P.M. Dimmers,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SCHIPHOL TAXI NETWORK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
verzoekende partij in het voorwaardelijke tegenverzoek,
hierna te noemen: STN,
gemachtigden: mr. F.C. van Uden en mr. T. Bijlsma,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STN FLEET B.V.,
gevestigd te Ede,
verwerende partij,
hierna te noemen: STN Fleet,
gemachtigden: mr. F.C. van Uden en mr. T. Bijlsma.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties van 19 januari 2026;
- het verweerschrift met producties van STN en STN Fleet met daarin tevens een voorwaardelijk tegenverzoek zijdens STN;
- de nagekomen productie 21 zijdens STN en STN Fleeet;
- het verweerschrift in het voorwaardelijk tegenverzoek;
- de mondelinge behandeling van 20 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Op 20 maart 2026 is de mondelinge behandeling gehouden. [verzoeker] is verschenen met zijn echtgenote en werd bijgestaan door mr. Kop en mr. Dimmers. Namens STN en STN Fleet zijn verschenen [naam 1] , directeur, en [naam 2] , bedrijfsjurist, bijgestaan door mr. Van Uden en mr. Bijlsma. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten mede aan de hand van spreekaantekeningen nader toegelicht. Na verder debat is beschikking gevraagd en is de datum voor beschikking bepaald op vandaag.
1.3.
[verzoeker] heeft bezwaar gemaakt de door STN en STN Fleet nader ingediende productie 21, omdat deze te laat in het geding is gebracht. Beslist is dat deze productie tot de procedure wordt toegelaten. De productie is weliswaar te laat in het geding gebracht, maar is ter zitting met partijen besproken. [verzoeker] heeft ook op deze productie gereageerd en is dan ook niet in zijn verdediging geschaad.

2.De feiten

2.1.
Na een openbare aanbesteding heeft Schiphol Nederland B.V. in 2025 aan vier partijen concessies verleend voor taxivervoer van en naar Schiphol. De concessies zijn ingegaan op 1 november 2025 en duren maximaal zes jaar. Een van de concessiehouders is Noot Touringcar Ede B.V. Zij heeft het Schipholvervoer uitbesteed aan haar groepsmaatschappij STN.
2.2.
STN Fleet is eigenaar van het wagenpark van STN.
2.3.
[verzoeker] heeft sinds 2009 een taxionderneming, Taxi Mijdrecht, die als een eenmanszaak staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. In dat kader beschikt hij over een eigen auto. Taxi Mijdrecht staat sinds 2020 als onderneming ingeschreven in het KIWA-register, een register voor vergunninghouders voor taxivervoer. Taxi Mijdrecht beschikt over een ondernemerskaart en heeft een website waarop zij vervoer naar luchthavens in Nederland, België en Duitsland, groepsvervoer, zakelijk vervoer en VIP-vervoer aanbiedt. Taxi Mijdrecht heeft ook ‘Adak Trouwdiensten’ als handelsnaam en is onder eigen naam en als Adak Trouwdiensten actief op sociale media.
2.4.
STN, STN Fleet en [verzoeker] hebben op 27 oktober 2025 een Samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de duur van een jaar. In die overeenkomst wordt Taxi Mijdrecht als partij genoemd en aangeduid als “Ondernemer”. Onderdeel van die overeenkomst is het door Schiphol Nederland vastgestelde Programma van Eisen (PvE Schiphol). In de Samenwerkingsovereenkomst staan, voor zover van belang, de volgende artikelen:
1.1
A-baan-ritten:opstapritten vanaf de officiële Schiphol-taxistandplaats direct voor de aankomsthal op Schiphol, vallend onder de concessie van Noot.
1.2.
App-pickup-ritten:door reizigers vooraf gereserveerde ritten vertrekkend vanaf Schiphol (anders dan vanaf de A-baan) die worden verkregen via het Bolt-platform.
1.3.
Retourritten:door reizigers vooraf gereserveerde ritten vanaf Amsterdam of elders (terug) náár Schiphol die worden verkregen via het Bolt-platform
(…)
1.6
Doorlopende inzetpositie:de positie van een zelfstandige chauffeur die inzetbaarheid zonder beperkingen heeft aangegeven en daardoor periodiek in aanmerking komt voor toewijzing van Tijdsloten gedurende elke periode van twaalf (12) weken. Deze toewijzing geldt als aanbod tot inzet en schept geen verplichting tot arbeid of minimumafname; Tijdsloten kunnen conform de annuleringsregeling zoals beschreven in artikel 5 worden Pro teruggegeven.
1.7
Tijdslot(en):een aangesloten periode van minimaal 9 uur (…) waarin Ondernemer ritten uitvoert.
1.8
FlexSlot-lijst:de open lijst waarop beschikbare Tijdsloten worden aangeboden aan zelfstandige chauffeurs, die deze op vrijwillige basis kunnen claimen zolang deze vrij beschikbaar zijn.
(…)
2.7.
Ondernemer handelt volledig als zelfstandig ondernemer en is zelf verantwoordelijk voor KvK-inschrijving, btw belastingen, verzekeringen (waaronder begrepen een adequate bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en arbeidsongeschiktheidsverzekering) en pensioen.
2.8
Deze overeenkomst kwalificeert als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 e.v. BW. (…)
(…)
2.1
Onderaannemer[bedoeld zal zijn Ondernemer, ktr]
kan ten opzichte van STN of STN Fleet geen aanspraak maken op een minimum aantal ritten of Tijdsloten, gegarandeerde omzet, samenstelling van het vervoer of exclusiviteit.
(…)
2.12
Het is Ondernemer toegestaan zich voor een Tijdslot te laten vervangen door een Gekwalificeerde Vervanger. In dat geval wordt het Tijdslot uitgevoerd voor rekening en risico van de Ondernemer die zich laat vervangen. Bij vervanging blijft jegens STN volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor de uitvoering van ritten binnen de toegewezen en/of geclaimde Tijdsloten en naleving van deze overeenkomst.
(…)
3.1.
STN Fleet stelt Voertuigen beschikbaar die voldoen aan het PvE Schiphol; STN stelt deze via haar organisatie ter beschikking aan Ondernemer.
(…)
4.1.
Voor het gebruik van het Voertuig, de operationele faciliteiten, het GoodMoovs-platform en de toegang tot de standplaats Schiphol, betaalt Ondernemer aan STN een vaste gebruiksvergoeding van € 135 per Tijdslot (excl. btw).
(…)
5.2
Indien Ondernemer een toegewezen Tijdslot (Doorlopende inzetpositie) of een geclaimd Tijdslot (FlesSlot-lijst) annuleert, is hij aan STN een annuleringsvergoeding verschuldigd. De annuleringsvergoeding wordt berekend als percentage van de gebruikskosten per Tijdslot (exclusief btw).
5.3.
De hoogte van de annuleringsvergoeding wordt bepaald op basis van het moment van annulering ten opzichte van de geplande start van het Tijdslot, volgens onderstaande staffel:
(…)
6.1
Voor iedere uitgevoerde rit is Ondernemer een commissie aan STN verschuldigd, berekend over de in het Bolt-systeem geregistreerde (en door reiziger betaalde) ritprijs. De commissies bedragen:
  • voor A-baan-ritten: 10%.
  • voor App-pickup-ritten via Bolt: 20% (eerste maand 0%. 3% lager dan niet-STN).
  • voor Retourritten: 20% (eerste maand 0%. 3% lager dan niet-STN).
(…)
7.18
In de voertuigen is een dashcam aanwezig ten behoeve van verkeersveiligheid, schadeafhandeling, veiligheid van chauffeur en veiligheid van passagiers. Beelden worden uitsluitend voor deze doeleinden gebruikt en niet met derden gedeeld, behoudens wettelijke verplichting of verzoek van bevoegde autoriteiten.
(…)
10.3
Deze overeenkomst kan tussentijds, zonder rechterlijke tussenkomst en zonder ingebrekestelling worden beëindigd:
  • door elke partij met 4 weken opzegtermijn, en
  • door STN en/of STN Fleet per direct bij schending verplichtingen in deze overeenkomst, PvE Schiphol en wet- en regelgeving.
2.5.
Het PvE Schiphol stelt eisen aan het taxivoertuig. STN heeft gekozen voor een bepaald type BMW. Het stond [verzoeker] vrij dat type auto zelf te kopen of te leasen, dan wel per tijdslot te huren van STN Fleet. In de praktijk heeft [verzoeker] steeds gehuurd van STN Fleet.
2.6.
Op 20 november 2025 was [verzoeker] van 7:30 uur tot 16:31 uur werkzaam voor STN. Gebleken is dat hij de dashcam in de door hem van STN Fleet gehuurde BMW omstreeks 10:07 uur met kauwgom heeft afgeplakt en de rest van het tijdslot met een afgeplakte dashcam heeft gereden.
2.7.
Op 20 november 2025 heeft STN gebeld met [verzoeker] en aan hem meegedeeld dat de Samenwerkingsovereenkomst zal worden opgezegd. Bij e-mail van 20 november 2025 heeft STN dit bevestigd. In die e-mail staat, voor zover van belang, het volgende:

Tijdens een controle is vastgesteld dat de dashcam in het door jou gebruikte voertuig opzettelijk is afgeplakt met gebruikte kauwgom. Het onklaar maken van de dashcam is eenzeer ernstige overtredingvan de verplichtingen die gelden binnen Schiphol Taxi Network.
Wij benadrukken dat de dashcam niet alleen een operationeel veiligheidsmiddel is, maar tevens eenverplicht onderdeel van onze verzekering. Het manipuleren, uitschakelen of verhinderen van de werking hiervan brengt niet alleen de veiligheid in gevaar, maar stelt ook onze volledige verzekeringsdekking op het spel.
2.8.
Bij e-mail van 5 december 2025 heeft [verzoeker] hiertegen bezwaar gemaakt. In die e-mail schrijft hij, voor zover van belang, het volgende:

(…)
1. Ik wil benadrukken dat ik als taxichauffeur last kreeg van de dashcam. Ik werd er ernstig door afgeleid. Ik kon hem ook niet bedienen, mede en met name ook niet omdat ik een klant in de taxi had zitten.
2. De reden voor het kauwgom plakken was uitsluitend gelegen in het feit dat de betreffende klant zich zichtbaar ongemakkelijk en onveilig voelde door de camera, die meerdere malen in het Engels tegen mij en de omgeving sprak.
3. Mijn intentie en bedoeling was om de klant gerust te stellen: niet om regels te overtreden of toezicht te frustreren. En volgens mij heb ik naar eer en geweten gehandeld en in geest van de onderneming en van alle taxichauffeurs.
(…)
2.9.
STN heeft in die e-mail geen aanleiding gezien de opzegging van de Samenwerkingsovereenkomst ongedaan te maken.

3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.
[verzoeker] verzoekt:
I. te verklaren voor recht dat de tussen partijen gesloten Samenwerkingsovereenkomst kwalificeert als een arbeidsovereenkomst;
II. het ontslag op staande voet te vernietigen, althans te bepalen dat sprake was van een onregelmatige opzegging;
[verzoeker] verzoekt voorwaardelijk, voor het geval hij berust in het ontslag of de opzegging STN en STN Fleet hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding;
subsidiair verzoekt [verzoeker] , in het geval wordt geoordeeld dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, STN en STN Fleet hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 9.370,00 aan schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn in de Samenwerkingsovereenkomst.
In alle gevallen verzoek [verzoeker] STN en STN Fleet hoofdelijk te veroordelen in de proces- en nakosten.
3.2.
STN verzoekt voorwaardelijk voor het geval tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat, de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens verwijtbaar handelen (de h-grond) dan wel wegens overige omstandigheden (de h-grond), zonder toekenning van een transitievergoeding.
3.3.
[verzoeker] verzoekt voorwaardelijk, in het geval het ontbindingsverzoek wordt toegewezen, STN en STN Fleet te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en de billijke vergoeding.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, ingegaan.

4.De beoordeling van het verzoek

Is [verzoeker] ontvankelijk jegens STN Fleet?
4.1.
STN en STN Fleet hebben aangevoerd dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is jegens STN Fleet, omdat voor zover sprake is van een arbeidsovereenkomst STN als werkgever heeft te gelden, omdat STN Fleet alleen de verhuur van de taxi verzorgde.
4.2.
Geoordeeld wordt dat [verzoeker] niet ontvankelijk is jegens STN Fleet. De Samenwerkingsovereenkomst is weliswaar gesloten tussen STN, STN Fleet en [verzoeker] . Uit die overeenkomst volgt echter dat de afspraken over het daadwerkelijke taxivervoer gelden tussen STN en [verzoeker] en dat STN Fleet alleen in beeld komt als [verzoeker] van STN Fleet een taxi huurt. In het geval wordt geoordeeld dat de Samenwerkingsovereenkomst kwalificeert als een arbeidsovereenkomst, dan is STN de werkgever van [verzoeker] en niet STN Fleet.
Toetsingskader arbeidsovereenkomst
4.3.
In deze zaak gaat het om de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 7:610 BW Pro omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.
4.4.
Op grond van arresten van de Hoge Raad geldt het volgende toetsingskader. [1]
4.5.
Om te kunnen beoordelen of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, moet door uitleg aan de hand van de Haviltexmaatstaf worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen (uitlegfase).
4.6.
Als de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt (kwalificatiefase). Voor deze kwalificatie is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen.
4.7.
Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. Van belang kunnen onder meer zijn:
a. de aard en duur van de werkzaamheden;
b. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
c. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
d. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
e. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;
f. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
g. de hoogte van deze beloningen;
h. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
i. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.
Tussen de hierboven genoemde omstandigheden bestaat geen rangorde.
Het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt mede af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht.
4.8.
Bij de kwalificatiefase kan het verschil maken of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Het kan zich voordoen dat de arbeidsrelatie ten aanzien van hetzelfde werk, verricht ten behoeve van dezelfde opdrachtgever/werkgever, ten aanzien van werkenden die zich in het economisch verkeer als ondernemer gedragen of kunnen gedragen, anders te kwalificeren valt dan ten aanzien van andere werkenden. Of de werkende zich als ondernemer gedraagt of kan gedragen ziet ook op omstandigheden die zich niet in de door de te kwalificeren overeenkomst beheerste verhouding voordoen.
Uitlegfase: wat zijn partijen overeengekomen?
4.9.
Uit de overeenkomst volgt dat partijen het volgende hebben afgesproken. [verzoeker] verricht ten behoeve van STN taxivervoer van en naar Schiphol. Het Schipholvervoer bestaat uit drie soorten ritten: A-Baanritten, App pickupritten en Retourritten. Voor A-baanritten wordt in beginsel aan de passagier het maximum wettelijke tarief in rekening gebracht, maar het stond [verzoeker] vrij om een lager tarief met de passagier overeen te komen. Voor de App pickupritten en de retourritten geldt de door Bolt berekende prijs. STN bood zogenaamde tijdsloten (van minimaal 9 uur) aan waarop [verzoeker] zich kon inschrijven. De commissie die [verzoeker] afdraagt over de A-baanritten bedraagt 10% en over de andere ritten 20%. Tijdsloten werden aangeboden voor een periode van 12 weken (Doorlopende inzetpositie) dan wel via een FlexSlot-lijst, de open lijst waarop beschikbare Tijdsloten worden aangeboden. In beide gevallen geldt dat toewijzing van een tijdslot geldt als een aanbod tot inzet en geen verplichting schept tot arbeid. [verzoeker] mag zich laten vervangen voor een tijdslot, mits deze vervanger aan de voorwaarden van STN voldoet. Tijdsloten kunnen door [verzoeker] worden geannuleerd conform de annuleringsregeling. Tot zes weken voor aanvang van een tijdslot kan dit kosteloos. Daarna geldt een staffel waarbij de boete kan oplopen tot € 135,00 exclusief btw. Op grond van het PvE Schiphol moet [verzoeker] de ritten in een bepaald type BMW uitvoeren. Het staat hem vrij dat type BMW aan te schaffen of te leasen dan wel te huren van STN Fleet. [verzoeker] hoeft geen werkkleding met logo van STN te dragen, maar STN schrijft wel voor in welke kleur kleding [verzoeker] de taxiritten moet uitvoeren. [verzoeker] kan ook kleding kopen van STN, wat hij heeft gedaan.
Kwalificatiefase
4.10.
Vervolgens moet worden beoordeeld of de overeenkomst de kenmerken heeft van een arbeidsovereenkomst. De vraag die in deze fase centraal staat is of voornoemde overeengekomen rechten en verplichtingen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst voldoen.
Aard en duur van de werkzaamheden
4.11.
De aard van de werkzaamheden betreft het vervoer van personen met een taxi van en naar Schiphol. De overeenkomst tussen partijen is aangegaan voor de duur van een jaar. Deze overeenkomst heeft het karakter van een raamovereenkomst, waaraan onder meer door het door [verzoeker] inschrijven op een tijdslot verdere invulling wordt gegeven. Een dergelijke figuur (raamovereenkomst met vervolgens uitvoeringsovereenkomsten) kan zowel in het kader van een arbeidsovereenkomst als van een andersoortige overeenkomst, zoals een opdrachtovereenkomst, geschieden.
Wijze waarop werkzaamheden en werktijden worden bepaald
4.12.
[verzoeker] bepaalt zelf of en zo ja wanneer hij werkzaamheden verricht. Hij is namelijk geheel vrij om te bepalen of hij zich inschrijft op een tijdslot. Gesteld noch gebleken is dat STN er consequenties aan verbindt als [verzoeker] zich enige tijd niet inschrijft op een tijdslot. Een slot waarop [verzoeker] zich heeft ingeschreven, kan hij in beginsel kosteloos annuleren, tenzij de annulering binnen zes weken voor aanvang van een tijdslot plaatsvindt, dan dient [verzoeker] een boete te betalen die oploopt naarmate [verzoeker] korter voor aanvang van het tijdslot het slot annuleert. [verzoeker] heeft enige mate van vrijheid over hoe hij de taxiritten uitvoert. Het PvE Schiphol schrijft voor dat de chauffeur in overleg met de passagier de route mag kiezen (bijvoorbeeld: de snelste of kortste route) mits de chauffeur die keuze aan de passagier toelicht. Het PvE stelt diverse verdere eisen aan de chauffeurs zoals bijvoorbeeld: een rookverbod in de taxi, het verstrekken van een ritbewijs aan de passagier, taalvaardigheid, topografische kennis. Het staat [verzoeker] vrij de taxiritten te verrichten in een eigen taxi en met eigen kleding, mits de taxi voldoet aan het type BMW en de kleding voldoet aan de door STN opgedragen kleuren. De wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald heeft daarmee elementen die zowel wijzen op de aanwezigheid als op de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst.
Inbedding van werk en werker
4.13.
STN is een taxibedrijf. Daaruit vloeit voort dat de door [verzoeker] verrichte werkzaamheden zijn ingebed in de organisatie van STN. Die werkzaamheden vormen immers de kern van de door STN geleverde diensten. Dat er niet veel contact plaatsvindt tussen [verzoeker] en STN en/of andere taxichauffeurs is inherent aan de aard van de taxiwerkzaamheden en de wijze waarop de werkzaamheden worden bepaald, zoals gezegd via het inschrijven op een tijdslot. [verzoeker] reed in een van STN Fleet gehuurde BMW. Weliswaar mocht [verzoeker] een eigen auto gebruiken voor de taxiritten, maar dan wel verplicht een bepaald type BMW in een bepaalde kleur. [verzoeker] heeft via STN bedrijfskleding gekocht. Het was niet verplicht die bedrijfskleding te dragen, maar STN gaf aan [verzoeker] (en de andere chauffeurs) wel instructies over de kleuren waaraan de kleding van [verzoeker] moest voldoen als hij voor STN taxiritten reed. In die zin zijn de werkzaamheden van [verzoeker] ingebed in de bedrijfsorganisatie van STN, wat een aanwijzing oplevert voor de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst.
Persoonlijk verrichten van werk
4.14.
In de Samenwerkingsovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat [verzoeker] zich mocht laten vervangen. Dat [verzoeker] hiervan niet op de hoogte was, omdat hij de overeenkomst zonder te lezen heeft getekend doet niet terzake. Dat [verzoeker] zich in de korte tijd dat hij voor STN ritten heeft gereden niet heeft laten vervangen en het in de praktijk niet (vaak) voorkomt dat een chauffeur zich laat vervangen evenmin. Het gaat erom dat het wel is toegestaan. Het niet persoonlijk hoeven verrichten van de arbeid is een sterke aanwijzing dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Wijze totstandkoming van contract
4.15.
Na verkrijging van de concessie heeft STN een informatieavond gehouden, waarbij [verzoeker] niet aanwezig was. Hij was hiervoor wel uitgenodigd. [verzoeker] stelt dat hij heeft gesolliciteerd op een vacature van STN. STN heeft dit gemotiveerd betwist en aangevoerd dat het verkrijgen van een concessie als een lopend vuurtje rondgaat bij taxichauffeurs en veel chauffeurs zich zelf hebben gemeld bij STN. Tegenover deze gemotiveerde betwisting had het op de weg van [verzoeker] gelegen om zijn stelling nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van de vacature. Dit heeft hij niet gedaan. Er kan daarom niet worden vastgesteld dat [verzoeker] heeft gesolliciteerd op een vacature van STN. De Samenwerkingsovereenkomst is door STN ter acceptatie aan [verzoeker] voorgelegd. Weliswaar is deze door [verzoeker] zonder te lezen voor akkoord getekend, maar gelet op de inhoud van de Samenwerkingsovereenkomst in samenhang met het daarvan onderdeel uitmakende PvE Schiphol wordt het ervoor gehouden dat van enige onderhandelingsruimte geen ruimte was geweest. Van een situatie dat door twee gelijkwaardige partijen wordt onderhandeld over de inhoud van een overeenkomst is geen sprake geweest. Deze gang van zaken past meer bij een arbeidsovereenkomst dan bij een overeenkomst van opdracht.
Beloning en commercieel risico
4.16.
De hoogte van de beloning wordt door STN bepaald. STN heeft ter zitting uitgelegd dat voor de A-baanritten, die [verzoeker] hoofdzakelijk reed (80%), in principe het maximale wettelijke tarief dat geldt in de taxibranche in rekening werd gebracht aan de passagier, maar dat het [verzoeker] vrij stond om voor (lange/verre) ritten een lagere prijs overeen te komen met de passagier. In de praktijk werd geen lager tarief afgesproken. Wel kon [verzoeker] invloed uitoefenen op zijn inkomsten door zich voor lucratieve tijdsloten voor A-baanritten aan te melden en minder lucratief geachte tijdsloten te annuleren. [verzoeker] kon dus de afweging maken wat meer loonde: een rit met zijn eigen taxibedrijf of een lucratief tijdslot voor A-baanritten. De wijze waarop [verzoeker] zich kon inschrijven en afmelden voor A-Baanritten, brengt enige ondernemerschap met zich.
4.17.
In de periode van 1 tot en met 20 november 2025 heeft [verzoeker] op twaalf dagen taxiritten gereden voor STN. Partijen zijn het er niet over eens welk bedrag [verzoeker] precies heeft verdiend in de korte periode dat hij voor STN heeft gereden. [verzoeker] stelt dat hij een € 4.685,00 heeft verdiend en STN komt tot een bedrag van € 3.190,70. Wat daar ook van zij in beide gevallen liggen de verdiensten van [verzoeker] voor twaalf dagen werk een stuk hoger dan die van taxichauffeurs in loondienst (conform de cao).
4.18.
[verzoeker] liep geen commercieel risico, want niet is gebleken dat STN betalingen, waarop [verzoeker] aansprak had, niet heeft uitgekeerd.
4.19.
De hoogte van de vergoeding van [verzoeker] en de wijze hoe hij daar zelf invloed op had enerzijds en anderzijds dat hij ten aanzien van de betaling van die vergoedingen door STN geen risico liep, wijst op zowel de aan- als afwezigheid van een arbeidsovereenkomst.
Ondernemerschap
4.20.
[verzoeker] heeft sinds 2009 een eigen taxionderneming onder de naam Taxi Mijdrecht die staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. [verzoeker] beschikt over een eigen auto. Ook verricht hij diensten onder de naam ‘Adak Trouwdiensten’. Voor zowel de taxiwerkzaamheden als de trouwdiensten heeft hij een website. Naar buiten toe presenteert hij zich dus als een ondernemer. Voordat [verzoeker] voor STN ging rijden, reed hij voor Taxi Schiphol, een andere concessiehouder van Schiphol Nederland, eveneens op basis van een overeenkomst van opdracht. Ter zitting heeft [verzoeker] desgevraagd meegedeeld thans te rijden voor zijn eigen onderneming en eind maart 2026 toetsen te gaan maken, zodat hij weer voor Schiphol Taxi kan gaan rijden. Het voorgaande brengt met zich dat [verzoeker] zich in het economisch verkeer gedraagt als ondernemer.
Conclusie
4.21.
De voornoemde omstandigheden in onderling verband en samenhang gewogen, mede bezien tegen de achtergrond dat taxichauffeurs opereren binnen een (van oudsher) zelfstandigenmarkt, brengen de kantonrechter tot de conclusie dat de Samenwerkingsovereenkomst niet kan worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst.
4.22.
Dit betekent dat het verzoek van [verzoeker] om voor recht te verklaren dat de Samenwerkingsovereenkomst kwalificeert als een arbeidsovereenkomst zal worden afgewezen. De overige verzoeken van [verzoeker] die samenhangen met het bestaan van een arbeidsovereenkomst zullen eveneens worden afgewezen.
Mocht STN de Samenwerkingsovereenkomst per direct opzeggen?
4.23.
Dan is de vraag of STN de Samenwerkingsovereenkomst per direct mocht opzeggen. In die overeenkomst is opgenomen dat deze door STN en/of STN Fleet per direct kan worden beëindigd bij schending van verplichtingen uit de overeenkomst.
4.24.
Niet in geschil is dat [verzoeker] op 20 november 2025 de dashcam in de taxi omstreeks 10:07 uur met kauwgom heeft afgeplakt en de rest van het tijdslot met een afgeplakte dashcam heeft gereden. De reden die [verzoeker] hiervoor heeft gegeven overtuigt niet. Al zou het zo zijn geweest dat de betreffende passagier zich zichtbaar ongemakkelijk en onveilig voelde door de dashcam, dan had het op de weg van [verzoeker] gelegen om de passagier uit te leggen dat de dashcam juist aanwezig is om de veiligheid te bevorderen. De verklaring van [verzoeker] dat hij nadat de rit met deze passagier erop zat, is vergeten de kauwgom te verwijderen, is niet geloofwaardig. De dashcam, als deze filmde, maakte geluid en gaf, zo nodig, veiligheidsmeldingen. Het moet [verzoeker] die dag opgevallen zijn dat de dashcam geen geluid meer maakte en geen meldingen gaf.
4.25.
In artikel 7.18 van de Samenwerkingsovereenkomst staat beschreven waarom een dashcam in de taxi aanwezig is. Het afplakken van de dashcam levert daarom evident een schending van verplichtingen uit de Samenwerkingsovereenkomst op.
4.26.
Bovenstaande betekent dat STN de Samenwerkingsovereenkomst per direct mocht opzeggen.
4.27.
Ook het subsidiaire verzoek van [verzoeker] zal worden afgewezen.
Proceskosten
4.28.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat [verzoeker] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van STN worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.29.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beoordeling van het tegenverzoek

5.1.
Op het verzoek van STN om de arbeidsovereenkomst te ontbinden en het in dat kader door [verzoeker] ingestelde tegenverzoek hoeft niet te worden beslist. De voorwaarde waaronder STN dat verzoek heeft gedaan, is namelijk niet vervuld.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
verklaart [verzoeker] niet ontvankelijk jegens STN Fleet,
6.2.
wijst de verzoeken van [verzoeker] af,
6.3.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.5.
verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.
57170

Voetnoten

1.Hoge Raad 6 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1746), Hoge Raad 24 maart 2023 (Deliveroo, ECLI:NL:HR:2023:443) en Hoge Raad 21 februari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:319).