Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3656

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
13-125242-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tussentijdse toetsing ISD-maatregel na intrekking door veroordeelde

De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 april 2026 het verzoek van de veroordeelde tot een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel die op 30 augustus 2023 voor twee jaar was opgelegd. Tijdens de openbare terechtzitting heeft de veroordeelde uitdrukkelijk verzocht om zijn verzoek in te trekken.

De rechtbank heeft kennisgenomen van diverse stukken, waaronder het vonnis van 30 augustus 2023, het verzoek van 20 januari 2026, een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 16 februari 2026 en een voortgangsverslag van 9 maart 2026. Tevens zijn de officier van justitie, de raadsvrouw van de veroordeelde en een deskundige gehoord.

Gezien het intrekkingsverzoek van de veroordeelde oordeelt de rechtbank dat hij geen belang meer heeft bij de behandeling van het verzoek en verklaart hem daarom niet-ontvankelijk. De beslissing is genomen op grond van artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 april 2026.

Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel wegens intrekking van het verzoek.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/125242-23 (tussentijdse toetsing ISD-maatregel)
BESLISSING
Deze rechtbank heeft op 30 augustus 2023 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1972,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de [P.I.] ,
hierna: de veroordeelde.

1.Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 30 augustus 2023;
  • het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de veroordeelde en zijn raadsvrouw, mr. J. van Koesveld, om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel van 20 januari 2026;
  • een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende de veroordeelde van 16 februari 2026;
  • het voortgangsverslag van 9 maart 2026, opgesteld door mevrouw [naam 1] (plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de [P.I.] ) en de heer [naam 2] (senior casemanager ISD van de [P.I.] ).
De rechtbank heeft op 26 maart 2026 de officier van justitie, mr. W. van Veen, de veroordeelde, zijn raadsvrouw, mr. J. van Koesveld, advocaat te Utrecht, alsmede de deskundige de heer [naam 2] , verbonden aan de [P.I.] , op de openbare terechtzitting gehoord.

2.Beoordeling

Gelet op het op de openbare terechtzitting gedane uitdrukkelijke verzoek van de veroordeelde om zijn verzoek tot een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel in te trekken, is de rechtbank van oordeel dat hij geen belang meer heeft bij de behandeling van het verzoek en dat de veroordeelde daarom niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Daarom wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

3.Beslissing

De rechtbank verklaart de veroordeelde
[veroordeelde]niet-ontvankelijkin zijn verzoek tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel.
Deze beslissing is gegeven door
mr. D. Bode, voorzitter,
mrs. P.K. Oosterling - van der Maarel en D.P. Hein, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 april 2026.