6.3.Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal met geweld. Verdachte heeft, nadat hij op heterdaad werd getrapt, de beveiligers aangevallen en één van hem gebeten. Door de verdachte is inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze twee beveiligers. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan diefstal, diefstal door middel van braak, verduistering en schuldheling. Hiermee heeft hij blijk gegeven van een gebrek aan respect voor andermans eigendommen.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad)
van verdachte van 16 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden vaker
onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven.
Advies van de reclassering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van GGZ Reclassering Inforsa van 4 maart 2026, opgemaakt door [reclasseringswerker 2] . Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in.
De reclassering adviseert een ISD maatregel op te leggen.
Er is sprake van een uitgebreid strafblad, waaruit een delictpatroon inzake vermogensdelicten blijkt. Ook is er een verband tussen het delictgedrag en het alcoholgebruik van verdachte, dat hij zelf overigens ontkent. Verdachte heeft geen rechten opgebouwd en kan daarom geen aanspraak maken op
voorzieningen in Nederland, zoals een uitkering. De reclassering ziet problematiek op meerdere leefgebieden. Zo ontbreekt het verdachte aan stabiele huisvesting, er is sprake van een beladen jeugd en verdachte heeft geen steunend netwerk in Nederland. Zicht op eventueel werk en/of een inkomen heeft de reclassering niet gekregen, omdat de reclassering dit niet mocht verifiëren van verdachte.
Het uitgangspunt van de drie reclasseringsorganisaties in Amsterdam is, dat er geen
reclasseringstoezicht wordt geadviseerd voor EU-onderdanen en illegalen. Zoals in deze casus aan de orde is, geldt voor delinquente EU-onderdanen, dat het bereiken van het voldoen aan unieplichten en daarmee perspectiefopbouw in Nederland, meestal geen realistisch streven is binnen de toezichttermijn van twee jaren. Bovendien kunnen de veroordelingen, waarvan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bericht krijgt via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), leiden tot het intrekken van het unierecht of een ongewenst verklaring, waarmee ook een zorgtraject zou worden afgebroken. En verder zijn er praktische zorgplaats-problemen zoals een taalbarrière. De druk op verblijfplekken is zo hoog, dat daarvoor alleen mensen in aanmerking komen die rechten en perspectief hebben in Nederland. Een klinische plaatsing zonder uitzicht op aansluitend
verblijf is daarmee ook niet functioneel.
De reclassering weegt wel altijd mee of er sprake is van een eventuele maatwerkuitzondering.
Reclassering Inforsa meent dat in deze casus een maatwerkuitzondering niet aan de orde is
(geweest). Desondanks is er tweemaal (in 2022 en in 2025) een reclasseringstoezicht geadviseerd en overgenomen bij vonnis. Echter heeft verdachte zich beide keren onttrokken aan de voorwaarden van het reclasseringstoezicht.
Op basis van bovenstaande voldoet verdachte aan zowel de harde als zachte
criteria voor oplegging van de onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Los van het feit dat verdachte zich onttrok aan reclasseringstoezichten, zijn er sterke aanwijzingen dat hij niet eerlijk is over bepaalde zaken, zoals zijn middelengebruik, huisvesting, dagbesteding en inkomen.
De reclassering ziet geen andere mogelijkheid dan een ISD maatregel.
In de intramurale fase van de ISD-maatregel wordt verdachte gemotiveerd mee te werken aan diagnostiek, behandeling en begeleiding. Bij daaropvolgende terugkeer naar [land van herkomst] kan hulpverlening in het land van herkomst worden gerealiseerd. Oplegging van de ISD-maatregel is een criterium voor de IND om betrokkene ongewenst te verklaren. Wanneer zijn verblijfstatus wijzigt acht de reclassering de kans groter dat verdachte, na terugkomst in [land van herkomst] , niet nogmaals terugkeert naar Nederland.
De deskundige, [reclasseringswerker 1] , heeft voornoemd advies op de terechtzitting bevestigd en toegelicht.
De op te leggen maatregel
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarnaast is hij gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de door hem begane misdrijven ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl de in dit vonnis bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Er moet, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde reclasseringsrapportage en het strafblad, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan.
Uit het strafblad volgt dat ook is voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt. Verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat is voldaan aan de ‘harde’ ISD-criteria.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook aan de ‘zachte’ ISD-criteria voldoet. Die
houden in dat er geen reëel alternatief voor de oplegging van de ISD-maatregel bestaat. De
rechtbank overweegt op basis van het hiervoor genoemde reclasseringsrapport en de daarop
ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige, dat er geen reële alternatieven
zijn om het recidiverisico in te perken en om de problematiek van verdachte te
behandelen. Eerder opgelegde drangkaders zijn onvoldoende gebleken om het recidiverisico
in te perken en om tot gedragsverandering te komen en er moet ernstig rekening mee
worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Verder eist de veiligheid
van personen of goederen oplegging van deze maatregel, gelet op de aard en de ernst van de
bewezenverklaarde feiten. De rechtbank is van oordeel dat de ISD-maatregel gelet op de problematiek van verdachte en zijn vreemdelingenrechtelijke status de enige oplossing is om de kans op recidive terug te dringen, verdere overlast in de maatschappij te voorkomen en verdachte bij te staan bij een zachte landing bij een terugkeer naar [land van herkomst] . De rechtbank zal de officier van justitie daarom in haar vordering volgen en de ISD-maatregel opleggen. Het subsidiaire verzoek van de verdediging om de ISD-maatregel voorwaardelijk op te leggen, verhoudt zich niet met de bovenstaande en wordt daarom niet gevolgd.
Maximale termijn van twee jaren
Om de maatschappij te beschermen en de kans op recidive van verdachte op een aanvaardbaar niveau te brengen is het van groot belang om het werken aan de oplossing van zijn problematiek mogelijk in combinatie met een terugkeer naar [land van herkomst] alle kansen te geven en voldoende tijd te nemen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.