Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
19 maart 2025 de factuur te betalen, waarbij de buitengerechtelijke kosten van € 556,04 zijn aangezegd.
3.Het geschil
a. € 4.310,90 aan hoofdsom,
b. € 556,09 aan buitengerechtelijke incassokosten,
c. € 152,95 aan wettelijke rente, berekend tot 12 augustus 2025,
e. de proceskosten.
4.De beoordeling
tijdenshet werk (‘training on the job’). Een advocaat-stagiair dient bij de start van de Beroepsopleiding reeds te beschikken over een afgeronde WO-opleiding rechten (de startkwalificatie). Zonder deze opleiding kan iemand niet in dienst treden als advocaat-stagiair. De opleiding tot buschauffeur is net zoals de WO-opleiding rechten een opleiding
voorhet werk (startkwalificatie), waarbij geldt dat tijdens de opleiding, zoals hiervoor overwogen, geen arbeid wordt verricht.
9 februari 2024 heeft gevoerd met zijn leidinggevende en een HR-adviseur, erop mocht vertrouwen dat hij weer voor Connexxion kon gaan werken op het moment dat hij weer beschikte over een geldig rijbewijs en dat Connexxion in dat geval de opleidingskosten niet zou terugvorderen. Op 20 februari 2024 beschikte hij weer over een geldig rijbewijs, aldus [gedaagde] .
10 januari 2025 wettelijke rente over de hoofdsom, waartegen [gedaagde] verweer heeft gevoerd. Een betaaltermijn op een factuur is op zichzelf geen fatale termijn in de zin van artikel 6:83 sub a BW Pro. Daarvoor is namelijk nodig dat die betaaltermijn vooraf is overeengekomen tussen partijen. Dat is hier niet gebeurd. Om verzuim te doen intreden is dan ook een ingebrekestelling vereist. Nu Connexxion [gedaagde] bij brief van 3 februari 2025 in gebreke heeft gesteld en [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld om vóór 17 februari 2025 € 4.310,90 te betalen, zal de wettelijke rente vanaf 17 februari 2025 worden toegewezen.