Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3905

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
13/024045-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor uitbreiding vervolging in overleveringszaak

De rechtbank Amsterdam heeft op 29 januari 2026 een beslissing genomen over een verzoek tot toestemming voor uitbreiding van de vervolging van een overgeleverde persoon, geboren in 1989 in de voormalige Sovjet-Unie en momenteel gedetineerd in Duitsland. Dit verzoek was ingediend door een rechter van de arrondissementsrechtbank Arnsberg en betrof feiten waarvoor overlevering krachtens de Overleveringswet mogelijk was.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de overgeleverde persoon en zijn advocaat op de hoogte zijn gesteld van het verzoek, waarbij de overgeleverde persoon zelf niet heeft gereageerd, maar zijn raadsman wel. De rechtbank concludeerde dat de stukken toereikend zijn en dat de rechten van verdediging volledig zijn gerespecteerd.

Op basis hiervan heeft de rechtbank de gevraagde toestemming verleend conform artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, van de Overleveringswet. De beslissing werd genomen door drie rechters, onder voorzitterschap van mr. A.R.P.J. Davids, en in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor uitbreiding van de vervolging van de overgeleverde persoon.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/024045-24
Datum beslissing: 29 januari 2026
BESLISSING
op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 28 oktober 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is op 17 november 2025 ingediend door een rechter bij de arrondissementsrechtbank Arnsberg en betreft:
[de overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (voormalige Sovjet-Unie),
nu gedetineerd in Duitsland,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om – met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon – een beslissing te nemen.
De rechtbank stelt vast dat de overgeleverde persoon in de gelegenheid is gesteld om eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om toestemming kenbaar te maken. [1] Uit de door de Duitse autoriteiten verstrekte informatie van 13 januari 2026 blijkt immers dat de overgeleverde persoon en zijn advocaat van het verzoek om toestemming op de hoogte zijn gesteld, maar dat de overgeleverde persoon niet heeft gereageerd. De raadsman van de overgeleverde persoon heeft wel gereageerd op het verzoek om toestemming.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van
[de overgeleverde persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 29 januari 2026 door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp griffier.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.