Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3987

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
10731540 \ CV EXPL 23-13146
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:80 lid 1 sub c BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsachterstand en informatieplicht bij warmteleveringsovereenkomst

Eteck Warmte Holding B.V. vordert ontbinding van de warmteleveringsovereenkomst met [gedaagde], afsluiting van de levering en betaling van openstaande bedragen wegens wanbetaling. De leveringsovereenkomst is gesloten in januari 2022 en bevat verwijzingen naar het Product- en Tarievenblad en algemene voorwaarden. [gedaagde] heeft meerdere nota's onbetaald gelaten.

De kantonrechter toetst ambtshalve aan consumentenrecht en de Warmtewet, waarbij wordt vastgesteld dat Eteck niet volledig heeft voldaan aan de informatieplicht, met name over het ontbindingsrecht. Dit leidt tot een sanctie van 20% korting op de hoofdsom. Het prijsbeding wordt deels als niet transparant beoordeeld, maar niet als oneerlijk. De tariefswijzigingen zijn conform regelgeving en niet onredelijk.

De vordering tot ontbinding en afsluiting wordt afgewezen omdat Eteck niet heeft voldaan aan de cumulatieve voorwaarden uit de Warmteregeling, zoals het sturen van minimaal drie schriftelijke aanmaningen en het aanbieden van schuldhulpverlening. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens een oneerlijk beding. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van 80% van de hoofdsom, wettelijke rente vanaf dagvaarding, maandelijkse voorschotten en proceskosten.

Uitkomst: Ontbinding en afsluiting afgewezen; gedaagde veroordeeld tot betaling van 80% van de hoofdsom, wettelijke rente, maandelijkse voorschotten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10731540 \ CV EXPL 23-13146
Vonnis van 17 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ETECK WARMTE HOLDING B.V.,
gevestigd te Voorburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Eteck,
gemachtigde: mr. O.J. Boeder,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 september 2023, met producties,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Eteck is een warmteleverancier in de zin van de Warmtewet, die onder meer het complex van woningen aan de [locatie] voorziet van warmte en koude (hierna: energie). Het is voor een individuele gebruiker in dat pand niet mogelijk een leveringsovereenkomst voor warmte en koude aan te gaan met een andere leverancier.
2.2.
Eteck heeft een handelspraktijk die eruit bestaat dat de aansluiting op het warmtenet in stand wordt gehouden wanneer een consument een eerder bewoonde woning betrekt.
2.3.
Eteck levert vanaf 24 januari 2022 energie aan het adres [adres] (hierna: het verbruiksadres), waar [gedaagde] vanaf dat moment woont.
2.4.
[gedaagde] heeft op 25 januari 2022 een leveringsovereenkomst met Eteck ondertekend. Hierin is bepaald dat deze ingaat op de datum van de sleuteloverdracht.
In de leveringsovereenkomst wordt verwezen naar het Product- en Tarievenblad. In artikel 2.2 van de leveringsovereenkomst is bepaald dat de inhoud daarvan kan worden gewijzigd en de tarieven aan indexatie onderhevig zijn. Verder is in de leveringsovereenkomst bepaald dat het Product- en Tarievenblad, de Algemene leveringsvoorwaarden kleinverbruikers en de Aansluitvoorwaarden consumenten daarvan onlosmakelijk deel uitmaken.
2.5.
[gedaagde] heeft meerdere voorschot- en/of jaarnota’s over de periode februari 2022 t/m september 2023 onbetaald gelaten.

3.Het geschil

3.1.
Eteck vordert – kort gezegd – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
a. ontbinding van de tussen partijen bestaande warmteleveringsovereenkomst,
b. afsluiting van de leverantie en verzegeling van de meter op het verbruiksadres,
c. veroordeling van [gedaagde] tot het gehengen en gedogen van de afsluitingswerkzaamheden,
d. gedeeltelijke of tijdelijke ontruiming van het verbruiksadres gedurende de afsluitingswerkzaamheden,
e. veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 393,19 aan afsluitingskosten,
f. veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.561,57 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding, € 218,22 aan incassokosten en € 35,95 aan rente tot aan de datum van de dagvaarding,
g. veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 106,79 per maand aan maandelijkse voorschotten vanaf 1 oktober 2023 tot het moment waarop de energielevering is beëindigd,
h. veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Eteck stelt in de dagvaarding dat [gedaagde] ernstig tekortschiet in de nakoming van zijn betalingsverplichting voortvloeiend uit de leveringsovereenkomst. Dit tekortschieten rechtvaardigt volgens Eteck ontbinding van de leveringsovereenkomst en beëindiging van de energielevering.
3.3.
De overige stellingen van Eteck komen, voor zover van belang, hierna bij de beoordeling aan de orde.

4.De beoordeling

4.1.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
4.2.
De energielevering door Eteck wordt beheerst door de Warmtewet. De informatieplichten waaraan Eteck als warmteleverancier moet voldoen staan in Afdeling 2b, Titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en in artikel 3 van Pro de Warmtewet. Onderdeel van die informatieplichten is volgens artikel 3 van Pro de Warmtewet de informatie genoemd in de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v BW. In artikel 3 lid 1 van Pro de Warmtewet is bepaald dat de gegevens genoemd in artikel 6:230m lid 1 BW en de informatie genoemd in artikel 3 lid 1 sub Pro a t/m c van de Warmtewet door de leverancier aan de gebruiker moeten worden verstrekt voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.
4.3.
Eteck stelt in dit verband dat zij [gedaagde] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op een duurzame gegevensdrager een welkomstpakket heeft toegestuurd, bestaande uit de leveringsovereenkomst, het product- en tarievenblad, de algemene leveringsvoorwaarden en een informatie (demarcatie)kaart. Hierin is volgens Eteck alle essentiële informatie te vinden die ingevolge de Warmtewet moet worden verstrekt.
4.4.
Nu [gedaagde] de leveringsovereenkomst heeft ondertekend, heeft hij de informatie gekregen, zodat is voldaan aan de stelplicht op dit punt. De kantonrechter stelt vast dat in de stukken waaruit het welkomstpakket bestaat de meeste essentiële informatie is te vinden, behoudens informatie over het (wel of niet bestaan van het) ontbindingsrecht. Hiervoor zal, gelet op ECLI:NL:HR:2021:1677 en het naar aanleiding van dit arrest tot stand gekomen landelijke sanctiemodel, een sanctie worden opgelegd, bestaande uit gedeeltelijke vernietiging van de leveringsovereenkomst, in die zin dat de hoofdsom wordt gekort met 20%.
4.5.
Naast de informatieplichten moet de kantonrechter ook toetsen aan de richtlijn. De gevorderde hoofdsom is grotendeels gebaseerd op een beding dat ziet op het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, namelijk de door de consument te betalen prijs. Ambtshalve toetsing van die bedingen is ingevolge artikel 4 lid 2 van Pro de richtlijn alleen aan de orde als deze niet duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.
4.6.
In het Product- en Tarievenblad staan prijzen vermeld. De maandelijkse vaste kosten en overige kosten zijn voldoende duidelijk en begrijpelijk geformuleerd. Dit geldt echter niet voor de maandelijkse variabele gebruikskosten. Voor zowel de levering voor ruimteverwarming als voor warm tapwater moest in 2022 € 48,56 per gigajoule (Gj) worden betaald. Een indicatie van het gemiddelde gebruik bij het type woning van de consument, het historisch verbruik of andere gemiddelden van vergelijkbare huishoudens is echter niet gegeven, zodat de consument geen inzicht heeft in het te verwachten aantal Gj dat hij maandelijks zal verbruiken. Ook wordt het voorschot dat maandelijks in rekening zal worden gebracht niet in de overeenkomst genoemd. Op grond van dit prijsbeding kan de consument dan ook geen inschatting maken van de te verwachten maandelijkse kosten en daarmee ook niet van de economische gevolgen van het sluiten van de overeenkomst (ECLI:EU:C:2023:14). Het prijsbeding wordt daarom als niet transparant aangemerkt, zodat het moet worden getoetst op oneerlijkheid.
4.7.
Bij de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding gaat het erom of dat beding, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort (artikel 3 lid 1 van Pro de richtlijn). Hierbij moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst worden meegewogen en alle andere bedingen van de overeenkomst, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft, in aanmerking worden genomen. Daarbij moet worden uitgegaan van de datum waarop de overeenkomst is gesloten.
4.8.
Met inachtneming van het hiervoor weergegeven beoordelingskader wordt het prijsbeding in navolging van het gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2025:2469, niet als oneerlijk aangemerkt. Warmteleveringsovereenkomsten als de onderhavige zijn onderworpen aan bijzondere wetgeving en daarop gebaseerde regelingen. Daarbij geldt dat Eteck is gebonden aan de maximumtarieven die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) vaststelt, waarbij wordt aangenomen dat de ACM ook de belangen van de consument bij die vaststelling heeft betrokken en Eteck zich aan de maximumtarieven houdt. Onder die omstandigheden kan volgens het gerechtshof niet worden vastgesteld dat het vereiste van goede trouw niet is nageleefd en ook niet dat het evenwicht tussen partijen ten nadele van de consument aanzienlijk is verstoord.
4.9.
De onderhavige vordering van Eteck ziet op de jaren 2022 en 2023. De tarieven in 2023 zijn hoger dan in 2022, zo volgt uit de onderliggende facturen. Dat betekent dat Eteck haar tarieven heeft verhoogd. Het beding dat aan deze verhoging ten grondslag ligt moet daarom eveneens worden getoetst op oneerlijkheid.
4.10.
Vorenbedoeld beding is te vinden in artikel 11.1 t/m 11.6 van de algemene leveringsvoorwaarden, gelezen in samenhang met de bepaling over indexatie en wijziging van de tarieven op het Product- en Tarievenblad. Deze bepalingen moeten cumulatief worden getoetst. Tariefswijzigingen van de door de Warmtewet gereguleerde tarieven worden jaarlijks vastgesteld conform de richtlijnen van de ACM. Tariefswijzigingen van overige kosten die buiten de regulering van de Warmtewet vallen vindt jaarlijks plaats op basis van een objectieve index (SBI 24-30, 33 cao lonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur Metal/elektro over de reeks oktober-oktober van het voorgaande jaar). Het beding sluit voor wat betreft de periodieke wijziging van het tarief aan bij wat krachtens de wet- en regelgeving en de besluiten van de ACM is toegestaan. Het prijswijzigingsbeding wordt daarom niet als oneerlijk aangemerkt (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2025:2469, overweging 5.16).
4.11.
Het voorgaande leidt, gelet op de sanctie van 20% (overweging 4.4), tot toewijzing van 80% van de gevorderde hoofdsom. De hoofdsom bij dagvaarding bedraagt € 1.561,57 zodat wordt toegewezen een bedrag van € 1.249,25.
4.12.
De vordering tot betaling van de maandelijkse voorschotten komt met inachtneming van het voorgaande, in combinatie met de stellingen hierover in de dagvaarding waarbij een beroep wordt gedaan op artikel 6:80 lid 1 sub c BW Pro en het eerder aangehaalde arrest van het gerechtshof, niet onrechtmatig of ongegrond voor.
4.13.
Eteck vordert verder wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 12.10 van de algemene voorwaarden staan bedingen die daarop zien. Deze moeten daarom worden getoetst op oneerlijkheid. Op grond van de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger) moet de kantonrechter, ook als eisende partij zich in de procedure niet beroept op een bepaald beding in de overeenkomst, maar op de wet, ambtshalve onderzoeken of het beding in de voorwaarden waarop zij zich had kunnen beroepen niet oneerlijk is in de zin van de richtlijn. Indien een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, kan ingevolge deze arresten geen aanspraak meer worden gemaakt op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest en moet haar vordering op dit punt worden afgewezen.
4.14.
De kantonrechter volgt de beoordeling van het gerechtshof Amsterdam van deze specifieke bedingen (ECLI:NL:GHAMS:2025:2469, overwegingen 5.19 en 5.20). Het beding met betrekking tot wettelijke rente is niet oneerlijk en het beding met betrekking tot buitengerechtelijke kosten wel.
4.15.
Gevolg hiervan is dat de gevorderde wettelijke rente toewijsbaar is. Wel is de rente berekend over een te hoog bedrag, vanwege de sanctie. De wettelijke rente is toewijsbaar over € 1.249,25 vanaf de datum van verzuim. Deze datum is in de dagvaarding niet gesteld. Daarom wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf de datum van betekening van de dagvaarding.
4.16.
De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, omdat het beding in de algemene leveringsvoorwaarden dat daarop ziet oneerlijk is. Op grond van het betreffende beding kan Eteck reeds buitengerechtelijke kosten in rekening brengen zonder het versturen van een aanmaning in de zin van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Dat wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn als die beding niet was overeengekomen en bovendien van dwingend recht is.
4.17.
Eteck vordert ontbinding van de leveringsovereenkomst en afsluiting van de leverantie. In artikel 4 lid 3 van Pro de Warmtewet staat dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld over afsluiting van de levering van een verbruiker van warmte en over preventieve maatregelen om de afsluiting van een verbruiker waar mogelijk te voorkomen. Die regels zijn vastgelegd in de Warmteregeling. Hiervan bestaan verschillende versies (versie geldend van 1 januari 2020 t/m 25 oktober 2022, de versie van 25 oktober 2022 t/m 31 december 2023 en de versie van 1 april 2023 t/m 31 december 2023). Overgangsrecht is niet van toepassing. De datum waarop de dagvaarding is uitgebracht is bepalend voor de vraag welke versie van de Warmteregeling van toepassing is. De onderhavige dagvaarding is uitgebracht op 26 september 2023, zodat laatstgenoemde versie van kracht is.
4.18.
In de Warmteregeling is bepaald wanneer een warmteleverancier de energielevering mag beëindigen. Dit mag onder andere bij wanprestatie door de verbruiker, zoals een betalingsachterstand zoals hier aan de orde is. In dat geval moet wel voldaan zijn aan de voorwaarden die uit artikelen 4b t/m 6 van (voornoemde versie van) de Warmteregeling volgen. Daarvoor is – onder meer – nodig dat Eteck [gedaagde] heeft gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening en dat zij heeft aangeboden om met zijn toestemming of uitblijven van een reactie zijn contactgegevens en de hoogte van zijn schuld door te geven aan een instantie ten behoeve van schuldhulpverlening. Ook moet Eteck aan [gedaagde] tenminste drie schriftelijke aanmaningen sturen met een nakomingstermijn van tenminste veertien dagen, moeite doen om persoonlijk met hem in contact te treden en hem een redelijke en passende betalingsregeling aanbieden.
4.19.
Eteck heeft in de dagvaarding gesteld dat zij aan deze verplichtingen heeft voldaan en verwijst ter onderbouwing van die stelling naar productie E3 bij dagvaarding. Waarschijnlijk doelt Eteck echter op producties E5 t/m E7. Productie E5 is een brief van 26 oktober 2022 met een verzoek tot toestemming voor vroegsignalering bij de gemeente. Productie E6 is een e-mail van een medewerker van Eteck aan incassobureau Salvors met een aanmelding voor vroegsignalering en productie E7 is een overzicht van de werkzaamheden van incassobureau Salvors. Hieruit blijkt dat [gedaagde] per e-mail, telefonisch en via WhatsApp is benaderd voor onder meer het treffen van een betalingsregeling.
4.20.
Uit deze stukken kan echter niet worden afgeleid dat Eteck heeft voldaan aan alle voorwaarden voortvloeiend uit de Warmteregeling. Niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan het vereiste dat Eteck minimaal drie schriftelijke aanmaningen heeft gestuurd met een nakomingstermijn van tenminste veertien dagen. Er zit slechts één aanmaning bij de stukken (productie E4). Verder blijkt uit de stukken niet dat de contactgegevens van [gedaagde] , zijn klantnummer en informatie over de hoogte en ontwikkeling van zijn schuld, na toestemming of een uitblijvende reactie, zijn doorgegeven aan een schuldhulpverlenende instantie. Een incassobureau is niet aan te merken als schuldhulpverlenende instantie.
4.21.
Nu de voorwaarden voortvloeiend uit de Warmteregeling om te mogen afsluiten cumulatief zijn en niet kan worden vastgesteld dat aan al deze voorwaarden is voldaan, kunnen de vorderingen met betrekking tot ontbinding van de overeenkomst en afsluiting van de leverantie niet worden toegewezen.
4.22.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eteck worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
107,84
- griffierecht
365,00
- salaris gemachtigde
144,00
(1 punt × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
688,84

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Eteck te betalen een bedrag van € 1.249,25 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 26 september 2023, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Eteck te betalen de maandelijkse voorschotten ter grootte van € 106,79 per maand, vanaf 1 oktober 2023 tot de datum waarop de levering van warmte en/of koude zal zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente telkens vanaf de vijftiende dag na de betreffende factuurdatum,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 688,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026.
991