Kramer EMEA B.V. had een overeenkomst met TOSS in Holland B.V. voor salarisadministratiediensten, waarbij TOSS loonheffingen namens Kramer aan de Belastingdienst moest afdragen. Vanaf juli 2024 heeft TOSS dit niet volledig gedaan, wat Kramer in november/december 2024 ontdekte via naheffingsaanslagen en aanmaningen. Kramer stelde [gedaagde 2], indirect bestuurder van TOSS en DEEFS, aansprakelijk wegens bestuurdersaansprakelijkheid en onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelde dat Kramer onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van misbruik van het identiteitsverschil tussen TOSS en DEEFS. Wel was [gedaagde 2] als bestuurder aansprakelijk omdat hij vanaf 9 december 2024 op de hoogte was van de niet-doorbetaling en naliet dit te herstellen, waardoor Kramer schade leed. De schade werd vastgesteld op €118.229,- inclusief rente en kosten.
De rechtbank wees de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af en veroordeelde [gedaagde 2] tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente, beslag- en proceskosten. De tegenvordering van [gedaagde 2] tot opheffing van beslag werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.