Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4102

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
12137239 \ CV FORM 26-3715
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 861/2007Verordening (EU) 1215/2012Art. 4 lid 1 Verordening Brussel I bisArt. 7 lid 1 sub a Verordening Brussel I bis
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak naar bevoegde rechtbank Noord-Holland wegens plaats van uitvoering verbintenis

In deze zaak heeft verzoeker een vordering ingesteld tegen Vueling Airlines op grond van de Europese procedure voor geringe vorderingen. De beoordeling van de rechterlijke bevoegdheid vindt plaats aan de hand van Verordening Brussel I bis.

Hoewel de hoofdregel van artikel 4 lid 1 van Pro deze verordening bepaalt dat Vueling Airlines voor de Spaanse rechter moet worden opgeroepen, is er een alternatieve bevoegdheidsgrond op grond van artikel 7 lid 1 sub Pro a, namelijk de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. De vordering heeft betrekking op een vlucht van een vertrekplaats naar een bestemming, waarbij de plaats van uitvoering relevant is.

Verzoeker stelt dat de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam bevoegd is vanwege de plaats van uitvoering. Echter, het vliegveld waar de verbintenis wordt uitgevoerd valt niet onder het arrondissement Amsterdam maar onder dat van de rechtbank Noord-Holland. Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Holland wegens de plaats van uitvoering van de verbintenis.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12137239 \ CV FORM 26-3715
beschikking van 23 april 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
VUELING AIRLINES S.A.,
gevestigd te El Prat de Llobregat, [bestemming] (Spanje),
verwerende partij,
hierna te noemen: Vueling Airlines.

1.De procedure

1.1.
In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] een vordering ingesteld, ontvangen op 10 maart 2026.

2.De beoordeling

2.1.
De bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van het verzoek van [verzoeker] moet worden beoordeeld aan de hand van Verordening (EU) 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Verordening Brussel I bis).
2.2.
Op grond van de hoofdregel van artikel 4 lid 1 Verordening Pro Brussel I bis moet Vueling Airlines worden opgeroepen worden voor de Spaanse rechter. Op grond van artikel 7 lid 1 sub a Verordening Pro Brussel I bis kan Vueling Airlines ook worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd (alternatieve bevoegdheidsgrond). De vordering van [verzoeker] heeft betrekking op een vlucht van [vertrekplaats] (
[naam vliegveld] , kantonrechter) naar [bestemming] . De Nederlandse rechter is daarom op grond van artikel 7 lid 1 sub a Verordening Pro Brussel I bis bevoegd om kennis te nemen van de vordering van [verzoeker] .
2.3.
[verzoeker] acht de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam bevoegd op grond van de plaats van uitvoering van de verbintenis. [naam vliegveld] maakt echter geen onderdeel uit van het arrondissement van de rechtbank Amsterdam maar van dat van de rechtbank Noord-Holland. Dit maakt dat laatstgenoemde rechtbank bevoegd is om over deze zaak te beslissen. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen,
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026.
33806