ECLI:NL:RBAMS:2026:4103
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring dakloze met chronische ziekte door college Amsterdam
Eiser, een alleenstaande dakloze man met chronische virale hepatitis B, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een urgentieverklaring aan op medische gronden. Het college wees de aanvraag af omdat eiser zonder passende woonruimte naar Amsterdam was gekomen en niet voldeed aan de bindingseis van minimaal vier jaar onafgebroken verblijf in Amsterdam.
Eiser stelde dat hij door misleiding van een woningbemiddelaar geen woning had gekregen en dat zijn medische situatie verslechterd was door dakloosheid. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht de algemene weigeringsgronden toepaste en dat eiser verantwoordelijk is voor het vooraf regelen van woonruimte. De medische stukken toonden geen acuut levensbedreigend probleem aan dat toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter wees het beroep ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser werd geadviseerd zijn zoekgebied voor woonruimte te verbreden buiten Amsterdam. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L. Dolfing op 24 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.