Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4203

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
C/13/784564 / FA RK 26-1989 en C/13/784563 / FA RK 26-1988
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator en voorlopige zorg- en informatieregeling in zorggeschil ouders

De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen ouders over de zorg- en opvoedingstaken van hun twee minderjarige kinderen na beëindiging van hun relatie in maart 2025. De vader verzocht om een voorlopige zorg- en contactregeling en een informatie- en consultatieregeling, terwijl de moeder dit afwees en begeleide omgang vorderde vanwege zorgen over veiligheid en het welzijn van de kinderen.

Tijdens de zitting gaf de oudste minderjarige aan geen contact met de vader te willen vanwege eerdere gebeurtenissen en het ontbreken van een band. De rechtbank constateerde een belangenconflict tussen de ouders en de kinderen en benoemde daarom een bijzondere curator om de belangen van de minderjarigen te behartigen. De curator zal onderzoeken hoe de zorgregeling vorm kan krijgen en bemiddelen tussen partijen.

De voorlopige zorgregeling bepaalt dat de kinderen om de week op zondag onder begeleiding van een persoon uit het netwerk van de vader contact hebben, buiten aanwezigheid van zijn nieuwe partner. De moeder moet de vader maandelijks informeren over de kinderen en tijdig consulteren over belangrijke beslissingen. Het verzoek om de kinderen op de huwelijksdag van de vader aanwezig te laten zijn, werd afgewezen vanwege de beladenheid van het contact.

De bijzondere curator zal binnen drie maanden verslag uitbrengen, waarna de rechtbank de verdere procedure zal bepalen. De beschikking is openbaar uitgesproken op 29 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator en stelt een voorlopige zorg- en informatieregeling vast met begeleide omgang om de week op zondag.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/784564 / FA RK 26-1989 (provisionele voorziening)
C/13/784563 / FA RK 26-1988 (bodemprocedure)
Beschikking van 29 april 2026 betreffende de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van:
[de vader] ,
wonende te [plaats 1] ,
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. S.M. van de Weijer te Amsterdam,
tegen
[de moeder] ,
wonende te [plaats 2] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. M. Amrani te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoek van de vader tevens houdende een verzoek voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro, ingekomen op 10 maart 2026;
  • de aanvullende producties van de vader, ingekomen op 19 maart 2026;
  • het aanvullend verzoekschrift van de vader, ingekomen op 7 april 2026;
- het verweerschrift van de moeder, tevens houdende zelfstandige verzoeken, ingekomen op 7 april 2026;
  • de aanvullende producties van de vader, ingekomen op 8 april 2026;
  • de aanvullende producties van de moeder, ingekomen op 8 april 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 april 2026.
Verschenen zijn:
  • de vader en zijn advocaat;
  • de moeder en haar advocaat.
1.3.
De minderjarige [minderjarige 1] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken. [minderjarige 1] heeft op 8 april 2026 een gesprek gehad met de rechter middels videobellen.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een relatie met elkaar gehad, welke relatie is beëindigd in maart 2025.
2.2.
Uit deze relatie zijn geboren:
  • [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2022 (hierna te noemen [minderjarige 2] );
  • [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014 (hierna te noemen [minderjarige 1] ).
2.3.
Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit.

3.Het verzoek en het verweer

C/13/784564 / FA RK 26-1989 (provisionele voorziening)
3.1.
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij wege van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro:
- de navolgende voorlopige zorg- en contactregeling vast te stellen:
a. in de eerste twee weken zullen beide kinderen bij de vader verblijven in het weekend op de zaterdag of de zondag één dagdeel (ochtend of middag);
b. in de daarop volgende twee weken zullen beide kinderen bij de vader verblijven in het weekend op de zaterdag of de zondag een hele dag;
c. in de daarop volgende vier weken zullen beide kinderen bij de vader verblijven een weekend in de twee weken van zaterdag op zondag (inclusief slapen). In de week dat de kinderen niet bij de vader zijn in het weekend zullen zij woensdag uit school tot donderdag naar school bij de vader verblijven;
d. verder zou de vader graag zien dat beide kinderen op 4 mei 2026 tussen 8:00 en 12:00 uur met hem kunnen doorbrengen. Dit omdat de vader die dag in het huwelijk zal treden met zijn huidige partner. Het is voor de vader van zeer groot belang dat zijn kinderen daar aanwezig kunnen zijn;
- de navolgende informatie- en consultatieverplichting vast te stellen:
a. de moeder zal de vader iedere maand voor of op de eerste van de maand per mail informeren over de kinderen van partijen. Deze informatiemail zal in ieder geval informatie behelzen over:
I. De gezondheid van de kinderen
II. Hobby’s
III. Schoolresultaten
IV. Sporten
V. Vakanties
VI. Belangrijke activiteiten op school/sport en dergelijken
VII. Andere belangrijke zaken
b. bij deze mail zal de moeder tenminste twee foto’s per kind bijvoegen;
c. de moeder zal de vader indien en zodra zich belangrijke beslissingen voordoen (schoolkeuze/inschrijving, reizen buitenland, medische behandelingen ed) waarvoor zijn instemming als medegezagdrager is vereist, doch uiterlijk 6 weken van te voren benaderen en voorzien van alle relevante (en eventueel nader door de vader in redelijkheid) verzochte informatie om instemming vragen. Uitzonderingen indien dit (aantoonbaar) niet eerder mogelijk is geweest;
  • een en ander op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 250,- ineens per overtreding en € 100,- voor iedere dag dan wel gedeelte van de dag dat de moeder in gebreke blijft;
  • althans een zodanige beslissing als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
3.2.
De moeder verzoekt het verzoek van de vader tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro af te wijzen.
C/13/784563 / FA RK 26-1988 (bodemprocedure)
3.3.
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de navolgende zorg- en contactregeling vast te stellen:
week I: de kinderen verblijven van maandagmiddag uit school tot maandagochtend naar school bij de vader;
week II: de kinderen verblijven vervolgens van maandagmiddag uit school tot maandagochtend naar school bij de moeder;
de vader haalt de kinderen op van school en brengt ze op maandag weer naar school waarna de moeder de kinderen ophaalt uit school en op maandagochtend weer naar school brengt;
éénweekse vakanties: de reguliere omgang blijft gedurende vakanties van een week doorlopen. met andere woorden de omgangsregeling prevaleert boven de éénweekse vakanties;
vakanties van twee weken of langer: gezien de week op week af verdeling zal ook tijdens deze vakanties de reguliere omgang doorlopen. Het wisselmoment zal dan zijn op maandagochtend waarbij de ene ouder de kinderen naar de andere ouder brengt en de andere ouder ze op de daarop volgende maandagochtend naar de ene ouder brengt. Voor de zomervakantie ziet de vader graag dat de kinderen de eerste drie weken bij de moeder verblijven en de tweede drie weken bij de vader, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen;
verjaardagen van de kinderen, de vader en de moede zijn ondergeschikt aan de omgangsregeling: de kinderen verblijven waar zij volgens de reguliere regeling verblijven. Uiteraard zullen beide ouders contact tussen de kinderen en de andere ouder toestaan. De vader heeft inmiddels de verjaardag van beide kinderen moeten missen. Om die reden acht de vader het redelijk dat zijn zoon op 7 oktober 2026 en zijn dochter op 3 maart 2027 bij hem verblijven;
feestdagen; met uitzondering van de Kerstdagen en Oud & Nieuw zullen de feestdagen ondergeschikt zijn aan de omgangsregeling. Voor Kerst geldt dat de kinderen in 2026 tweede Kerstdag en Oud & Nieuw bij de vader zullen verblijven en Kerstavond en Eerste Kerstdag bij de moeder. Ieder jaar wordt deze afspraak omgewisseld;
Vaderdag- en Moederdag: in beginsel verblijven de kinderen op de betreffende dag bij de betreffende ouder. Deze dagen prevaleren boven de reguliere omgangsregeling;
uiteraard zal het de kinderen zijn toegestaan telefonisch contact met de andere ouder te hebben;
voorts dienen partijen elkaar over en weer te informeren over de omgang. Dit middels een mailtje op de dag van overdracht naar de andere ouder.
althans een zodanige beslissing als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren. Daarbij kan worden gedacht aan het inschakelen van een bijzonder curator dan wel een kindbehartiger voor de beide kinderen.
3.4.
De moeder verzoekt primair het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling af te wijzen en subsidiair:
te bepalen dat, voor zover de rechtbank omgang aangewezen acht, uitsluitend begeleide omgang tussen de vader en de kinderen zal plaatsvinden;
te bepalen dat deze begeleide omgang zonder overnachtingen zal zijn;
te bepalen dat frequentie, duur, plaats en opbouw van de begeleide omgang worden vastgesteld overeenkomstig de aanwijzingen van de begeleidende instantie en/of de Raad voor de Kinderbescherming;
e Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken onderzoek te doen naar de veiligheid, uitvoerbaarheid en wenselijkheid van omgang, alsmede naar de vraag onder welke voorwaarden eventueel contactherstel in het belang van de kinderen kan plaatsvinden;
iedere verdere beslissing ten aanzien van een vaste omgangsregeling aan te houden totdat de resultaten van voornoemd onderzoek beschikbaar zijn;
althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van de kinderen juist acht.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.

4.De beoordeling

C/13/784563 / FA RK 26-1988 (bodemprocedure)
4.1.
Volgens de vader verliep de verdeling van de zorg over de kinderen na het uiteengaan van partijen in eerste instantie goed. Toen de vaders nieuwe relatie serieus werd, is de verstandhouding tussen partijen verslechterd en vanaf september 2025 is de omgang tussen de vader en de kinderen gestagneerd. De vader stelt dat de moeder niet tot afspraken wil komen. De vader zou graag een zorgregeling van de rechter willen, zodat hij de kinderen weer kan zien.
4.2.
De moeder voert aan dat het niet verantwoord is om zonder nader onderzoek, direct een ruime en onbegeleide regeling vast te stellen. Gelet op hetgeen is voorgevallen in het verleden maakt de moeder zich ernstige zorgen over haar veiligheid en die van de kinderen. Zowel [minderjarige 1] en [minderjarige 2] willen niet naar de vader toe.
4.3.
De rechtbank constateert uit de stukken en hetgeen besproken is ter zitting dat partijen ieder een andere lezing hebben van het hoe en waarom de omgang is gestagneerd. Partijen zijn het er ook niet over eens op welke manier het contact tussen de vader en de kinderen hersteld kan worden. Daarnaast vertelde [minderjarige 1] in het gesprek met de kinderrechter dat hij geen contact met zijn vader wil door wat er in het verleden is gebeurd en omdat hij geen connectie met zijn vader heeft.
4.4.
De rechtbank maakt zich gezien het voorgaande zorgen over de kinderen. Daarom is met partijen de mogelijkheid tot het benoemen van een bijzondere curator besproken. Ingevolge artikel 1:250 BW Pro kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige – de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen.
4.5.
Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW Pro waarmee benoeming van een bijzondere curator noodzakelijk is. Mevrouw drs. I.B.M.H. Vosbergen is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd.
De bijzondere curator zal in gesprek gaan met de ouders en de kinderen.
Van de bijzondere curator wordt verwacht dat zij de gevoelens van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] over hun vader in kaart brengt en onderzoekt op welke manier de definitieve zorgregeling tussen de kinderen en de vader kan worden vormgegeven en wat de kinderen daarbij nodig hebben. Daarbij zal de bijzondere curator voor ogen moeten hebben dat, gezien het verschil in leeftijd van de kinderen en het verschil in hun ervaringen met de vader, de kinderen een verschillend belang kunnen hebben in deze.
Het staat de bijzondere curator vrij om gedurende het onderzoek te bemiddelen tussen de vader en diens nieuwe partner, de moeder en de kinderen en te proberen tot een door alle betrokkenen gedragen oplossing te komen.
Verder staat het de bijzondere curator vrij, indien zij dit nodig acht, om met toestemming van de ouders ook informatie over de kinderen op te vragen bij derden, teneinde een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen over hun situatie en wat in hun belang noodzakelijk is.
De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders hun volledige medewerking zullen verlenen aan het onderzoek door de bijzondere curator en zullen reageren op uitnodigingen om met haar in gesprek te gaan.
4.6.
De rechtbank verzoekt de advocaten van de ouders het telefoonnummer en het e-mailadres van de ouders zo spoedig mogelijk naar de bijzondere curator te sturen (naar het in het dictum opgenomen e-mailadres), zodat de bijzondere curator met hen en de twee kinderen afspraken kan gaan maken.
4.7.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk op
1 augustus 2026schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en partijen. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om binnen twee weken na ontvangst van het verslag hierop te reageren. Daarna zal de rechtbank bepalen op welke wijze de procedure wordt voortgezet.
4.8.
De rechtbank zal de verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling in deze bodemprocedure pro forma aanhouden
tot 17 augustus 2026.
C/13/784564 / FA RK 26-1989 (provisionele voorziening)
Ontvankelijkheid
4.9.
Ingevolge artikel 223 lid 1 Rv Pro kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter voorlopige voorzieningen zal treffen voor de duur van het geding. Ingevolge het tweede lid moet deze vordering samenhangen met de hoofdvordering.
In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv Pro worden verzocht (Hoge Raad d.d. 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).
4.10.
De rechtbank stelt vast dat aan het vereiste genoemd in het tweede lid van artikel 223 Rv Pro is voldaan, zodat de vader in zoverre ontvankelijk is in zijn verzoek.
4.11.
De rechtbank dient vervolgens te onderzoeken of bij de toewijzing van het verzoek een voldoende spoedeisend belang bestaat. Van een voldoende belang bij toewijzing van een dergelijk verzoek is sprake indien van de verzoekende partij niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht. De rechtbank dient daarbij de belangen van alle betrokkenen af te wegen tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de hoofdzaak en van de proceskansen daarin.
4.12.
De rechtbank is van oordeel dat de vader in zijn verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen kan worden ontvangen. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting kan niet van hem worden gevergd de afloop van de bodemprocedure af te wachten.
Voorlopige zorgregeling
4.13.
De rechtbank acht het in het belang van de identiteitsontwikkeling van de kinderen noodzakelijk dat het contact tussen hen en de vader op korte termijn hersteld wordt en zal hiertoe een voorlopige zorgregeling vaststellen. De rechtbank heeft de zorgen van de moeder gehoord, maar is van oordeel dat haar zorgen voldoende kunnen worden ondervangen door de voorwaarden die de rechtbank zal stellen aan de voorlopige zorgregeling.
De rechtbank zal daarom bepalen dat de kinderen voorlopig omgang met de vader hebben:
- elke twee weken op de zondagochtend om 10.00 uur tot 13.00 uur, waarbij het eerste omgangsmoment plaatsvindt op 10 mei 2026. Bij deze omgang zal steeds iemand uit het netwerk van de vader aanwezig zijn. Dit betreft één van de door de vader genoemde personen. De moeder heeft tegen hen tijdens de zitting geen zwaarwegende bezwaren naar voren zijn gebracht. Deze personen zijn:
  • de moeder van de vader;
  • de broer van de vader;
  • de zus van de vader;
  • (de moeder van) de beste vriendin van de vader, [persoon] ;
De omgang vindt
nietplaats bij de vader thuis en vindt plaats buiten aanwezigheid van zijn nieuwe partner. Het is de bedoeling dat de vader iets leuks gaat doen met de kinderen; een uitstapje op een neutrale locatie. De overdracht van de kinderen vindt - tenzij partijen hierover anders overeenkomen - plaats op een, door de advocaten van partijen af te spreken, makkelijk aan te rijden neutrale plek in de buurt van het huis van de moeder, alwaar de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt.
De vader dient in de week voorafgaand aan het omgangsmoment uiterlijk op vrijdag om 12.00 uur aan de moeder door te geven wie de omgang zal gaan begeleiden, zodat de moeder de kinderen hierop kan voorbereiden.
Huwelijksdag
4.14.
De vader verzoekt een zodanige regeling te treffen dat de kinderen op 4 mei 2026 aanwezig zijn bij het huwelijk met zijn nieuwe partner. De rechtbank wijst dit verzoek af. Aanwezig zijn op deze huwelijksdag is gelet op het contactverlies nu te beladen en daarmee te ingrijpend voor de kinderen. Het contact tussen de vader en de kinderen dient eerst hersteld te worden en daar is tijd voor nodig.
Informatie- en consultatieregeling
4.15.
De vader verzoekt een informatie- en consultatieregeling waarbij de moeder de vader iedere maand zal informeren over de kinderen. Ter zitting is door de moeder aangegeven dat ze hieraan zal voldoen, maar dat het niet haalbaar is om de vader zes weken van te voren al te informeren en te consulteren over gezagsbeslissingen. De rechtbank zal de informatie- en consultatieregeling daarom zoals verzocht vastleggen, waarbij de rechtbank zal bepalen dat de moeder de vader vier weken van te voren dient te informeren en consulteren over gezagsbeslissingen, een en ander behoudens uitzonderlijke situaties.
4.16.
De rechtbank ziet geen redenen om een dwangsom op te leggen en zal dat verzoek van de vader daartoe afwijzen.
Kindbrief
4.17.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] via een aparte kindbrief geïnformeerd over de beslissing. Een kopie van deze brief is aangehecht aan deze beschikking.

5.De beslissing

De rechtbank:
C/13/784563 / FA RK 26-1988 (bodemprocedure)
5.1.
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 1] 2022 te [geboorteplaats] :
drs. I.B.M.H. (Ine) Vosbergen, kantoorhoudende te Amsterdam.
e-mailadres: [e-mailadres] ;
5.2.
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking en de processtukken aan de bijzondere curator toestuurt;
5.3.
bepaalt dat de advocaten van partijen zo spoedig mogelijk de contactgegevens van partijen aan de bijzondere curator zullen e-mailen;
5.4.
bepaalt dat de bijzondere curator binnen drie maanden schriftelijk verslag doet aan de rechtbank en aan partijen;
5.5.
bepaalt dat partijen binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren en deze reactie aan de rechtbank, de bijzondere curator en de wederpartij toe te sturen;
5.6.
houdt iedere verdere beslissing pro forma aan
tot 17 augustus 2026.
C/13/784564 / FA RK 26-1989 (provisionele voorziening)
5.7.
bepaalt de volgende voorlopige verdeling van zorg- en opvoedingstaken:
  • de kinderen zijn bij de vader om de week op zondag (vanaf 10 mei 2026) van 10.00 uur tot 13.00 uur
  • onder begeleiding van één van de volgende personen uit het netwerk van de vader:
* zijn moeder;
* zijn broer;
* zijn zus;
* (de moeder van) zijn beste vriendin, [persoon] ;
  • de overdracht van de kinderen vindt - tenzij partijen hierover anders overeenkomen - plaats op een, door de advocaten van partijen af te spreken, makkelijk aan te rijden neutrale plek in de buurt van het huis van de moeder, alwaar de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt;
  • de vader dient in de week voorafgaand aan het omgangsmoment uiterlijk op vrijdag om 12.00 uur aan de moeder door te geven wie de omgang zal gaan begeleiden, zodat zij de kinderen hierop kan voorbereiden;
  • het contactmoment vindt niet plaats bij de vader thuis en buiten aanwezigheid van zijn nieuwe partner;
5.8.
bepaalt de volgende informatie- en consultatieverplichting:
- de moeder zal de vader iedere maand voor of op de eerste van de maand per mail informeren over de kinderen van partijen. Deze informatiemail zal in ieder geval informatie behelzen over:
- De gezondheid van de kinderen
- Hobby’s
- Schoolresultaten
- Sporten
- Vakanties
- Belangrijke activiteiten op school/sport en dergelijken
- Andere belangrijke zaken
  • bij deze mail zal de moeder tenminste twee foto’s per kind bijvoegen;
  • de moeder zal de vader indien en zodra zich belangrijke beslissingen voordoen (schoolkeuze/inschrijving, reizen buitenland, medische behandelingen ed) waarvoor zijn instemming als medegezagdrager is vereist, doch uiterlijk vier weken van te voren benaderen en voorzien van alle relevante (en eventueel nader door de vader in redelijkheid) verzochte informatie om instemming vragen. Uitzonderingen indien dit (aantoonbaar) niet eerder mogelijk is geweest;
5.9.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. A. Van Luijck, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr R. Muller, griffier, op 29 april 2026. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).