Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4330

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
12138962 CV EXPL 26-3734
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 103 RvRichtlijn 93/13/EEGArt. 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling servicekosten 2024 en ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen in huurovereenkomst

In deze bodemzaak vordert de eisende partij betaling van €393,53 aan servicekosten over 2024, vermeerderd met proceskosten. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter is bevoegd omdat het gehuurde binnen het arrondissement ligt.

Omdat het een overeenkomst betreft tussen een handelaar en een consument, heeft de kantonrechter ambtshalve getoetst aan Richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen. Het servicekostenbeding is een kernbeding en transparant, waardoor het is uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid. Het relevante beding, artikel 6 van Pro de huurovereenkomst, is niet oneerlijk bevonden.

De vordering is niet onrechtmatig of ongegrond en wordt toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de servicekosten en de proceskosten, met veroordeling tot betaling binnen veertien dagen na betekening. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €393,53 servicekosten 2024 en proceskosten na ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12138962 CV EXPL 26-3734
vonnis van: 14 april 2026
fno.: 506

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de commanditaire vennootschap Blue Gray Experience

gevestigd en kantoorhoudende te Katwijk
eisende partij
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
niet verschenen

Verloop van de procedure

Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde partij is niet verschenen. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.

Gronden van de beslissing

1. Eisende partij vordert in deze procedure betaling van € 393,53 aan afrekening servicekosten 2024, vermeerderd met kosten.
2. Nu het gehuurde is gelegen in het arrondissement van deze rechtbank, is de kantonrechter ingevolge het bepaalde in artikel 103 Rv Pro bevoegd om van deze vordering kennis te nemen, ondanks dat de woonplaats van gedaagde buiten dit arrondissement is gelegen.
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
3. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze buiten toepassing laten. Eisende partij mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68).
4. Eisende partij heeft de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het adres [adres] te ( [postcode] ) [plaats] en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden in het geding gebracht.
5. Het servicekostenbeding in de huurovereenkomst is een kernbeding. Dit beding is transparant en is op grond van artikel 4 lid 2 van Pro de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.
6. De kantonrechter heeft het beding dat voor de beoordeling van de onderhavige vordering relevant is, te weten artikel 6 (afrekenen servicekosten) van de huurovereenkomst getoetst en niet oneerlijk bevonden.
De vordering
7. De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.

BESLISSING

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde partij om te betalen aan eisende partij:
€ 393,53 ter zake van afrekening servicekosten 2024:
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 127,08 aan explootkosten, € 87,00 aan salaris gemachtigde, € 139,00 aan griffierecht en € 21,50 aan nakosten voor zover van toepassing, inclusief BTW, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.